Reportage

Nog meer bedden, dat gaat ten koste van de patiënt

Intensive Care Het aantal bedden op de intensive care-afdeling van het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem is verdubbeld. Een IC-verpleegkundige verzorgt voortaan twee patiënten in plaats van een.

Ziekenhuis Rijnstate in Arnhem strijdt met het coronavirus.
Ziekenhuis Rijnstate in Arnhem strijdt met het coronavirus. Foto Persbureau Heitink

Ze slaapt dezer dagen in het ziekenhuis. Normaal gaat Brigitte Westerhof na een avonddienst naar huis, ze woont vlakbij. Maar nu is er zo veel te doen – een grote stroom patiënten opvangen, collega-specialisten inwerken, overleggen – dat ze blijft. Westerhof is intensivist op de intensive care (IC). Ze slaapt in een kamer waar normaal gesproken familie van patiënten verblijft.

Eerst werden de Brabantse ziekenhuizen overspoeld met Covid-19-patiënten. Toen de Limburgse, en nu die in de rest van het land. Het middelgrote Rijnstate in Arnhem zit „in de slipstream van Brabant”, zegt manager Zorg Mieke Zemmelink. Alles is er veranderd sinds 14 maart, toen Rijnstate de eerste coronapatiënt uit Noord-Brabant opnam.

Brigitte Westerhof: „Op 10 maart maakten we een grof plan; 12 maart maakten we met alle leidinggevenden van de anesthesie, operatiekamers en de intensive care een plan om op te schalen. Het leek toen nog ver van ons bed. 14 maart kwam de eerste patiënt al uit Brabant. We hebben toen snel veel geleerd. Vooral hoe je moet omgaan met totale isolatie: je kunt minder vaak langs bij de patiënt dan normaal, je kunt minder familie toelaten en álles moet beschermd worden.”

Dinsdag 31 maart liggen om drie uur 67 Covid-19 patiënten en 27 coronaverdachte patiënten in het Rijnstate ziekenhuis en 19 op de intensive care. Sommigen komen uit Noord-Brabant maar de regio Arnhem zelf heeft ook steeds meer Covid-19-patiënten. Dit weekend moest Rijnstate zelfs twee coronapatiënten uitplaatsen naar Brabant, omdat de intensive care in Arnhem vol lag.

Lees ook: Uitbreiding IC-bedden vergt uiterste van ziekenhuizen

Coördinatie in de regio

Mieke Zemmelink geeft elke ochtend door aan ziekenhuizen in de regio hoeveel Covid-19-patiënten er zijn en hoeveel ruimte Rijnstate heeft. Maandag had Rijnstate 28 IC-bedden ingericht; normaal zijn dat er 14. „Dit is voorlopig het maximale wat we aankunnen, op een veilige manier. Met voldoende personeel, materiaal en medicijnen om de patiënt te verzorgen.” Tussendoor peilt de regiocoördinator twee keer per dag bij Zemmelink wat er in Rijnstate mogelijk is.

Ze heeft ook zes verpleegafdelingen (twintig bedden per afdeling) ingericht voor Covid-19; vandaag is een zevende in de maak. Daar liggen twee soorten coronapatiënten: mensen die het gaan redden maar die te ziek zijn om thuis te blijven. En mensen die het misschien niet gaan redden, in verband met hun leeftijd of doordat ze al heel ziek waren.

Wat blijft er aan bedden over voor andere patiënten? Voorlopig 320.

En verder uitbreiden voor Covid-19, zoals de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care en het ministerie willen? Zemmelink: „Dat doen we alleen als alle ziekenhuizen dat doen. Want als we verder gaan dan 28 bedden, verliezen we kwaliteit voor de patiënt. Je wilt zeker weten dat je patiënt niet ergens anders beter af zou zijn voordat je hem hier houdt. Want elk extra bed is dan op een lager kwaliteitsniveau.”

‘Mocht het straks heel slecht met u gaan, wilt u dan naar de intensive care? Weet u wat dat inhoudt?’

De beroepsnorm schrijft voor dat één IC-patiënt wordt verzorgd door één IC-verpleegkundige; nu heeft zij, door de verdubbeling van het aantal bedden, twee patiënten onder haar hoede. Ze krijgt assistentie van andere verpleegkundigen maar is óók verantwoordelijk voor die anderen. Dat is nieuw.

„We rekken het elastiekje al helemaal op”, zegt Hans Schoo, lid van de raad van bestuur van het Rijnstate. „Maar het zijn wel echte mensen waar we voor zorgen. Ze zijn heel ziek. Dus we moeten steeds afwegen welk aantal we aankunnen op een veilige, verantwoorde manier.”

Cruciaal is altijd, en zeker nu, het intensivecaregesprek. Als een patiënt steeds zieker wordt, moeten arts, patiënt en familie afwegen of opname op de intensive care zin heeft. De patiënt met dit virus ligt gemiddeld twee tot vier weken op de IC, aan de beademing en allerlei andere machines. Covid-19 kan organen, zoals hart en nieren, al hebben aangetast. Door het in slaap houden verliest de patiënt elke dag spierkracht. De beademing geeft het lichaam de kans om het virus te verslaan, maar kan zelf schadelijk zijn voor de longen. Veel mensen overleven dat niet; in Nederland zijn al 166 Covid-19 patiënten overleden óp de IC.

Lees ook: ‘Twee patiënten aan één beademingsapparaat is levensgevaarlijk’

De afweging om níet naar de IC te gaan, is dus een gesprek over sterven. Er is geen medicijn dat Covid-19 geneest. Brigitte Westerhof: „We voeren meestal zelf dat gesprek met de patiënt. Maar momenteel gebeurt dat op de afdelingen door een longarts of internist. We willen eigenlijk dat het al op de spoedeisende hulp wordt gevoerd, bij binnenkomst. ‘Als het straks onverhoopt heel slecht met u gaat, wilt u dan naar de intensive care? Weet u wat dat inhoudt?’”

Voor bezoek gelden strenge regels. Er mag maar één familielid per dag bij de patiënt. Dat moeten verpleegkundigen bewaken. Alleen als iemand sterft, mogen er twee of drie bij.

Het ziekenhuis biedt psychologische hulp aan personeelsleden die het werk nu zwaar en confronterend vinden, zegt Schoo. „Hoe lang houden onze mensen dit vol?”

Mooi is wel, zegt bestuurslid Schoo, dat door deze crisis alle ziekenhuizen in de regio zich verenigen. „We zijn met zijn zevenen opeens één. Spullen worden verdeeld: mondkapjes, schorten, brillen, beademingsapparatuur. We overleggen een paar keer per dag: wie heeft er plek voor deze patiënt? Wie zou deze patiënt over kunnen nemen?”