Een intelligente moraal gezocht voor bij een intelligente lockdown

Gedrag De intelligente lockdown duurt nog zeker vier weken. Het kabinet doet een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van burgers. Wat voor moraal past daarbij?

Het kabinet doet een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van burgers en dat leidt tot veel grijze gebieden. Wat kan nog wel en wat niet?
Het kabinet doet een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van burgers en dat leidt tot veel grijze gebieden. Wat kan nog wel en wat niet? Foto John Peters/ANP

Een 36-jarige man uit Deventer hield het thuis geen minuut langer uit. Hij stapte samen met vrouw en kind op de fiets en koerste langs de uiterwaarden van de IJssel naar Zutphen.

Onderweg besloot de man, die liever niet zijn naam wil geven, zijn bijna jarige neefje met taart te verrassen. Daarvoor moest hij eerst naar een bakker, waar een andere bezoeker de gedragsregels overtrad. Ze at haar croissantje in de winkel op en werd daar door het personeel op aangesproken.

De man vervolgde daarna met zijn gezin zijn weg over de smalle, goed bezochte markt in het hart van de Hanzestad. Een markt waar met geen mogelijkheid aan de nieuwe afstandsregels viel te voldoen. Laverend met hun fietsen, in een ingewikkelde choreografie met de andere marktbezoekers, probeerden ze het eind van de markt te halen. Oh help, vier onvoorzichtige tieners! Een zwenk naar links. Een rij voor een kraam die nét iets te lang is! Gauw naar rechts.

Eenmaal de markt af verscheen het gezin even later bij verrassing aan de voordeur van hun familieleden. Daar zongen ze met zijn negenen in een smalle stadstuin ‘Lang zal ze leven’. Zachter dan anders, dat wel, want wat zouden de buren wel niet denken?

Een trein vol vraagstukken

Een verrassingsvisite voor een jarige peuter. Een gezin dat vrolijk langs de IJssel fietst. Een bezoekje aan de bakker. In normale tijden zijn er haast geen activiteiten te bedenken die onverdachter dan deze zijn. Maar, ik zal het nu toch maar opbiechten, die 36-jarige man uit Deventer die liever niet zijn naam wil zeggen, dat ben ik zelf.

Er maakte zich namelijk toch iets van schaamte van mij meester toen ik de avond na dit avontuur weer op mijn bank plaatsnam. Net zo proef ik nu enige aarzeling bij het neerschrijven van onze wederwaardigheden. Wat zou ú hiervan kunnen denken?

Lees ook: Zes tips om veerkrachtig te blijven in een tijd van onrust

Volgens ‘denkdokter’ Elke Wiss, van wie deze week het boek Socrates op sneakers verschijnt, is een vraag in deze tijd nooit zómaar een vraag. Aan de telefoon vanuit haar huis in de bossen bij Epe denkt ze mee over de dilemma’s die deze tijd met zich meebrengt. „Ga ik met mijn buren om een kampvuur zitten, zelfs al houden we afstand? En zo ja, nemen we dan een fles wijn mee? Bij wie laten we de afwas? Bij vrijwel iedere alledaagse keuze blijken ineens allerlei ingewikkelde vervolgvragen te stellen. Ze voegen zich als wagonnetjes aan de trein die voortdurend door ieders hoofd raast.”

Alles staat onder spanning

Van columnist Stevo Akkerman van dagblad Trouw verschijnt eveneens deze week Wat is dan goed?, een interviewbundel over precies dit soort vragen. Hij sprak met schrijvers als Marilynne Robinson en Arnon Grunberg, maar ook met Rowan Williams, de voormalige aartsbisschop van Canterbury. Over de telefoon zegt hij de gewetensnood wel te herkennen: „Een plaag als deze betekent een tijd van geïntensiveerd leven. Alles komt onder spanning te staan. Dat geldt ook voor ons gedrag. Dat wordt nu vaker moreel geïnterpreteerd. Zeker door onze omgeving.”

Die omgeving heeft dan ook ineens véél meer met onze keuzes van doen als voorheen. De familie die wij met een bezoekje vereerden, bestiert bijvoorbeeld een gezinshuis voor jongeren die nog niet op zichzelf kunnen wonen. Hoe kan ik zeker weten of ik ergens op de markt niet onbedoeld mijn eigen gezin besmet heb? En via ons weer onze familieleden en hun cliënten? En hoe verantwoord zijn hun cliënten op hun beurt weer? Je draagt in deze tijden niet alleen de consequenties van je eigen keuzes, maar ook van die van anderen.

Relativeren

Akkerman wil bij dat soort gepieker wel wat relativeren: „In het doen van het goede kunnen we fouten maken. Dat doen we altijd, de gevolgen zijn nu alleen wat pregnanter. Het gevaar is dat je daardoor verlamd raakt. Dat alles ineens gevaarlijk wordt. Dat lijkt me niet nodig.”

Ook Elke Wiss wil waarschuwen voor het gevaar van te veel moreel dóórdenken: „Epictetus, de stoïcijn, zou je waarschijnlijk voorhouden alléén maar bezig te zijn met hetgeen je kunt beïnvloeden. Die consequenties en hoe voorzichtig anderen in deze tijd zijn, daar gá jij helemaal niet over.”

De voorzichtigen versus de onvoorzichtigen

Terwijl ik de avond na ons avontuur op de fiets op de bank mijn coronazonden lag te overdenken, zag ik op mijn telefoon hoe een buurman die dag in de weer was geweest om overtreders van de nieuwe orde met de zoomfunctie van zijn camera op afstand vast te leggen. Zijn Facebookprofiel stond vol met parkbezoekers die in zijn ogen véél te dicht bij elkaar stonden. En hij was niet de enige: menig tijdlijn stond de afgelopen weken vol met beelden van véél te onvoorzichtige anderen. Vakkundig vastgelegd door de wél voorzichtigen achter het struikgewas, een boom of in de duinen.

Lees ook: Eeuwenoude filosofen hebben goede tips tegen corona-angst

Tien minuten lang had ik die week zélf zo’n foto van een véél te vol stadsplein op Twitter staan. Tot het me begon te dagen wat ik hiermee in feite was geworden: een vrijwillige spion die zijn medeburgers via sociale media ‘aangeeft’ bij anderen. Ik besloot mijn foto te wissen.

Toch bleef het knagen. Was ik niet moreel verplicht anderen door dit soort foto’s te waarschuwen binnen te blijven? Of moest ik anderen juist in hun waarde laten, zelfs als ze keuzes maken die ik onverantwoord acht?

Zoeken naar perfectie

Volgens Akkerman laat dit voorbeeld het gevaar zien van al dat streven naar het goede. „Het kan een utopisch element in zich dragen; dat je de perfectie gaat zoeken. Op een groter niveau kom je dan terecht bij politieke ideologieën die ons het paradijs beloven. Maar op een kleiner niveau gebeurt dat nu in onze eigen levens ook. Degene die het goede in de weg staat moet als een zondebok de woestijn in worden gestuurd of op zijn minst op de vingers getikt. Want diegene verwoest mijn gevoel van wat goed is en wat mij houvast geeft.”

Zowel de agressie als de empathie die deze tijd met zich meebrengt, zullen volgens Akkerman overigens van tijdelijke aard blijken. „We zijn zo weer terug in onze oude structuur.”

Toch maakt de uitzonderingstoestand waar we nu in leven van vrije ‘leven-en-laten-leven-burgers’ in feite infiltranten in elkaars bestaan. En dat in Nederland ook de komende weken expliciet voor een intelligente lockdown wordt gekozen, maakt het voor burgers alleen maar ingewikkelder. Het betekent dat de overheid de écht lastige keuzes – die in het grijze gebied – als het ware uitbesteedt aan haar burgers. Zo’n intelligente lockdown vraagt om een intelligente moraal.

Op de camping

Want de coronahoesters, die burgers bewust de stuipen op het lijf jagen, de zwartrijders die van het feit dat ze niet meer langs de buschauffeur mogen gebruik maken om zonder in te checken de bus in te stappen. Ja, die zitten natuurlijk evident fout.

Maar wat te zeggen, bijvoorbeeld, van Brabanders die op een camping in Friesland de crisis uitzitten? Brengen zij anderen in gevaar of brengen ze zichzelf juist in bescherming? En neem de verordening dat je alleen naar de supermarkt moet gaan. En hoe moet dat als alleenstaande ouder met kinderen onder de zes? Je kunt ze moeilijk even naar de buren brengen.

Tips om het thuisblijven te overleven vind je in De Grote Thuisblijfgids

„De communicatie vanuit het kabinet was natuurlijk niet altijd even duidelijk”, zag columnist Akkerman, „maar tegelijk zeg ik: wees een beetje realistisch, er zitten grenzen aan wat mensen kunnen. Dat moet je verdisconteren, ook bij ministers. We kunnen in deze situatie niet van hen verwachten dat ze alle duidelijkheid op een presenteerblaadje aan ons aanreiken.”

Ingewikkeld blijft het. Want zelfs duidelijk goede daden zijn niet langer eenduidig goed te noemen. Een stapeltje tijdschriften buiten de deur leggen ‘om mee te nemen’, zoals buren deze week deden. Is dat een goede daad of juist onvoorzichtig? Wie weet wie er daags daarvoor nog in heeft zitten kuchen. Of wie er met vieze handen doorheen bladert voor de bladen weer terug op de stapel te leggen. Of neem die buurvrouw die mij deze week haar telefoon gaf, met de vraag of ik wat apps voor het afstandsonderwijs van onze school daarop kon zetten. Deed ik daar nu goed aan of niet?

Wat is deugen?

Terwijl juist in deze tijd op ieder nachtkastje de bestseller van Rutger Bregman ligt, waarin op grond van onderzoek gesteld wordt dat ‘de meeste mensen deugen’, werpen casussen als deze een complexere vraag op: wat ís deugen eigenlijk, in deze buitengewone context?

„Je moet die vragen gewoon laten staan”, raadt Elke Wiss aan. „Waarom verdient elke vraag een antwoord? Zeker, er moet gehandeld worden, er moet beslist worden. Maar de mensen die dat moeten doen zijn onze leiders. Het is maar de vraag of we – naast dat wij natuurlijk ons best moeten doen – nog iets te handelen en te beslissen hebben. Misschien moeten we in deze tijd wel vooral leren om verschillende perspectieven op een onderwerp naast elkaar te laten bestaan. En leren leven vanuit het socratische idee dat je in principe niets weet.”

De mens wíl het goede, leerde Akkerman uit zijn interviews, maar faalt daar onherroepelijk in. „De kunst is ons eigen falen én dat van anderen te verdragen. Om te allen tijde mildheid te blijven betrachten jegens jezelf en anderen. Zeker in deze tijd.”