Profiel

Met voortschrijdend inzicht duidt het RIVM de coronacrisis

Jaap van Dissel Het RIVM, in de persoon van Jaap van Dissel, is ineens medeverantwoordelijk voor politiek beleid. „Het moet een enorme worsteling voor hem zijn.”

Jaap van Dissel, directeur infectieziektenbestrijding van het RIVM, praat de Tweede Kamer iedere week bij over de ontwikkelingen rond het coronavirus. Foto Bart Maat/ANP
Jaap van Dissel, directeur infectieziektenbestrijding van het RIVM, praat de Tweede Kamer iedere week bij over de ontwikkelingen rond het coronavirus.

Foto Bart Maat/ANP

Vorige week dacht het RIVM nog dat de piek van het aantal patiënten op de intensive care eind mei zou komen. Een paar dagen later was het RIVM toch „somberder”. De IC’s liggen nu al veel voller dan was voorzien en dus moet het aantal bedden deze week al worden uitgebreid van 1.600 naar 2.400.

Een van de oorzaken is een onderschatting van het aantal dagen dat een gemiddelde patiënt op de IC ligt. Het RIVM rekende met 10 dagen, het blijken er in de praktijk 23 te zijn. De opnameduur verschilt per land – afhankelijk van het beleid dat in ziekenhuizen wordt gevoerd. Toch klinkt in de Tweede Kamer de vraag: had het RIVM dit niet moeten zien aankomen?

Het is een vraag die voortdurend boven de coronacrisis hangt. Zo maakte het RIVM zich anderhalve maand geleden nog niet druk over de testcapaciteit van de Nederlandse laboratoria. „Het Erasmus MC en het RIVM kunnen tientallen monsters per dag testen. Mocht het noodzakelijk zijn, dan kan het aantal laboratoria worden uitgebreid en zouden we zelfs honderden monsters per dag kunnen testen”, stond er toen op de site van het RIVM te lezen. Al snel bleek de testcapaciteit toch onvoldoende – er worden nu zelfs tweeduizend tests per dag uitgevoerd, maar dat is niet genoeg om alle zieken te testen. Tot twee weken geleden waren er ook nog geen zorgen over de ziekenhuiscapaciteit: „In alle Nederlandse ziekenhuizen kan de juiste behandeling uitgevoerd worden. Er is voldoende capaciteit om ernstig zieke patiënten op te nemen op de intensive care”, was toen de boodschap.

Lees ook: Het virus kwam sneller dan de overheid reageerde

Grijstinten

Deze woensdag zal boegbeeld Jaap van Dissel, de directeur infectieziektenbestrijding, bij een nieuwe technische briefing in de Tweede Kamer ongetwijfeld weer kritisch worden bevraagd. Hoogleraar medische microbiologie Louis Kroes, al jarenlang collega van Van Dissel in het Leids Universitair Medisch Centrum, denkt dat het heel lastig is als wetenschapper medeverantwoordelijk te zijn voor beleid, zoals voor Van Dissel nu geldt. „Het moet een enorme worsteling voor hem zijn. In de wetenschap gaan we uit van alle mogelijke nuances, grijstinten, kansen. Terwijl je bij beleid behoefte hebt aan zekerheid, duidelijkheid, het vasthouden aan je mening. Eigenlijk een totaal andere wereld.”

De briefings van Van Dissel gaan volgens een vast patroon: eerst laat hij een update van zijn powerpointpresentatie zien, daarna beantwoordt hij vragen van Kamerleden. Van Dissel is boodschapvast (handen wassen is belangrijk, mondkapjes voor burgers werken niet), formuleert rustig en weloverwogen, als een docent. „Voor je het weet gaat hij een uur college geven”, zegt een Kamerlid. Bij de eerste briefing begin februari gebeurde dat letterlijk, waarna Kamerleden hun vragen voor de volgende keer moesten bewaren.

Niemand lijkt hem dat kwalijk te nemen. Voor PvdA-leider Lodewijk Asscher heeft het „enorm veel toegevoegde waarde dat je als Kamerlid uitgebreid wordt meegenomen in de verschillende scenario’s”. Kamerleden vinden het knap hoe Van Dissel complexe materie begrijpelijk uitlegt. „Iedereen die zo’n briefing heeft gezien weet nu wat de ‘verspreidingsfactor R0’ is”, zegt SP’er Maarten Hijink. „Daar hadden veel mensen vast nog nooit van gehoord.”

Moeilijke vaktermen

Van Dissel gebruikt veel wetenschappelijke termen bij zijn uitleg. In de briefings vallen geregeld woorden als titreren, casusdefinitie en determinanten. Het laat volgens emeritus hoogleraar interne geneeskunde en oud-collega Jos van der Meer (Radboud Universiteit) zien dat Van Dissel „een superieur verstand” heeft. Hij promoveerde in 1987 cum laude af in afweermechanismen tegen bacteriën als salmonella. „Hij gebruikt soms misschien moeilijke woorden of vaktermen, maar hij probeert alles wetenschappelijk volledig verantwoord te doen. Hij is niet te vangen op fouten”, zegt Van der Meer. Hoogleraar virologie Marion Koopmans (Erasmus Universiteit), die samen met Van Dissel in het Outbreak Management Team zit, vindt het juist goed dat hij laat zien dat de infectieziekenbestrijding ingewikkeld is. „Ik vind het mooi dat hij niet de intentie heeft om al bij voorbaat te versimpelen.”

Inhoudelijk is de boodschap van Van Dissel en het RIVM in de loop van de weken veranderd

Inhoudelijk is de boodschap van Van Dissel en het RIVM in de loop van de weken veranderd. Bijvoorbeeld over hoe ernstig de ziekte nu precies is: „Met wat we nu weten, lijkt het virus inderdaad een beetje op de gewone griep”, meldde het RIVM eind februari nog op Twitter. Op de RIVM-site stond op dat moment dat er nog niet genoeg informatie is om duidelijke uitspraken te doen, maar „de officiële cijfers van dit moment lijken niet heel verontrustend”. Dat zinnetje verdween half maart van de pagina. Het RIVM is ook voorzichtiger geworden met het doen van uitspraken over de besmettelijkheid van het virus. Tot een paar weken geleden meldde het instituut dat het „zeer onwaarschijnlijk” is dat iemand zonder klachten, zoals hoesten of een loopneus, het virus overdraagt. Inmiddels houdt het RIVM een slag om de arm. „Tot nu toe lijkt de overdracht van het virus door iemand zonder deze klachten een kleine rol te spelen.” Dat getuigt van voortschrijdend inzicht, zegt collega Louis Kroes. „De situatie verandert naarmate je meer informatie hebt.”

Vorige week kon Van Dissel de Kamer het hoopvolle nieuws melden dat de verspreiding van het virus in Nederland minder snel gaat. Hij zei dat de exponentiële groei van de uitbraak tot stilstand was gebracht. „Dat is een belangrijke boodschap denk ik.” Tegelijkertijd was hij voorzichtiger over de afvlakking van de groei van het aantal ziekenhuisopnames. „Dit zijn nog schattingen, we kunnen hier niet absoluut van uitgaan.”

Die boodschap strookt niet helemaal met de cijfers die het RIVM die dag naar buiten bracht. In de dagelijkse rapportage met cijfers over het coronavirus is dan al enige tijd een overzicht van het aantal ziekenhuisopnames per dag opgenomen. Het staafdiagram toont een hoopvol beeld: het aantal nieuwe opnames neemt af. De staatjes gaan rond op de sociale media, maar pas een dag later meldt het RIVM dat de cijfers niet actueel zijn: een flink deel van de ziekenhuisopnames wordt dagen later pas gemeld. In de dagen daarna blijken de cijfers soms bijna te verdubbelen.

Schrik om groepsimmuniteit

Soms deinst Van Dissel niet terug voor grote uitspraken. In een interview met NRC voorspelde hij dat de helft van alle Nederlanders Covid-19 zal krijgen en dat dit tot groepsimmuniteit moet leiden, een term die een paar dagen later terugkomt in de toespraak van premier Mark Rutte (VVD) tot de bevolking. Het leidt tot onrust in de politiek en het buitenland: wil Nederland wel genoeg doen om het virus te stoppen? Rutte hamert er later in de Tweede Kamer op: groepsimmuniteit is geen doel, maar een welkom bijkomend effect van het beleid.

Het laat volgens Tweede Kamerlid Maarten Hijink (SP) zien in welke spagaat Van Dissel zit. „Bij de groeps-immuniteit zag je zijn blik even heel ver op de toekomst gericht. Dat vragen we de experts ook, om ons mee te nemen in hun kennis. Toen dat hier gebeurde schrokken veel mensen ook weer en dachten: het is toch niet de bedoeling dat we allemaal ziek worden?”

Van Dissel blijft hoffelijk als hij kritiek krijgt, ook als Thierry Baudet (Forum voor Democratie) tijdens een briefing zegt dat hij niks nieuws heeft gehoord. „Ik vind het heel knap hoe hij heel neutraal alle vragen beantwoordt, je kan geen verschil in behandeling ontdekken”, zegt PvdA-leider Asscher. Volgens Marion Koopmans, die nu wekelijks met hem vergadert, snapt Van Dissel dat hij nu „de kop van Jut” is en kan hij goed omgaan met alle meningen over het RIVM. „Dan zegt hij rustig: we gaan in de evaluatie van de crisis wel zien wie er gelijk krijgt.”