Opinie

Grenzeloze dreiging vraagt om bestrijding zonder grenzen

Wereldorde Geopolitieke rivaliteit voert de boventoon bij de aanpak van de coronacrisis. Ieder-voor-zich is echter in niemands belang. Het wachten is op een ‘Brodie-moment’, schrijft .
Illustratie: Hajo

Tommy Wieringa citeerde zaterdag in NRC de viroloog die in zijn novelle Een mooie jonge vrouw zijn blik liet glijden over een antikernwapendemonstratie en mompelde: „De sufferds, ze weten niet dat ze niet aan atoombommen maar aan virussen ten onder zullen gaan.”

Er zijn veel verschillen tussen oude wereldwijde crises en de huidige coronacrisis. Maar hopelijk is er een overeenkomst: dat zij de toch al zo rusteloze geopolitiek tot enige bezinning brengt. In het huidige tijdperk van great power competition, de concurrentiestrijd tussen grote machtsblokken als China, de VS en Rusland, is er amper ruimte voor samenwerking en vliegt het ‘coronationalisme’ je om de oren.

Dat zie je op elk niveau. Mondiaal, waar de pax americana een pijnlijke aftocht blaast onder leiding van een chaotische president Trump die zich Xi en Poetin niet van het lijf kan houden. Een trapje lager binnen de westerse wereld, waar de NAVO, het Noord-Atlantisch bondgenootschap – om maar een voorbeeld van multilaterale kracht te noemen – droomt van vervlogen leiderschap en kracht. Maar ook intra-Europees, waar het in de coronacrisis ‘eigen-land-eerst’ was en solidariteit of een zogenoemde ‘transferunie’ nog ver aan de horizon liggen.

Wapenwedlopen

Toch heeft een enorme crisis wel eens iets heilzaams gebracht. Relatief, want voor optimisme is weinig reden.

Toen Amerika vijfenzeventig jaar geleden de eerste – en vooralsnog enige – atoombommen op Japan gooide, was de Amerikaanse geleerde Bernard Brodie de eerste die begreep dat er iets fundamenteels in het bedrijven van wereldpolitiek was veranderd. „Van nu af aan gaat het er in de wereldpolitiek niet langer om hoe je een oorlog wint, maar hoe je hem vermijdt”, was in 1945 zijn observatie. Een doordenkertje, want het betekende ook een enorme verschuiving van militair naar diplomatiek vernuft om iets gedaan te krijgen.

Het zou nog tot begin jaren zestig duren voordat aartsrivalen Sovjet-Unie en Verenigde Staten vorm gaven aan het gemeenschappelijk belang en een serie wapenbeheersingsverdragen sloten. Brodies adagium werd inzet van het nieuwe spel, dat overigens nog alle ruimte liet voor de kemphanen om elkaar het leven zo zuur mogelijk te maken. Wapenwedlopen, list en bedrog, alles was toegestaan, maar géén wederzijdse zelfmoord door inzet van een massavernietigingswapen. Het is een enorme paradox dat juist een ontzagwekkende dreiging voor die verschuiving zorgde, en tegelijk ook het probleem schiep dat je dat wapen wel nodig had als stok achter de deur om de diplomaten er met succes op uit te laten trekken. Het leidde tot de langdurigste periode in de geschiedenis dat grootmachten inderdaad geen oorlog met elkaar voerden.

Lees ook: Spionagedienst voorzag pandemie

‘Neoliberaal biowapen’

Sleutelvoorwaarde voor die ‘samenwerking’ was destijds dat, ondanks de bittere vijandschap, de leiders van beide partijen hun collectieve belang (geen kernoorlog) onderkenden. Dat zou nu met de nieuwe vijand, het virus, ook niet al te moeilijk moeten zijn, maar de laconieke aanpak van de hoofdrolspelers wijst daar allerminst op.

Om elk misverstand te voorkomen: niet alleen Trump valt definitief wegens incompetentie door de mand, het feit dat Xi en Poetin (en Iran) officieel beweren dat corona niets anders is dan een in het geniep door de VS ontwikkeld neoliberaal biowapen stemt allesbehalve optimistisch. Russische en Chinese ‘hulp’ aan westerse landen in de vorm van (deels ‘onbruikbare’) mondkapjes en beademingsapparaten doet in dat verband nogal geopolitiek aan, en minder hartverwarmend. Pure propaganda, vinden haviken. Dat woord viel niet toen Obama eind 2014 vijfduizend Amerikanen naar West-Afrika stuurde om ebola te helpen bestrijden. Hij en de latere inlichtingenbaas John Brennan rekenden pandemieën tot de top vijf van wereldwijde bedreigingen.

Maar zelfs als het om de perverse creatie van een biowapen zou gaan, dan is het gedeelde collectieve belang van vijanden niet zonder grond. Een massavernietigingswapen als breekijzer in de wereldpolitiek is niet nieuw, maar was ook wel eens minder succesvol. De aartsbisschop van Canterbury riep in een kerstpreek eind 1937, middenin de verschrikkingen van de Spaanse Burgeroorlog en de Japanse invasie van China, en volgens sommigen met het terreurbombardement op Guernica nog op het netvlies, op tot ander menselijk denken: vijanden moeten met „de ontzagwekkende machine der moderne beschaving” hun conflicten op een andere manier beslechten dan met oorlog. „Who can think without horror of what another widespread war would mean, waged as it would be with all the new weapons of mass destruction?” zei bisschop Gordon Lang, die daarmee de primeur van de term ‘WMD’ had.

Elk-land-voor-zichzelf

Zal geopolitieke rivaliteit het deze keer afleggen tegen een grenzeloze bedreiging? Grote militaire oefeningen zijn afgebroken, de productie van nieuwe gevechtsvliegtuigen (zoals ook van Nederlandse F-35’s) bij de Noord-Italiaanse fabriek Leonardo werd onderbroken, patrouilles van Amerikaanse vliegkampschepen in de Pacific lopen in het honderd, de Nederlandse onderzeeboot Dolfijn werd uit de vaart genomen, de 24/7-bewaking van atoombommen liep risico, het militaire hoofdkwartier van de VS in Zuid-Korea is door corona getroffen, het Pentagon vreest dat vitale leveranciers door de pandemie failliet gaan waar ‘vijanden’ vervolgens weer van profiteren et cetera.

Ook die eindeloze rij effecten van de corona-uitbraak zijn natuurlijk geopolitiek met een kleine g, maar verbleken bij de elk-land-voor-zichzelf reflex, of, het uitblijven van het ‘Brodie-moment’.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.