Ongedocumenteerde Patrícia verloor 80 procent van haar inkomsten

Ongedocumenteerden De coronacrisis treft mensen zonder verblijfsdocumenten hard. „Over een maand of twee is mijn geld wel op.”

Archiefbeeld van een leegstaand kantoorpand in Amstelveen, waar vorig jaar ongedocumenteerde vluchtelingen van actiegroep We Are Here waren neergestreken.
Archiefbeeld van een leegstaand kantoorpand in Amstelveen, waar vorig jaar ongedocumenteerde vluchtelingen van actiegroep We Are Here waren neergestreken. Foto ANP/Piroschka van de Wouw

Het leven zonder verblijfspapieren is voor Patrícia (38) altijd al lastig geweest in Nederland. Zonder documenten kan de Braziliaanse veel woningen niet huren, geen eigen bankrekening openen. Er is altijd de angst om door de politie te worden opgepakt. Met een vriendin maakt ze schoon bij mensen thuis. Daarmee verdient ze voldoende geld om zichzelf – en haar kinderen in Brazilië – te kunnen onderhouden.

Maar sinds de coronacrisis maakt Patrícia, die niet met haar achternaam in de krant wil, zich grote zorgen: in een paar weken tijd verloor ze 80 procent van haar inkomsten. Veel mensen hebben haar diensten niet meer nodig. Ze lijden zelf financieel onder de coronacrisis en kunnen een schoonmaakster niet meer betalen. Of hebben liever geen mensen meer in huis, ook niet als ze zelf de deur uitgaan.

„Ik heb wel geld gespaard, ik ben in feite zzp’er”, zegt Patrícia, die vier jaar geleden uit het Braziliaanse binnenland naar Amsterdam verhuisde. „Maar dat is over een maand of twee wel op. En wat moet ik dan?” Op een verblijfsvergunning maakt ze geen aanspraak, dus heeft ze geen recht op bijstand of andere financiële vangnetten, zoals een toeslag voor de huur. Medische zorg is wel beperkt toegankelijk. Er zijn posten die ongedocumenteerden behandelen en er zijn potjes voor medisch noodzakelijke hulp.

Inkomsten slinken drastisch

Ongedocumenteerden zien hun inkomsten slinken of volledig wegvallen. Dat zijn vooral de grote gemeenschappen, zoals Brazilianen, Filippijnen, Indonesiërs, Ghanezen en Nigerianen die een schaduweconomie vormen. Zij zijn vrijwel nooit in het nieuws, omdat ze zelfvoorzienend zijn, maar onder de radar opereren. Het zijn vaak schoonmakers, van particulieren en van horeca, tuinmannen en -vrouwen, kindermeisjes, klussers of ze werken elders zwart.

De groep ongedocumenteerden bestaat volgens schattingen uit enkele tienduizenden mensen – het laatste cijfer van 35 duizend, van onderzoekscentrum WODC, was gebaseerd op ijkjaar 2013. Er zijn ook vreemdelingen van wie de vergunning is verlopen, uitgeprocedeerde asielzoekers, statenlozen die niet kunnen terugkeren naar hun land van herkomst en slachtoffers van mensenhandel die geen aangifte hebben durven doen en nu zonder papieren in Nederland zitten.

Voor die groep dreigt soms acute nood. „In Amsterdam is de situatie het meest dramatisch”, zegt Rian Ederveen die bij de Stichting Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt (LOS) het landelijke beeld goed overziet. „Daar lopen de meeste mensen vast die ineens geen onderdak meer hebben of waar nieuwe oplossingen moeten worden gevonden om dagelijks aan eten te komen.”

Amsterdam is een van de steden waar ongedocumenteerden tijdelijk onderdak kunnen krijgen in de 24-uursopvang, als onderdeel van de pilot Landelijk Voorziening Vreemdelingenopvang (LVV) – die ook in Rotterdam, Utrecht, Groningen en Eindhoven loopt. Het is bedoeld voor uitgeprocedeerde asielzoekers of mensen met een vastgelopen asieldossier.

Maar omdat alle asielprocedures zijn opgeschort en rechtszaken stilliggen, is er nu geen doorstroom meer. „De mensen die in een opvang zitten, zitten daar relatief veilig”, zegt Annette Kouwenhoven van Amsterdam City Rights. Al vrezen de ongedocumenteerden, die vaak met meerdere mensen een kamer delen, besmetting. „Maar de groep die daar niet meer bij past, groeit.”

Winteropvang gesloten

De winteropvang, waar veel dak- en thuislozen gebruik van maken, werd onlangs gesloten voor ongedocumenteerden. 75 mensen die op de wachtlijst stonden voor opvang zijn nu tijdelijk ondergebracht in de Amsterdamse Sporthallen Zuid. „Daar kunnen ze slapen, overdag staan ze op straat”, zegt Kouwenhoven. „De plekken waar deze groep normaal gesproken gebruik maakt van het toilet, zoals bibliotheken en inloophuizen, zijn gesloten. En steeds meer zaken doen cash geld in de ban – hoe kunnen deze mensen dan nog betalen?”

In een gekraakte garage in Amsterdam-Zuidoost bivakkeert een groep van tachtig ongedocumenteerden dicht op elkaar in zespersoons tenten. De garage zou 15 maart ontruimd worden vanwege de sloop, maar dat is tot nader order uitgesteld.

Vorige week sloot ook het Wereldhuis in Amsterdam, een inloophuis voor ongedocumenteerden. De situatie was te onveilig, besmettingsgevaar dreigde. „Terwijl alle Nederlanders het advies krijgen om binnen te blijven, wordt tegen deze mensen gezegd dat ze overdag maar de straat op moeten”, zegt Kouwenhoven. „Het verschil tussen mensen met en mensen zonder een dak boven hun hoofd was nooit eerder zo groot.”

Voor de mensen in vreemdelingendetentie zijn ook onzekere tijden aangebroken. In Zeist, waar gezinnen die worden uitgezet meestal verblijven, is het detentiecentrum nagenoeg leeg, nu ook de uitzettingen zijn opgeschort. In Rotterdam zitten nog zo’n driehonderd mensen, allemaal mannen, vast – zo’n honderd zogeheten Dublinclaimanten zijn nu vrijgelaten. Asielzoekers die al een aanvraag hebben lopen, moeten volgens de Dublinafspraken teruggestuurd worden naar het EU-land waar ze voor het eerst als asielzoeker werden geregistreerd. „Deze mannen zitten nu vaak twintig uur per dag in hun cel”, zegt Revijara Oosterhuis van het Meldpunt Vreemdelingendetentie, „Niemand weet hoe lang dit gaat duren. Iedereen moet worden vrijgelaten, vinden wij. Dit zijn geen criminelen. De situatie is onmenselijk.”

Faisal Subroto (38) woont al twaalf jaar zonder verblijfsvergunning in Nederland. Van de veertien huizen die hij iedere week schoonmaakte, is er nu nog één over. „Sommige mensen betalen me nog wel door, maar de meeste niet”, vertelt hij. Aan de gevolgen voor hemzelf probeert hij niet te denken, hij wil eerst zorgen voor de Indonesische gemeenschap in Amsterdam. „Ik zamel geld in, de nood is hoog”, zegt hij. „Een bekende, een oudere vrouw, bleek al een week niets te hebben gegeten.”

Lees ook dit opiniestuk van onderzoeker Janine Janssen: Wie hier niet mag zijn, voelt zich nu dubbel ongewenst