Opinie

Waar droomde Doornroosje van?

Joyce Roodnat De coronacrisis valt Joyce Roodnat zwaar: ze wil niet opgehokt zitten. Er is online kunst in overvloed, maar ze wil niet online, ze wil echt.

Joyce Roodnat

In de ogen van Vanessa Redgrave zie ik verdriet. Ik hoor het ook in haar tekst, die is van Shakespeare en lang niet mis. Maar in Vanessa’s ogen is het beter. Ze is tijgermoeder Volumnia in Coriolanus, in een filmversie die het stuk van het oude Rome opschoof naar de Balkanoorlog. En die film, uit 2011, is zomaar op tv.

Hemel, wat speelt ze mooi. Ik pak mijn telefoon en maak een foto van haar ontreddering. Waarom? Geen idee. Misschien omdat ik word overweldigd door kalververliefdheid. Misschien omdat ze hier 74 was en geen grammetje zwakker dan 47. Misschien omdat ik die stinkcorona wil laten zien: je hebt me in de tang, ik zit hier opgehokt tv te kijken. Maar ik kan iets wat jij me niet kunt verhinderen en dat heet genieten.

Het leven staat surplace. We zijn allemaal Doornroosje, we moeten honderd jaar slapen. Wat Doornroosje droomde, vergaten de gebroeders Grimm te noteren, maar ik weet dat nu. Ze had nachtmerries.

Vanessa Redgrave in de film Coriolanus (Ralph Fiennes, 2011). Foto Joyce Roodnat

Ik maak een ommetje en zie een mevrouw de eendjes voeren. Een meneer schreeuwt dat dat niet mág. Ze staan te tieren met anderhalve meter afstand ertussen, bewusteloze boodschappentassen fladderden in hun hand. Corona maakt de wereld klein en kwaad.

Ik zit in huis. Ik kan nergens naartoe, maar online is er kunst in overvloed. Dat is niet zo vreemd, mensen kunnen niet zonder kunst, dat was al zo toen ze nog maar net bestonden. In een podcast die het wetenschappelijke gehalte van de film Planet of the Apes ontrafelt (nihil, dat dachten jullie al) hoor ik dat homo sapiens eerst muziek maakte en danste en pas daarna zijn taalvermogen ontwikkelde. Briljante uitvinding, het leidde tot fantasie, abstracte gedachten en toekomstplannen en daarmee was de wereldheerschappij van de mens bezegeld. Maar nooit vergeten: eerst was er kunst. Kunst is het oudste houvast. Corona, je bent maar een virus. Je weet niet wat kunst is. Wij wel. Daarom gaan we van je winnen.

Lees ook het essay van Ramsey Nasr: In tijden van corona biedt kunst houvast door mee te wankelen

Nou probeer ik niet ondankbaar te zijn, al die online-kunst is hartverwarmend. Maar ik wil niet online, ik wil echt. Zo’n virtuele museumtoer haalt het niet bij zelf drentelen door museumzalen. En dat theater op internet is geen voorstelling maar een registratie. Het kan ook goed zijn, hoor. Elke dag lezen acteurs een Decamerone-verhaal voor en dat doen ze prachtig. Maar zie ik Maria Kraakman voorlezen en een dag later Gijs Scholten van Aschat, dan denk ik: stonden ze maar samen op het podium in Het Jaar van de Kreeft, met mij in de zaal.

Mijn dochter komt langs, met haar geliefde. Buiten voor de deur op anderhalve meter afstand zien ze er nog liever uit dan anders. We praten. Ik maak een foto. Als ze weg zijn, kijk ik ernaar.