Opinie

Overvallers met mondkapjes

Dagboek Coronavirus

Vroeger, toen ik nog alcoholist was, beschouwde ik mezelf niet als alcoholist omdat ik nooit thuis dronk. Ik was ook zelden thuis. Het was mijn opdracht om in de namiddag om vijf uur stipt af te dalen naar het terras en verder zo min mogelijk te bewegen tot sluitingstijd. Ik was daar erg goed in geworden, een van de besten van mijn generatie, durf ik wel te stellen.

Als ik erover nadenk hoe mijn vroegere ik de huidige quarantaine zou hebben doorstaan, lopen de rillingen mij over de rug. Dus ik voel wel enige empathie met alle dronkenlappen van de stad die nu hun alibi van een sociaal leven kwijt zijn en die het thuis in het eenzame gezelschap van een fles trachten te vermijden om conclusies te trekken.

Ook de verschoppelingen en het uitschot hebben het zwaar. De zakkenrollers zijn werkloos geworden. Het aantal berovingen in de lege straten van Genua is gedaald tot nul. Inbrekers worden door politiepatrouilles om gezondheidsredenen terug naar huis gestuurd voordat ze de kans krijgen een kraak te zetten. De drugsdealers zijn er nog wel. In de stegen rond Vico Mele trachten zij uit het zicht te blijven van surveillerende ordediensten. Maar hun clientèle heeft er minder routine in dan zij om het straatverbod te negeren en laat het afweten. Bovendien zijn de pushers bang voor besmetting. Ze dragen mondkapjes en handschoenen. Oplichters hielden zich aanvankelijk staande door bij bejaarden aan te bellen met het excuus dat ze getest moesten worden. Maar omdat elke dag in het nieuws is dat er te weinig tests beschikbaar zijn, trapt niemand daar nog in.

De enige succesvolle misdaad van de afgelopen weken was een overval op een apotheek. De overvallers waren onherkenbaar en zijn nog voortvluchtig. Ze droegen mondkapjes.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua, Italië.