Opinie

Beroep op eigen verantwoordelijkheid is verstandig

Verlenging maatregelen

Commentaar

De verlenging tot en met 28 april van de ‘intelligente lockdown’, zoals premier Rutte de overheidsmaatregelen omschrijft, verraste dinsdagavond niet. Het verloop van de besmettingen laat niet anders toe, de piek op de intensive care moet nog komen en het dodental stijgt nog dagelijks.

RIVM-directeur infectieziektebestrijding Jaap van Dissel benadrukte woensdag in de Tweede Kamer dat de maatregelen niet binnen een paar weken teruggedraaid kunnen worden, althans niet tot de besmettingsgraad in Nederland zo laag is dat de verspreiding van Covid-19 onder controle kan worden gehouden.

En dus blijven de kantoren nog zeker drie weken leeg, de scholen gesloten, restaurants, cafés, musea, theaters en sportscholen dicht. Wie plannen wil maken voor daarna is voorbarig bezig, waarschuwde de premier meteen, het land voorbereidend op een nieuw normaal dat bestaat uit een lente en wellicht zomer van videobellen, balkonborrels en rust op straat.

Lees ook over de verlenging van de maatregelen: Het openbare leven blijft nog platliggen

De boodschap van het kabinet was ditmaal helder. De verwarring van de vorige persconferentie, toen het vier dagen duurde voordat uit de noodverordeningen exact duidelijk werd wat nu wél en vooral niet mocht, bleef uit. Nu maakte de premier duidelijk: ‘we’ zijn er nog lang niet, ‘we’ doen dit met zijn allen en ‘we’ houden dit vol. „In ons land blijven we thuis, gaan we niet met vakantie en hoesten we in onze elleboog”, zei Rutte.

Dat beroep op solidariteit en tegelijkertijd de eigen verantwoordelijkheid is verstandig. Er wordt immers om een opoffering gevraagd die langer duurt dan waar de meeste mensen zich op hadden ingesteld. De aanpassingen die vrijwel iedereen heeft moeten doen, moeten langer worden volgehouden.

Alles zal afhangen van hoe goed Nederland zich de komende weken aan die maatregelen en aanpassingen blijft houden. Daarbij loeren gevaren: het mooie weer, de gewenning van zelfisolatie, een dodental dat stabiliseert waardoor het gevoel van gevaar en urgentie aan kracht afneemt.

Maar hoe meer zelfdiscipline in de komende weken, des te minder is overheidsingrijpen nodig. Dan kan handhaven blijven bij een stevig gesprek en die incidentele stevige boete. Dan zijn er geen extra noodverordeningen nodig, noch uitbreiding van bevoegdheden of versimpeling van burgerrechten, zoals elders in de wereld te zien is.

In dit „land wars van betutteling”, zongen Fluitsma en Van Tijn halverwege de jaren negentig al, past ook geen overheid die met harde hand dwingt. Deze 17 miljoen mensen schrijf je immers geen wetten voor, die laat je in hun waarde. Zoals Davina Michelle en Snelle nu in hun cover van dat nummer zingen: „Met de neus in dezelfde richting komen we hier uit.” Of zoals de premier het verwoordde: „In een volwassen democratisch land met volwassen inwoners” is er geen regering nodig die zegt „je mot dit en je mot zo.”

Dat is van belang. Als in de toekomst periodes van zelfisolatie vaker voorkomen en dit het nieuwe normaal is, dan is de manier waarop Nederland zich nu vormt een gedroomd schema van hoe overheid en burger met elkaar omgaan. Een land waar zeventien miljoen mensen aan lichte dwang genoeg hebben.