De tv brengt ons waar we niet willen zijn: op de intensive care

Zap Twee reportages vanuit ziekenhuizen laten ons het coronamonster in de bek kijken. Mensen die aan de beademing liggen, mensen die gaan sterven.

Levenslucht, een lange ziekenhuisreportage van Jessica Villerius BNNVARA
Levenslucht, een lange ziekenhuisreportage van Jessica Villerius BNNVARA

Ineens staan we op een plek waar we normaal niet mogen komen, waar we ook helemaal niet willen zijn, waar we eigenlijk niet aan willen denken: op de intensive care van een ziekenhuis dat gestaag volstroomt met coronapatiënten. „Ik hoor de ambulance al aankomen”, zegt een Nijmeegse arts terwijl hij een collega aan de telefoon heeft over een nieuwe patiënt.

Nadat Nieuwsuur dinsdag al verslag deed van de situatie in het Amphia Ziekenhuis in Breda, zond BNNVARA woensdagavond Levenslucht uit, een lange reportage van documentairemaker Jessica Villerius vanuit drie ziekenhuizen. Eilanden van toewijding en beschaving verschenen in beeld: vol mensen die kalm en beheerst hun werk doen en zich uit alle macht voorbereiden op het ergste dat nog komen moet en waarvan ze zelf ook niet weten hoe erg dat zal zijn. Iedereen is de hele tijd aan het tellen met kleine getallen: acht bedden daar, om de hoek nog twee, vier op de operatiekamers. De honderden extra IC-plaatsen moeten een voor een worden veroverd.

De openheid van de instellingen is eigenlijk een noodkreet. De reden is de angst dat mensen ‘buiten’ zich onvoldoende bewust zijn van het gevaar van het virus en onnodig de deur uit gaan. „Ik twijfel of mensen wel in de gaten hebben dat het heel heftig gaat worden”, zegt een van de doktoren. Zijn kin trilt er even bij – ineens voel je de eenzaamheid van de arts. Een ander zegt dat ze bang is dat als de tijdsdruk verder toeneemt, er fouten gemaakt gaan worden.

Een vreemde gewaarwording is het wel dat je voor de tv mag rondneuzen op afdelingen waar familieleden van de zieken wegens het besmettingsgevaar niet of nauwelijks mogen komen. Gelukkig deden Nieuwsuur en Villerius dat beide zonder het medisch voyeurisme van programma’s als 24 uur in de ER (RTL5). In Levenslucht was zelfs het hoofd van een op de achtergrond passerende schoonmaker onherkenbaar gemaakt. De camera’s bleven op afstand van de patiënten; de enkeling die herkenbaar in beeld was, had daar ‘uitdrukkelijk’ toestemming voor gegeven.

De discreet gefilmde beelden zijn onwerkelijk genoeg: een paar grijze haren die boven een laken uitsteken van een patiënt die – als de meesten – op de buik ligt omdat in die houding de beademing beter werkt. Regelmatig moeten de patiënten worden gekeerd om doorligwonden te voorkomen. Ook dat keren moet worden geoefend. Bij de meeste aandoeningen liggen mensen twee of drie dagen aan de beademing, vertelt een arts in Amersfoort. „Bij deze patiënten duurt het twee of drie weken voor ze wakker gemaakt kunnen worden, of …” Daar eindigde de zin.

Het is nog te vroeg om zinnige dingen te zeggen over hoeveel mensen de behandeling op de intensive care zullen overleven. In Nieuwsuur ging het over het laatste gesprek dat artsen voeren voordat een patiënt in slaap wordt gebracht: „Je wil dan zeggen dat het goed komt, maar dat kunnen we niet zeggen.” In het ene ziekenhuis waren er inmiddels vier mensen van de beademing af, ergens anders nog niemand.

Geruststellend kun je Levenslucht dus niet noemen. Pas helemaal aan het eind zagen we een man die daadwerkelijk aan de beterende hand was– al leek hij geen bezoek van de camera verwacht te hebben: in onderbroek en T-shirt zat hij op een stoel naast zijn bed. De longarts was in het begin zeer bezorgd over hem: „Hij lag met vijftien liter zuurstof op zijn snoet.”

Zo konden we met één lichtpuntje de intensive care weer verlaten. In de hoop er niet meer terug te hoeven komen. Zeker niet in levenden lijve, maar eigenlijk ook niet als televisiekijker.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.