Oeroude gangen zijn gegraven door ‘miniworm’ Ikaria

Paleobiologie De fossiele dieren, ter grootte van een rijstkorrel, hebben een duidelijke voor- en achterkant: ze hadden een mond, darmen en anus.

Impressie van Ikaria wariootia.
Impressie van Ikaria wariootia. Illustratie Sohail Wasif/UCR

Ikaria wariootia, een wormachtig dier dat zo 555 miljoen jaar geleden leefde, is de vroegst bekende voorouder van een groot deel van de hedendaagse diersoorten. Dat schrijven onderzoekers van de universiteit van Californië in tijdschrift PNAS. De fossiele worm behoort tot de Bilateria – tweezijdig symmetrische dieren, met een duidelijke opening aan voor- en achterkant en een tussenliggend darmstelsel – en markeert de overgang van simpele, microscopische levensvormen naar complexer leven zoals we dat nu kennen.

De Zuid-Australische zandsteenlaag waarin Ikaria wariootia werd aangetroffen was al langer bekend bij paleontologen, vanwege langgerekte fossiele sporen die daarin voorkwamen. Wetenschappers waren het erover eens dat die gemaakt moesten zijn door vroege Bilateria, maar die leken zelf niet gefossiliseerd te zijn. Bij nadere inspectie ontdekte hoofdauteur Scott Evans echter kleine, langgerekte ovale structuren in de buurt van enkele van die graafgangen. Met behulp van een NASA-beurs (bedoeld voor exobiologisch onderzoek, naar leven op andere planeten) liet hij de zandsteen doorlichten door een 3D-laserscan en ontdekte zodoende dat het fossiele dieren betrof ter grootte van een rijstkorrel, met een duidelijke voor- en achterkant. In totaal bestudeerden de Amerikaanse paleontologen 108 exemplaren van Ikaria wariootia in de bewuste zandsteenlaag, en 19 losse exemplaren in andere zandsteenlagen. Elk exemplaar was tussen de 1,9 en 6,7 mm lang, en tussen de 1,1 en 2,4 mm breed. Het fossiel behoort tot de zogeheten Ediacarische fauna, de vroegst bekende, meercellige organismen, die leefden tussen pakweg 575 en 542 miljoen jaar geleden, aan het einde van het Ediacarium. Gewervelde dieren bestonden toen nog niet.

Kleine beetjes sediment

Dat de soort daadwerkelijk een mond, een eenvoudig darmstelsel en een anus had, concluderen de onderzoekers uit kleine beetjes verplaatst sediment (dat door de worm zou zijn opgegeten en vervolgens weer zijn uitgepoept).

Tot nu toe waren er twee soorten uit het Ediacarium bekend die kruipsporen maakten: Kimberella quadrata en Yilingia spiciformis. Die laatste soort werd eind 2019 voor het eerst beschreven en is tussen de 551 en 540 miljoen jaar oud. Ook Kimberella is jonger dan Ikaria wariootia, schrijven de auteurs van het huidige artikel. De Kimberella-fossielen komen in de bestudeerde zandsteenlaag zelfs zo’n 100 meter boven die vroege primitieve kruipsporen voor.

De ouderdom van die sporen werd eerder al geschat tussen de 560 en 551 miljoen jaar – de periode waarin Ikaria wariootia ook zou hebben geleefd. De paleontologen omschrijven het leefgebied van de vroege worm als een ondiep, marien milieu. In de graafsporen zijn markante, V-vormige ribbels te zien. Die wijzen erop dat de onderwaterworm zich voortbewoog door zijn spieren samen te trekken, vergelijkbaar met de manier waarop hedendaagse wormen kruipen.