Recensie

Recensie Boeken

Een doodgewoon stadje, maar waarom kan niemand zich iets herinneren van vroeger?

Shaun Prescott In zijn melancholische debuutroman volgt de Australische schrijver de fictieve bewoners van een verdwijnend stadje. De emotionele lading blijft je nog lang bij.

Een verlaten huis in Australië. Foto David Trood

Op de pagina’s van de Volkskrant was er onlangs van alles te doen over romans die over schrijvers gingen; die zouden blijk geven van navelstaarderij en gebrek aan verbeelding. Hoe futiel zo’n discussie is, bewijst Het verdwijnen van Shaun Prescott. Ja, de hoofdpersoon is een schrijver. En ja, het is een erg goed boek.

Shaun Prescott komt uit Australië, Het verdwijnen is zijn debuutroman, en verscheen oorspronkelijk in 2017 onder de titel The Town. Op de eerste pagina’s belandt de naamloze verteller in een naamloos stadje in de Australische staat New South Wales. Hij is een man met een missie: hij schrijft een boek ‘over de verdwijnende plaatsjes in de centraal-westelijke regio van New South Wales’. Dit lijkt niet het eerste stadje dat hij voor zijn project bezoekt. Hij huurt een kamer bij een zekere Rob, een sportliefhebber met wie hij niets gemeen heeft, neemt een baantje als vakkenvuller in een supermarkt, loopt rond, spreekt met bewoners. Met zijn boek schijnt het niet zo te vlotten – tenzij het natuurlijk het boek is geworden dat we op dit moment in handen hebben.

Het stadje waar de verteller neerstrijkt heeft vestigingen van McDonald’s en Subway, er is een snelweg naar de grote stad, eens per dag raast een goederentrein langs het station. Hoe normaal wil je het hebben? Maar tegelijkertijd heeft het stadje vreemde trekjes. Hoe verder je van het centrum raakt, hoe minder vaste vorm het lijkt te hebben, aan de verste randen heerst een vreemde glinstering. Het station is verbouwd tot museum en de goederentrein lijkt bij een andere wereld te horen. Geschiedenis is er nauwelijks. Sommige bewoners weten nog wel iets van vroeger, maar de herinneringen zijn vaag. De enigen die aan opgravingen doen zijn pubers. Wat vinden ze? Een balpen.

Landerigheid

Iedereen die is opgegroeid in een kleinsteedse omgeving zal de sfeer herkennen; de landerigheid, de subculturen, het verlangen te ontsnappen naar de grote stad. Prescott groeide zelf op in een klein stadje in New South Wales en heeft zijn eigen ervaringen verwerkt in dit steeds surrealistischer wordend portret van een stadje in zijn nadagen dat langzaam verdwijnt. Maar dan letterlijk: stukken van het stadje zijn opeens weg, er vallen gaten waarin het pure niets zich lijkt te bevinden.

Voor het zover is spreekt de verteller verschillende bewoners. Zoals Ciara, de vriendin van huisbaas Rob, die op de lokale radio een programma maakt waar niemand naar luistert; Rick, die altijd heeft gedacht dat hij na zijn puberteit moeiteloos de volwassenheid in zou glijden en er nooit overheen is gekomen dat hem dat niet is gelukt; Tom, de chauffeur van een bus waar nooit iemand instapt en die vroeger zanger was van de plaatselijke band. En dan is er ook nog de bibliothecaris, die weet dat niemand zijn boek over het stadje zal lezen.

Schrijvers aan wie je denkt bij het lezen van deze roman: Kafka, Paul Auster en Borges

Al die verhalen zijn van een schrijnende melancholie. Juist de afstandelijke, registrerende manier waarop de schrijver ze noteert, geeft die levensgeschiedenissen op kalme, wurgende wijze een emotionele lading die je nog lang bijblijft.

Het verdwijnen is een intrigerende mengeling van realisme en magisch realisme. Gaandeweg wordt de omgeving steeds vreemder en mysterieuzer, en het stadje steeds leger. Er gebeurt weinig en toch hangt er een grote spanning over het verhaal. Er zijn verwijzingen naar de actualiteit (het klimaatprobleem), mysterieuze muziek speelt een mysterieuze rol, er gebeuren dingen ‘die niet kunnen’.

Terwijl hij al die elementen met elkaar verweeft, vertelt Prescott zijn verhaal. Hij geeft zijn lezers eigenlijk een versnelde versie van de ondergang van een stadje, en concentreert zich daarbij op een aantal bewoners dat er nooit in is geslaagd echt onderdeel van die gemeenschap, en het leven in het algemeen, te worden.

Omdat Prescott het onverklaarbare niet verklaart, blijf je als lezer alert, en komen er alleen maar meer vragen bij je op: wie is die schrijvende verteller nu eigenlijk, is hij het in feite niet zelf die al die stadjes laat verdwijnen?

Kafka is een van de lievelingsauteurs van Prescott, en het begin van Het verdwijnen doet denken aan Kafka’s Het slot, waarin een raadselachtige landmeter opduikt in een dorp. Andere schrijvers aan wie je denkt bij het lezen van deze roman: Paul Auster, Borges. Maar je denkt ook aan Prescott zelf, want hij heeft met deze roman meteen zijn naam gevestigd.

Troostend

Het is vreemd dat een boek over een verdwijnend stadje je niet alleen raakt maar op een bepaalde manier ook kan troosten; dat komt nu juist door die tragische verhalen over bewoners die je als losers of als wereldvreemd zou kunnen kwalificeren. Het is troostend dat iemand de moeite heeft genomen die verhalen te noteren voor ze letterlijk verdwijnen, dat het gezien is, en niet onopgemerkt gebleven. Dat het hier om een roman gaat en dat die verhalen fictief zijn, maakt dan blijkbaar niet uit, alsof door het vastleggen van die verhalen álle verhalen zijn vastgelegd, ook die van ons. Hier is dan de troost van literatuur. Een melancholische roman over een alledaagse wereld vol gewone mensen die langzaam maar tóch opeens vervaagt en verdwijnt – ongewild heeft Prescott iets geschreven dat perfect aansluit bij de wereld waarin wij ons nu bevinden.