Medicijnen zijn volgende struikelblok

Tekorten Niet alleen in Nederland, ook in acht andere Europese landen vrezen ziekenhuizen een tekort aan ‘intensivecaremedicijnen’.

Drive-in waar medewerkers getest worden op corona vanuit hun auto bij het Amsterdam UMC, locatie AMC.
Drive-in waar medewerkers getest worden op corona vanuit hun auto bij het Amsterdam UMC, locatie AMC. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Het Erasmus MC is gewend aan veertig intensivecarebedden, maar binnenkort zijn dat er misschien wel honderdvijftig. „Als we vooruit rekenen”, zegt Hugo van der Kuy, hoofd van de ziekenhuisapotheek, „schrik ik enorm van de aantallen spuiten die wij straks nodig hebben voor al die patiënten. Meer dan vijftienhonderd per dag.”

Lees ook: Uitstel van acute zorg kan, maar ook dat is eindig

Het Rotterdamse ziekenhuis zette dinsdag een handtekening onder een internationale brandbrief van Europese ziekenhuizen. Er dreigen grote tekorten van medicijnen die veel op de intensive cares gebruikt worden zoals narcosemiddelen en spierverslappers. „Als Europese landen niet samenwerken om te zorgen dat er genoeg medicijnen zijn”, aldus de briefschrijvers, „kan het dat sommige ziekenhuizen binnen een tot twee weken geen adequate intensivecarehulp meer kunnen bieden.” De brief werd ook ondertekend door grote academische medische centra uit Oostenrijk, Zweden, Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje, Engeland en België. Dreigende tekorten van ‘intensivecaremedicijnen’ zijn niet alleen een Europees probleem, ook de Verenigde Staten worstelen ermee. Ziekenhuizen gaan sneller dan normaal door hun voorraden heen en farmaceuten kunnen het lastig bijbenen. Naast mondkapjes, personeelsgebrek en beademingsapparaten, is het een volgend mogelijk struikelblok voor de zorg.

Voorraden raken op

„We noemen zulke middelen intern niet voor niets essentiële intensivecaremedicatie”, zegt Van der Kuy. „Ze kunnen simpelweg niet gemist worden.” De apotheker stelde de brief zelf op samen met collega-ziekenhuizen in het buitenland. „In de call met andere ziekenhuizen hoorde ik schrijnende verhalen. Met name uit een ziekenhuis in Barcelona: ze hadden nog maar voor een dag of twee voorraad.” Omdat zulke ziekenhuizen nu alles aangrijpen, is het „extreem verontrustend”, staat in de brief, „dat artsen die al overwerkt zijn, moeten werken met producten en doseringen waar ze niet aan gewend zijn.” In de brief wordt gewaarschuwd dat ziekenhuizen met een ruimere voorraad, zoals het Erasmus MC, ook nog maar voor twee tot drie weken van zulke medicijnen hebben.

Het probleem gaat onder meer over narcosemiddelen als propofol. Coronapatiënten worden terwijl ze aan de beademing liggen vaak in slaap gehouden. Verder gaat het om dreigende tekorten van middelen die bloeddrukdalingen opvangen en de spierverslappers rocuronium, pancuronium en atracurium.

Er wordt gevreesd voor een domino-effect waardoor sommige landen uiteindelijk geen toegang meer hebben tot geneesmiddelen

Als alternatief voor propofol kan ook midazolam worden gebruikt in combinatie met een morfine-achtig middel. Maar uitwijken naar midazolam biedt maar kort soelaas, omdat ook daar een tekort van dreigt. Bovendien is het een belangrijk middel voor de palliatieve zorg (bestrijding van klachten in de laatste levensfase) buiten het ziekenhuis. Daar wordt het gebruikt om benauwdheid te bestrijden en mensen waar nodig meer rust te geven.

De medicijnen midazolam en rocuronium kunnen ook door sommige ziekenhuisapotheken worden gemaakt. Het Martini Ziekenhuis in Groningen bijvoorbeeld verdubbelde de productie van zulke medicijnen. Dat helpt wat, maar ziekenhuisapotheken kunnen samen nooit genoeg bereiden om aan de hele Nederlandse vraag te voldoen. Bovendien worden de grondstoffen die voor deze medicijnen nodig zijn niet in Nederland gemaakt. „Die komen met name uit Aziatische landen”, zegt Van der Kuy. „En zijn nu moeilijk, soms zelfs niet leverbaar.”

Vrees voor exportverbod

De ziekenhuizen roepen de Europese landen in de brief ook op om niet de grenzen te sluiten voor handel in medicijnen die op dreigen te raken. Eerder riep de Europese Commissie al op de handel niet te beperken met nationale verboden. Er wordt gevreesd voor een domino-effect waardoor sommige landen uiteindelijk geen toegang meer hebben tot geneesmiddelen.

Het Engelse ministerie van Volksgezondheid verbood bijvoorbeeld parallelhandel op middelen als propofol, dat betreft het opkopen van Engelse voorraden om ze in het buitenland te verkopen. Een exportverbod is wel besproken binnen het ministerie van VWS, maar er is niet voor gekozen. Dat stond vorige week in een Kamerbrief van het ministerie. Er wordt vastgehouden aan de huidige regels: medicijngroothandels dienen bij dreigende tekorten Nederlandse klanten eerst te bedienen en pas te exporteren als de eigen voorraad voldoende is.

Het ministerie probeert het probleem op andere manieren op te lossen. Woensdag werd bekend dat er een centrale coördinatiestructuur in het leven is geroepen om de beschikbaarheid van deze middelen in de gaten te houden en zo nodig te herverdelen tussen ziekenhuizen. Verder vraagt de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd rond bij bedrijven of ze bereid zouden zijn om deze geneesmiddelen te gaan produceren. Van operatiekamers in ziekenhuizen die momenteel niet in gebruik zijn, werden eerder ook voorraden gehaald. Ook kijkt de inspectie naar de voorraden bij privéklinieken die momenteel gesloten zijn en of het mogelijk is om geneesmiddelen in te zetten die nu voor dieren gebruikt worden.

Het probleem speelt niet alleen in Europa. Vizient Inc, een farmaceutisch inkoopbedrijf dat met meer dan de helft van de Amerikaanse ziekenhuizen werkt, zag bestellingen voor onder meer propofol sinds januari met de helft toenemen. Inmiddels krijgen ziekenhuizen een derde van de bestellingen die ze doen niet meer binnen.