Opinie

Worstelen met keuzes

Frits Abrahams

Een terugkerende vraag dezer dagen: wat kan nog net wel en wat niet? In het dagelijks leven zie je er iedereen mee worstelen. Die anderhalve meter en dat handen wassen (ook de polsen!), ja, dat weten we nu wel. Daarnaast strekt zich een grijs gebied uit waar je telkens nieuwe afwegingen moet maken.

Wij bewonen met een aantal andere mensen een appartementencomplex; onze Vereniging van Eigenaren ziet toe op het beheer en het onderhoud. We hadden afgesproken dat de achterzijde van het pand op 6 april een schilderbeurt zou krijgen. Toen brak de coronacrisis uit. Het bedrijf wilde wel komen, maar wij deinsden terug voor het vooruitzicht van vier schilders die zich dagenlang rond en soms ook in het pand moesten begeven. Unaniem besloten we de afspraak uit te stellen.

Daarna doemde de tweede test op: op 10 april zou een nieuwe intercominstallatie worden aangebracht. Het duurde maar een dagje en de installateurs hoefden niet veel verder te komen dan onze voordeuren.

Ach ja, moet kunnen, vonden mijn vrouw en ik en nog enkele bewoners totdat iemand riep: is dat nou wel zo verstandig? Die installateurs zouden immers toch even binnen moeten komen, er zou misschien wat overleg of uitleg nodig zijn en… We waren al overtuigd: toch maar niet.

Zulke bedrijven reageren met begrip, maar toch moeten ze radeloos worden van al dat uitstel en misschien zelfs afstel wanneer het zó lang duurt dat hun bedrijf er niet meer is.

Zoals wij in die vve pas bij nader inzien consequent waren, zo zie je momenteel meer aarzelingen in de maatschappij. Ik vind het vreemd dat je wel de taxi mag nemen, maar niet naar de kapper kan. Voor een taxichauffeur is het immers bijna even moeilijk om de anderhalve meter afstand te garanderen als voor de kapper.

De Rijksoverheid uit zich in haar richtlijnen nogal tweeslachtig over de taxi. Openbaar vervoer wordt afgeraden. „Moet u toch ergens dringend zijn en heeft u geen eigen vervoer? Vraag dan om hulp in uw omgeving of reis per taxi.” Maar het ‘Protocol Veilig en verantwoord taxi- en zorgvervoer’ van dezelfde overheid klinkt strenger: „Neem enkel een taxi als dit echt niet anders kan.” Openbaar vervoer mag niet, maar de taxi eigenlijk ook niet, tenzij er anderhalve meter of een scheidingswand tussen chauffeur en passagier zit. Neem daarom in ieder geval een meetlint mee als u de taxi neemt.

Dan nog iets. Als de kapper niet mag, en de taxi liever ook niet, waarom vinden we het dan wel goed dat ons vliegtuigpersoneel, met de name de stewards en stewardessen, hun leven – en misschien ook dat van hun passagiers – moeten riskeren in de nauwe ruimtes van hun vliegtuig?

Ik sprak een Nederlandse stewardess die ten einde raad was. Ze was net teruggekeerd met een vol vliegtuig uit een ver buitenland. „Het is al moeilijk genoeg om de passagiers op anderhalve meter te houden”, zei ze, „maar in de nauwe pantry waar je met je collega’s eten moet bereiden is het ondoenlijk. We lopen dus voortdurend veel risico. Ik lig er wakker van. Je kunt werk weigeren – en dertig procent van het personeel doet dat ook – maar wat gebeurt er dan met je baan als er ontslagen vallen?”

„Veel sterkte”, kon ik alleen maar zeggen. Daar had ze weinig aan, want dat zeggen we in Nederland al de hele dag tegen elkaar.