Opinie

Nederland slaat in Brussel de verkeerde toon aan

Europese solidariteit

Commentaar

Na een Europese top per videoconferentie, donderdag, werd Nederland in niet mis te verstane termen onder vuur genomen. Uit Spanje, Portugal en Italië kwam de ene verwensing na de andere. De doorgaans behoedzaam formulerende Portugese premier António Costa noemde het Nederlandse optreden „walgelijk”.

De coronacrisis heeft de traditionele tegenstelling in de Europese Unie tussen het welvarende noorden en het minder welvarende zuiden vrijwel onmiddellijk op scherp gesteld. Italië en Spanje, landen die per etmaal honderden sterfgevallen te betreuren hebben, zijn woedend dat Nederland en Duitsland niet scheutig zijn met steun aan het zuiden. Vooral de opmerking van minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) dat eerst maar eens uitgezocht moet worden wat landen de afgelopen jaren gedaan hebben om reserves op te bouwen, viel helemaal verkeerd.

De ruzie liep zo hoog op dat met het risico van een scheuring van de EU werd geschermd. In het weekeinde meldde zich voormalig Commissie-voorzitter Jacques Delors met de waarschuwing dat de Noord-Zuid-tegenstelling de Unie op het spel zet. De voormalige Italiaanse premier Enrico Letta herhaalde dat risico maandag. Nout Wellink, oud-president van De Nederlandsche Bank, stelde dat er geen rijk noorden kan zijn als het zuiden omvalt.

Inmiddels rolt er een anti-Nederland-sentiment door Italië dat verontrustende trekjes heeft. Nederland wordt op sociale media uitgemaakt voor een land van egoïsten, profiteurs, oplichters en meedogenloze geldwoekeraars.

Nederland verzette zich vorige week tegen het openstellen van een Europees noodfonds onder weinig voorwaarden en tegen de uitgifte van Europese obligaties. Dat zijn bekende standpunten van Nederland in niet-coronatijden. En Nederland staat niet alleen. Ook Duitsland, Finland en Oostenrijk zijn terughoudend. Bovendien hadden negen landen, waaronder Frankrijk, al vóór de top in een brief gezamenlijk voor Europese obligaties gepleit. Zo bezien is het logisch dat Nederland ervoor koos zijn standpunt duidelijk te maken. Het probleem zat hem in de manier waarop dat gebeurde.

Nederland is de gebeten hond omdat het zuinigheid met arrogantie en trots uitdraagt. Nederland had al op een eerdere Europese top over de meerjarenbegroting irritatie gewekt met een onwrikbare houding en een premier die een biografie van Chopin mee naar de vergadering nam om de tijd te doden.

Nederland zag niet bijtijds in dat je landen in rouw, die zich geconfronteerd zien met een crisis die ze alleen nauwelijks aan kunnen, niet de les kunt lezen. Dit was een pijnlijke diplomatieke blunder die vraagt om een Nederlandse inspanning om de schade te herstellen. Het zuiden moet er intussen voor waken dat een beroep op de noodsituatie ontaardt in emotionele chantage.

De EU is, ook in een pandemie, een permanent onderhandelingsspel waarin je als welvarend land geen blanco cheques wilt uitschrijven. Maar de Unie is óók een gemeenschap waarvan de leden moeten samenwerken. Dat betekent dat grenzen open moeten blijven voor vitaal verkeer, dat lidstaten de export van medische hulpmiddelen niet blokkeren en dat landen met capaciteit op hun intensive cares patiënten uit buurlanden overnemen. Alleen een solidair Europa kan deze crisis het hoofd bieden. In een pandemie kan ook een welvarend land snel een hulpbehoevend land worden.