Foto Lars van den Brink

Foto Lars van den Brink

Interview

Akwasi: ‘Terug naar de roots van mijn huid en mijn bloed’

Akwasi Owusu Ansah De afgelopen jaren verbleef Akwasi langere tijd in Ghana, het geboorteland van zijn ouders, om zich verder te verdiepen in het land en met name de muziekcultuur. Het resultaat is zijn nieuwe album Sankofa. „De zon van Ghana heeft me anders laten schijnen.”

Het geplande releasefeest is afgelast – en wanneer hij nu wel voor het eerst met het materiaal van zijn nieuwe album Sankofa gaat optreden weet Akwasi Owusu Ansah (32) nog niet. Er staan talloze festivaldata uit zegt hij. „Maar als het EK al niet doorgaat, man…”

We wonen niet ver van elkaar in Den Haag maar we spreken via Facetime. Twee uur lang, met één onderbreking omdat een bezorger aanbelt. „Toen ik opendeed, was hij al weg”, zegt Akwasi. „Er stond alleen een doos voor de deur.” Hij trekt de mouwen van zijn trui over zijn handen. „Ik heb hem zó gepakt.”

Lees Akwasi over zijn Bram Vermeulen-project (2013): Ode aan Bram Vermeulen op Oerol

Een maand voor het interview was Akwasi nog in Ghana, het geboorteland van zijn ouders. Hij is blij dat hij daar voor de coronamaatregelen nog twee videoclips heeft kunnen opnemen, waaronder die voor eerste single ‘Na Wo Se Deng’. Op dikke echoënde drums, verrijkt met percussie, warme toetsen en schetterend koper, rapt Akwasi in dat nummer trots en in een losse, relaxte flow over zichzelf opladen en zichzelf opnieuw uitvinden in het land van zijn wortels. Hij onderstreept in de tekst het belang van zwarte supersterren om naar op te kijken. De single kreeg een stralend zonnige videoclip vol spetterende kleuren, waarin Akwasi door Accra zwiert met lokale jongeren en een in rode uniforms gestoken fanfareband.

De rapper, acteur, dichter en schrijver verbleef de afgelopen vier jaar langere tijd in Ghana, om zich verder te verdiepen in het land en met name de muziekcultuur. Hij werkte er aan zijn nieuwe album als artist in residence in een huis op het terrein van Nederlands ambassadepersoneel in de hoofdstad. Het resultaat is Sankofa – de titel verwijst naar een Ghanees woord „voor iets wat je hebt achtergelaten en later weer ophaalt maar dat altijd onderdeel van je is”. Op titelnummer ‘Sankofa’ rapt hij: „Terug naar de roots van mijn huid en mijn bloed.”

Royalty

Op de hoes van Sankofa poseert Akwasi in een luxe hotelsuite, zwaar behangen met goud en „in de traditionele klederdracht van een Ghanese chief” – en wordt hij zittend geflankeerd door twee vrouwen die boven zijn hoofd twee zwaarden kruisen. Het is, bewust, een krachtig koninklijk beeld.

„We zien in de beeldvorming weinig zwarte mensen van adel”, zegt Akwasi, die zich twee jaar terug op het album Bliksem van zijn rapgroep Zwart Licht al kroonde tot „zwarte Caesar in het echt”.

Hij wil het beeld pareren dat zwarte geschiedenis zou zijn begonnen met slavernij – en de weelde tonen van zijn wortels. „Zwarte mensen zijn begonnen met rijkdom en pas daarna gestript en kaalgeplukt. Ghana was de goudkust – er was een tijd waarin we koningen waren. Ik wil mensen een hart onder de riem steken. Ik noem iedere jonge zwarte man of vrouw die ik zie, koning of koningin. Ik ben op zoek gegaan naar mijn roots en heb ontdekt dat ik royalty ben. Wanneer ik te laat ben, mag je vereerd zijn dat ik te laat ben.”

De geboren Amsterdammer ging als kind wel op familiebezoek naar Ghana „maar dan zie je alleen de woonkamers van je ooms en opa en oma”. Toen hij in 2016 voor het eerst langere tijd als volwassene in het land was, deed het hem pijn dat mensen hem niet als een Ghanees zagen. „Ik schrok”, zegt hij. „Ik spreek Ghanees, eet Ghanees, leef Ghanees. Ik dacht: ik ga je laten zien. Ik heb vier jaar echt op Ghana gestudeerd. Ik voel me nu meer Ghanees dan ooit.”

Eerder deze maand reikte de Ghanese ambassade in Nederland Akwasi een lifetime achievement award uit. „Heel willekeurig”, lacht hij. „Ik dacht: zijn jullie niet dertig jaar te vroeg? Maar het was wel een boost. In mijn jeugd was het niet cool Ghanees te zijn. Op school werd ik door Surinaamse jongens bokoe genoemd – stinkvis. Veel Ghanese jongens deden alsof ze Caribisch waren, of Surinaams. Ik ben trots dat de oudere generatie me zo’n prijs geeft. Ze vinden dat ik Ghana op een mooie, erudiete manier vertegenwoordig.”

Pok mok

Akwasi is jarig op 6 maart, de Onafhankelijkheidsdag van Ghana. Het ideale rolmodel dat zijn vader hem voorhield als jongen, was Kofi Annan – de uit Ghana afkomstige, zevende Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. Maar Akwasi ging in Maastricht naar de toneelschool. „Mijn vader is me daar nooit komen opzoeken”, zegt hij. „Hij was ook niet op mijn diploma-uitreiking. Ik ben daar niet boos over. Nu is hij supertrots – op de ceremonie van de ambassade zei hij dat hij altijd al wist dat het goed zou komen met me. Dan denk ik wel: ja-ja. Maar hij was bezorgd. Ga je hiervan kunnen leven? Mijn vader was niet naar Europa gekomen om te zorgen dat ik het zwaarder zou hebben dan hij.”

Zijn moeder werkte als kamermeisje bij Novotel, zijn vader bij een sigarenboer en als snorder. In de clip bij ‘Extase’ van zijn vorig jaar verschenen EP Zoveel Dingen – een krachtige verzameling beelden over zwarte identiteit – toont zijn moeder Akua in traditionele Ghanese klederdracht haar Nederlandse paspoort.

„Mijn moeder leeft vooral in Ghanese gemeenschappen. Zoals veel witte Nederlanders ook geen vrienden hebben van kleur. Ze is een Ghanese vrouw met een Nederlands paspoort. Ik wilde die eerste generatie laten zien en dat het een poos kan duren voor je integreert. Ik lach soms om haar Nederlands; een pak melk noemt ze een ‘pok mok’. Maar ze was met haar gebrekkige Nederlands de eerste die mijn dichtbundel las. En ze laat zien dat, waar je ook vandaan komt, iedereen Nederlander kan zijn.”

Akwasi liet haar een vroege versie van Sankofa horen. „Ze begon te swingen en keek me verrast aan: wat doe je nu, jongen? Ze vindt het mooi te horen dat ik speel met het Ghanees en Ghanese ritmes en instrumentatie. Deze plaat staat van al mijn werk het dichtst bij haar. Ik ben al elf jaar artiest maar doe in mijn muziek nu pas iets met mijn roots. Ik moest eerst veldwerk verrichten – voelen hoe het is om lang alleen in Ghana te zijn en daar aan mijn muziek te werken.”

Persoonlijke zoektocht

Hij maakte in Ghana aan één stuk door muziek, zegt Akwasi. „Even eten en een rondje lopen in de zon, en verder alleen maar maken, maken, maken, zoals Tupac dat ook deed. Eerst lukte niets, toen nam ik in drie weken dertig nummers op. Daarna ging ik op een minitour in Ghana, met blazers en percussionisten van daar, en werd de muziek pas echt geboren. Ik had de beats al, maar tijdens de repetities hoorde ik er die blazers en percussionisten bij, en andere partijen en ritmes. Toen moest dat ook allemaal op de plaat.”

Hij werkte voor Sankofa onder anderen met producer Hayzee van Zwart Licht („mijn hofleverancier sinds de middelbare school”) en Mucky, bekend van zijn werk met Sevdaliza, NoizBoiz en Wiley. Akwasi leerde zichzelf ook produceren en was meer dan eerder in zijn carrière ook betrokken bij de muzikale keuzes. „Dat moest want dit was mijn eigen persoonlijke zoektocht.”

Die zoektocht heeft hem als artiest rijker gemaakt, zegt Akwasi. Losser, veelzijdiger en dynamischer. „Ik heb vrijer leren creëren. Op de eerste track van het album hoor je me eerst in het Ghanees – zangerig en recht uit mijn hart – dan rappen, en dan in een nog snellere, bijna grime-achtige flow. Mijn muziek is gelaagder geworden. Ik ga nu alleen maar dieper zoeken in mijn roots – het klinkt als wat ik moet doen. Vanaf hier kan ik verder en word ik nog sterker.”

Lees ook het interview ‘Geen beats maar symfonieën’ over het debuutalbum van Zwart Licht (2010)

In het begin van het maakproces voelde hij zich kwetsbaarder dan hij gewend was. „Alsof ik nu pas voor het eerst mijn leven op het spel zette en mijn identiteit blootlegde.” Het nummer dat hem in de studio motiveerde, was ‘Stand on the Word’ van The Joubert Singers.

„That’s how the good Lord works”, zingt Akwasi, even met zijn ogen dicht. „Veel Ghanezen leren in de kerk drum, bas en gitaar spelen. Ik heb het woord gekregen. Dat nummer – ‘Sta op het woord’ – geeft me zóveel motivatie. In de studio zette ik het hard aan en danste ik erop, als een spirituele warming-up. Dan was ik opgeladen. Let’s go.”

In eerste instantie wilde hij het album De Zon noemen, zegt hij. „Naar de zon van Ghana. Lang was het enige wat je van me mocht weten dat ik een Ghanese naam heb, bloed en wortels, maar verder was ik alleen met Nederland bezig en de twaalf provincies die we hebben. Dit is nieuw terrein – de zon van Ghana heeft me op een andere manier laten schijnen. Ik wil die zon delen.” Akwasi lacht. „Je kunt niet hamsteren op de zon. Je verbrandt je tengels.”

Het album Sankofa van Akwasi verscheen vorige week. Optredens zodra het mag van het RIVM. Inl: akwasi.net