Opinie

Het komt goed... misschien

Lotfi El Hamidi

‘Vieze lucht voor alle Rotterdammers’, viel niet zolang geleden te lezen op ludieke posters die op de ramen in de havenstad werden opgehangen. Een aanklacht tegen luchtvervuiling. Rotterdam behoort tot de vieste steden van Nederland, mede door de zware industrie en het drukke verkeer. Nu de bedrijvigheid voor een groot deel is stilgevallen, moest ik denken aan die posters. De lucht lijkt nu toch echt schoner en het is zelfs aangenaam wandelen in de stad, ook langs normaal drukke verkeersaders zoals de Maasboulevard.

Het Stadsarchief Rotterdam wil de huidige coronacrisis, die je gerust al historisch kunt noemen, voor het nageslacht vastleggen. Uitstekend idee, denk ik meteen als historicus, en ik hoop ook mijn steentje bij te dragen.

Terwijl ik langs de Maasboulevard wandel, kom ik aan de voet van de Willemsbrug een rood beschilderd elektriciteitshuisje tegen, met in het wit geschreven de Rotterdamse wapenspreuk ‘Sterker door strijd’. Een wit bankje waarbij het middelste gedeelte is weggelaten moet de anderhalve meter afstand symboliseren. Op de achterkant van het knalrode huisje staat de hoopvolle boodschap dat het goed komt.

Maar komt het wel goed met deze stad, is de vraag die bij mij rijst wanneer ik de Willemsbrug oversteek en de zuidzijde van de Maas bereik. Ik wandel door de Oranjeboomstraat, een kilometer lange straat in de wijk Feijenoord. Een rauw randje, zou een makelaar zeggen die in de buurt een huis wil verkopen, en zeg nou zelf, waar vind je een moskee, een seksbioscoop en een coffeeshop naast elkaar?

Voor een gesloten deur van een café staat een groepje Turkse mannen te praten, ogenschijnlijk de stamgasten van het dichte café, die keurig afstand van elkaar houden. Verderop lopen enkele gesluierde vrouwen met mondkapjes op schichtig met een boodschappenkarretje naar de islamitische slager of buurtsuper – en ook daar staan mensen geduldig op gepaste afstand in de rij. Op posters biedt de lokale welzijnsorganisatie hulp aan, in het Nederlands, Turks en Arabisch.

Wat mij vooral opvalt zijn de vele winkelwagens, sporadisch achtergelaten, en de troep op straat, alsof de vuilophaaldienst de buurt de afgelopen week als de pest heeft gemeden. Maar misschien valt het allemaal juist op omdat er nauwelijks mensen buiten zijn. De coronacrisis laat zien wat nu moeilijk te verbloemen is: de armoede en verloedering van een verwaarloosde buurt.

Maar ik maak me vooral zorgen om wat niet zichtbaar is. Dit is een straat waar mensen de gordijnen van hun portiekwoning dichthouden. Hier geen gezang of applaus, bewoners zitten in de overlevingsmodus. Corona discrimineert niet, nee, maar de sociale onderkant zal onevenredig harder getroffen worden.

Het komt goed. Inshallah, zouden ze hier eraan toevoegen.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.