De coronacrisis toont het mooiste en lelijkste van ons schermleven

Leven en werken in Silicon Valley Internet bewijst zijn waarde in de coronacrisis, ziet Marietje Schaake. Maar: wantrouw de techreuzen.

Illustratie Pepijn Barnard

Vergaderen, borrelen, praten over de wensen van ouders, mochten die op de IC terechtkomen: het leven achter het scherm is het nieuwe normaal. Nu internetverbindingen meer dan ooit de levensader zijn, haken bedrijven handig in. Techbedrijf Cloudflare toont in een commercial een afgeladen station en een uitgestorven metro, wisselt beelden van een gezellig kantoor met die van een eenzame laptop op een keukentafel, toont kinderen die spelen via de computer, een videomeeting waarin gezichten van collega’s kleine vakjes vullen. Terwijl ik al na een paar seconden verlang naar onbezorgd treinen, college geven of vrienden knuffelen, vertelt Cloudflare: „Hier werd het internet voor gebouwd.”

Waar zouden we zijn zonder de verbinding waar ons bestaan nu van afhangt? Netflix en YouTube positioneren zich als redders in nood en spraken met de Europese Commissie af minder bandbreedte te gebruiken. Hoewel er nog niets mis is met de internetverbindingen, lijkt dit een nuttige voorzorg. Zo wordt meteen goodwill opgebouwd, juist op het moment dat Europese politici belangrijk technologiebeleid voorbereiden.

De combinatie van coronamaatregelen en internetafhankelijkheid die miljarden mensen nu ervaren, luidt het einde in van techlash, de kritiek op de techreuzen, voorspellen sommige techjournalisten. Neem de tweet van criticus Anand Giridharadas: „De crisis laat me inzien dat ik de tools die Silicon Valley heeft geproduceerd heb ondergewaardeerd. Ja, ze zijn vatbaar voor misbruik, monopolisten, buitenlandse inmenging en wat al niet. Maar ze voelen als steunpilaren van de beschaving, terwijl andere pijlers afbrokkelen.” Grote woorden van een man die in zijn boek Winners take all juist de enorme ongelijkheid bekritiseerde die de bazen en verdienmodellen van techbedrijven veroorzaken.

Het huidige schermleven toont hoezeer techreuzen informatie- en datastromen bepalen. Nieuws en wetenschap vermengen zich op sociale media zodanig met samenzweringstheorieën en leugens dat velen die nauwelijks kunnen onderscheiden. Nu ruim de helft van het nieuws dat Amerikanen op Facebook lezen over het virus gaat, is de impact van desinformatie tot het hoogste niveau doorgedrongen. De WHO spreekt over „infodemie”, regeringsleiders waarschuwen voor onzinverhalen.

Voor wie het vertrouwen onze instituties wil ondermijnen, biedt deze crisis een gouden kans. Angstige mensen zoeken online constant naar nieuws en oplossingen. Fraudeurs bieden mondkapjes aan die niet werken of bestaan, geheime diensten spinnen geruchten over het virus, of delen leugens over de aanpak ervan.

Ook de techreuzen zien al die kwaadaardige activiteit. Nu de strijd om het eerlijke verhaal over het virus en de juiste oplossing zich op hun terrein afspeelt, beseffen ze dat hun reputatie op het spel staat. Facebook, Google, Twitter en Amazon nemen dan ook ongekende stappen. Zo verwijzen ze proactief naar de WHO als informatiebron en plaatsen samenzweringsverhalen lager in de zoekresultaten. Twitter verruimde zijn definitie van ‘kwaadaardige informatie’ en kondigde aan leugens over corona offline te halen: het zijn interventies die lange tijd werden vermeden.

Beoordelen of we dankbaar of juist bezorgd moeten zijn over die interventies, kan pas als onafhankelijk wordt vastgesteld wat socialemediabedrijven deden en met welk resultaat. Toegang tot informatie om dat te onderzoeken is er nu niet.

Zo legt de coronacrisis het mooiste én het lelijkste van ons schermleven bloot. Wereldwijd zien we samenwerking en troost, maar ook desinformatie en manipulatie. Inderdaad, het web werd ooit gebouwd om de wereld te verbinden, maar werd al snel het domein van de grote reclameplatforms. Facebook, Google, YouTube en Amazon moeten meer worden gecontroleerd: niet minder. We kunnen niet zonder internet, wel zonder hun ongebreidelde macht.

Marietje Schaake