Het internet is een supermarkt vol kunst, maar waar moet je beginnen met kijken?

Kunst online Nu wereldwijd vrijwel alle musea gesloten zijn, is er een grote hoeveelheid virtuele tours om uit te kiezen. Bij de meeste dwaal je als bezoeker wezenloos rond.

Still uit de video ‘The Nightwatch’ uit 2004 van Francis Alÿs
Still uit de video ‘The Nightwatch’ uit 2004 van Francis Alÿs

In 2004 maakte Francis Alÿs een kunstwerk waarin een vos door de National Portrait Gallery in Londen dwaalt. Hij loopt langs de Britse koningen en koninginnen, langs Shakespeare en Churchill, klimt op een bankje, snuffelt achter een verwarmingspaneel. Voor de geëxposeerde Britten lijkt de vos niet veel aandacht te hebben. Bandit loopt nogal doelloos rond.

Ze staan nu bijna overal, in de krant en op sociale media, de tips om nu we niet naar buiten kunnen, vanuit huis musea te bezoeken. Met hashtags als ‘museumthuis’ en ‘museumandchill’ kun je virtuele tours maken door bijna elk gerenommeerd museum, van het Louvre tot het Prado, van het Nationaal Museum van Korea tot het Rijksmuseum, vele via Google Arts, andere op hun eigen website. Ze beloven meesterwerken en meesterlijke ervaringen, maar ik voelde me als de vos van Alÿs. Door de meeste musea sites dwaal je net als Bandit wezenloos rond. Het is moeilijk kiezen als je de hele wereld in kan. Waar te beginnen? Waar op te focussen? En als het niet lukt, waar ligt dat dan aan? Aan het aanbod of aan jou?

Het British Museum biedt naast de gewone wandeling door de museumzalen ook een tijdlijn, waar je op jaren kunt klikken. Skeletten, vuistbijlen, sieraden vliegen voorbij. Ik stop bij een plaatje van twee aardewerken potjes, die als de Siamese tweeling Chang en Eng aan elkaar vast zitten. Je moet toch ergens stoppen. Of zal ik nu iets over Siamese tweelingen gaan opzoeken? De tweelingpot komt uit de vroege bronstijd en werd opgegraven in Tell es-Sa’idiyeh in Jordanië. ‘Find out more?’ vraag de computer. Jazeker, vooruit dan maar, Find out more! ‘Zulke dubbele potten zijn ongewoon’, meldt de site vervolgens. ‘Ze moeten een bepaalde functie gehad hebben maar we weten niet precies welke.’ Ik voel me weer een vos.

Begeleider

Misschien zou het beter gaan als Bandit en ik een begeleider hadden. Iemand die ons bij de hand neemt en vertelt waar we naar kijken moeten, waar we op moeten letten, wat relevant is en wat slechts een verwarmingspaneel. In het Stedelijk Museum verzorgt de directeur zelf rondleidingen, te volgen op Instagram en via de website. „Yves Kleins L’accord bleu is een van mijn lievelingswerken in de collectie”, vertelt Rein Wolfs, en niet alleen omdat blauw zijn lievelingskleur is, in Engels met een ontwapenend Duits accent. Het is een immersive schilderij, zegt de nieuwe directeur, een term die niet zo makkelijk te vertalen is. Onderdompelend klinkt te kinderachtig. Meeslepend, zegt Google Translate, maar dat is niet genoeg. Ook in het museum is dat allemaal niet echt mogelijk, maar juist dit schilderij doet verlangen naar the real thing. Bandit wil voor dit schilderij staan. Ik wil voor dit schilderij staan. De illusie dat je erin kunt verdwijnen, is daar vast groter dan op het scherm van een mobieltje.

Seizure, een installatie die Roger Hiorns in 2008 maakte met blauw kristal

Van Yves Klein is helaas geen schilderij op Google Arts te zien waarin je zo dichtbij kunt komen als in geen museum mogelijk is. Je zou een Yves Klein zelfs als een uitvergroting kunnen zien van een schilderij van Monet, waarvan je in Google Arts wel voorbij het craquelé kunt gaan. Als ik een foto van L'accord blue upload naar Google Palet, een algoritme dat kunst met dezelfde kleur zoekt, komt vooral Seizure van Roger Hiorns tevoorschijn, een kunstwerk dat bestaat uit door kopersulfaat gemaakte kristallen, die hij in 2008 liet groeien op de muren en het plafond van een woning in Londen (in 2013 werd een nieuwe versie gebouwd in het Yorkshire Sculpture Park). Seizure is een soort driedimensionale, schitterende Yves Klein, al zorgen de scherpe punten van de kristallen er wel voor dat je er niet in wilt verdwijnen.

De Skyspace van James Turrell in Museum Voorlinden

Vreemd dat Google Palet me niet naar James Turrell stuurt, de kunstenaar die het licht zelf als materiaal gebruikt en bijvoorbeeld in Museum Voorlinden een skyspace maakte. Misschien kunnen we daar het blauw van Klein beleven. O nee, coronaconcentratie: Museum Voorlinden is ook dicht. Dan maar troost bij een gedicht: denk de wolken weg uit Bloems ‘Domweg gelukkig in de Dapperstraat’:

‘De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand/ Door zolderramen, langs de lucht bewegen’.

Wat dan overblijft, is misschien wel de beste benadering van Yves Kleins blauw in het wild.

Saaie audio-opnames

Behalve tours van de eigen collecties zijn er online ook exposities te vinden op de sites van musea. Ook daarvan wisselt het aanzien en het nut. De vos sprong maar op de bouwsels van Donald Judd, waarvan saaie foto’s op de site van het Museum of Modern Art in New York vergezeld gaan van korte, even saaie audio-opnames. Beter gaat het met speciaal voor internet gemaakte korte presentaties, bijvoorbeeld die van het Getty Museum over eten in de Middeleeuwen; daar kreeg de vos in ieder geval honger van.

Bronzino, Portret van Allessandro de’ Medici, 1535-1535

Op de site van het Uffizi museum in Florence staat een kort kijkspel over zwarte mensen op de schilderijen uit vroeger eeuwen, een onderwerp dat in Nederland aandacht krijgt in de tentoonstelling Hier. Zwart in Rembrandts tijd in het Rembrandthuis. On being present, Recovering Blackness in the Uffizi Galleries toont bijvoorbeeld hoe Albrecht Dürer en Andrea Mantegna de drie wijzen uit het oosten schilderden, van wie er een volgens de legende zwart was, maar laat ook bestaande figuren zien, onder wie vele bediendes aan het hof van De Medici. Het opvallendst zijn twee portretten, geschilderd door Vasari en Bronzino, van hertog Alessandro de Medici, zoon Lorenzo de Medici en de slaafgemaakte Simonetta, die op de troon zat van 1531 tot 1537. Ook in Italië was de aanwezigheid van mensen van kleur op de kunst uit de Renaissance een ondergesneeuwd gegeven.

De vos springt op; van Londen is hij nu via Amsterdam naar New York, Yorkshire, Florence en Jordanië geweest, in de twintigste, de zestiende, de zeventiende eeuw. Heb ik nu zoveel anders gedaan dan anders? Ook zonder de coronacrisis was ik alleen in gedachten zo snel op al deze plekken en in al deze tijden geweest. De verrijking die het internet biedt, wint het van de angst dat we als in de film The Matrix alleen nog maar aan schermpjes gekluisterd in onze pods liggen.

Ook op internet is een reproductie te zien van een beroemde foto door Maurice Jarnoux uit 1947 van Andre Malraux aan het werk aan zijn boek met de titel Le musée imaginaire de la sculpture mondiale. De Franse minister van informatie poseert voor een gigantische hoeveelheid reproducties van sculpturen. De kracht van de foto is dat het lijkt alsof de inhoud van iemand hoofd opeens op de grond ligt en tegelijkertijd is het alsof hij aan het googelen is. Ook de vos gaat hier liggen en geeft kopjes.

Maar zoals dat vaak met metaforen gaat, Malraux’ denkbeeldig museum is nu geen plaatjesboek meer, maar het internet, waar je uit alle sites je eigen denkbeeldig museum kunt samenstellen, een beetje zoals je op Rijksstudio op de site van het Rijksmuseum je eigen selectie kunt maken uit de duizenden objecten uit de collectie van dit museum. Geen Rijkscollectie maar Wereldcollectie.

Ja, zegt Malraux, kunstwerken verliezen iets in de tijd dat je ze vaker op een reproductie ziet dan in het echt, bijvoorbeeld hun status als object. Er vindt nivellering plaats tussen allerlei genres en formaten. De religieuze of praktische functie die de kunstwerken in het museum nog enigszins uitstraalden, verdwijnt nog meer naar de achtergrond. Maar ze winnen ook iets. Wat, dat noemde Malraux pure ‘stijl’. Er zijn nog wel meer vergelijkingen te maken voor de reproductievloed waarin wij nu leven dan plaatjesboek en museum.

In het Jeu de Paume in Parijs zou nu een tentoonstelling te zien moeten zijn die ‘de Supermarkt van beelden’ heet. Er is in ieder geval een werk van Yves Klein (niet) te zien, een nota voor de aankoop van een ‘immateriële picturale zone’. Zou het hele internet zo’n zone zijn? Zodra het museum weer open is, ga ik erheen. Bandit wil vast wel mee naar Parijs.