Recensie

Recensie Film

‘The Witch’: hekserij en erfzonde en een zwarte bok

Horror In ‘The Witch’ trekt een gezin godsdienstfanaten rond 1630 de wildernis in. Maar achter de bosrand loert hekserij. Is de bok van de familie misschien Satan?

Het godsdienstige gezin van Thomasin (Anya Taylor-Joy) wordt beproefd door demonen in ‘The Witch’.
Het godsdienstige gezin van Thomasin (Anya Taylor-Joy) wordt beproefd door demonen in ‘The Witch’.

Voor zijn bejubelde The Lighthouse debuteerde regisseur Robert Eggers in 2015 sensationeel met The Witch. Met Ben Wheatley (Kill List) en Ari Aster (Midsommar) bracht hij een heropleving van de folkhorror: onder de alledaagse realiteit schuilt een gruwelwereld van duivels, heksen en heidense rituelen.

Circa 1630 trekken we in The Witch met een gezin godsdienstfanaten de wildernis in. Zelfs te extreem voor puriteins New Engeland, stichten ze daar hun nieuwe Jeruzalem. Maar achter de bosrand loert hekserij en in hun hart erfzonde: incestueuze begeerte, jaloezie, wanhoop. Een baby verdwijnt. Wantrouwen groeit. Is Black Philip, de bok, misschien Satan?

Je kan een heel artikel wijden aan de seksuele politiek van The Witch of aan de formele controle van Eggers, van huis uit production designer. Hoe natuurlijk hij zijn bleke tinten afwisselt met koel Vermeer of Rembrandt bij kaarslicht. Maar The Witch is vooral opmerkelijk omdat hij je verplaatst in een verdwenen levensgevoel en je daar niet uit laat ontsnappen. De wereld van 17de-eeuwse gereformeerden is hard, obsessief en angstig: onderworpen aan een ongenaakbare, veeleisende God, beproefd door demonen. De emoties ken je, de logica niet.

„How I crave to sink my teeth into thy pink flesh”: bij Eggers klinken zulke archaïsche zinnen naturel – net als in The Lighthouse trouwens. The Witch is een adembenemende film.