Opinie

Wie hier niet mag zijn, voelt zich nu dubbel ongewenst

Laten we goed op elkaar passen, luidt het motto van deze epidemie. Maar geldt dat ook de 12.000 staatlozen en ongedocumenteerden? Onderzoeker Janine Janssen in de Veiligheidscolumn.
Illegalen zonder documenten, in het Brusselse Maximiliaanpark.
Illegalen zonder documenten, in het Brusselse Maximiliaanpark. Foto Merlin Daleman

In deze crisistijd zijn 17 miljoen paar ogen op de regering gericht. We stellen belang in de persconferenties van bewindspersonen en de toespraak van de Koning. We zijn niet bang voor de overheid, we verwachten er juist nu heel veel van. We vinden ook dat we recht hebben op overheidsmaatregelen en op goede zorg en ondersteuning. We gaan daar zelfs wat achteloos mee om. De overheid regelt het wel.
Maar dat geldt dus niet voor iedereen. Bij ongedocumenteerden en staatlozen „is het precies andersom”. Ruben Boers is als docent-onderzoeker verbonden aan de Haagse Hogeschool en het lectoraat Inclusive Education. „Zij leven voortdurend met schaamte en angst. Je bent wel hier, maar eigenlijk hoor je hier niet te zijn en er is geen ander land ter wereld waar je wel welkom bent. Er wordt over je geschreven alsof je een ziekte bent, een plaag. Je moet stevig in je schoenen staan om dat niet een schaduw te laten werpen op je gevoel voor eigenwaarde. Daarnaast zorgt dit juridische niemandsland er voor dat je een dubbelleven leidt. Als ik het zo uitleg, dan is het vast ook niet vreemd dat deze jonge mensen met angst naar de overheid kijken.”

Surrealistisch

Bang zijn voor een overheid terwijl een pandemie zich boven onze hoofden ontvouwt, is op zijn zachtst gezegd een surrealistische combinatie maar eigenlijk gewoon schrijnend. Boers schetst de actuele zorgen van ongedocumenteerden: „Kort gezegd: de opvang gaat dicht, deze mensen staan op straat. Ze kunnen nergens heen, als er winkels zijn die geen cash accepteren is dat een bijkomende ramp want ze hebben doorgaans geen rekeningen en betaalpasjes. Je kunt zelfs zeggen dat social distancing een privilege wordt. Immers wat moet je, als je geen huis hebt om naartoe te gaan, of je woont in een te kleine ruimte met te veel mensen (niet zelden in een appartement dat meerdere keren wordt onderverhuurd), of je bent op straat en moet elkaar letterlijk opzoeken om warm te blijven en te overleven? Zij waren al verstoken van alle vormen van maatschappelijke ondersteuning, nu zal er zelfs gehandhaafd worden op de resterende vormen van primaire sociale ondersteuning. Zij leven in het spiegelbeeld van de maatschappij; alles is precies tegenovergesteld.”

Verbintenis

Boers start binnenkort met promotieonderzoek naar de positie van ongedocumenteerden en staatlozen in Nederland aan de Open Universiteit.
Ongedocumenteerden zijn mensen die geen geldige verblijfsstatus hebben, maar wellicht nog wel een identiteitsdocument. Staatlozen zijn mensen die met geen enkel land een juridische verbintenis hebben en dus ook niet over een nationaliteit beschikken. Dat kan gebeuren als een land ophoudt te bestaan of als mensen op de vlucht slaan en lang buiten hun eigen land verblijven. Je wordt automatisch ook staatloos als je als kind van staatloze ouders ter wereld komt. Wereldwijd raakt dat zeker 10 miljoen mensen en in Nederland gaat het om circa 12.000 mensen.

Het virus trekt zich niks aan van landsgrenzen, die nu meestal op slot gaan. Binnen die grenzen wordt de bewegingsvrijheid ook sterk ingeperkt. Hebben staatlozen dan nog een extra probleem?
Boers: „Ze hebben geen geldig identiteitsbewijs, zoals een paspoort of een bsn-nummer. Dat is een entreebewijs dat toegang geeft tot alle zaken die nodig zijn om een normaal en menswaardig bestaan te kunnen hebben, om aan de samenleving mee te kunnen doen. Geen school, geen werk, geen verzekering, geen vrijwilligerswerk, geen sportvereniging, geen familiebezoek, geen dagje uit, niets.”
Neem de eindexamens waar deze week voor het eerst sinds 1945 een streep door is gezet. Een leerlinge zei op tv – ik parafraseer - dat het allemaal erg onwezenlijk is, maar dat het wel fijn is dat ze toch een diploma krijgt en verder kan met haar leven als jongvolwassenen.

Rechteloos leven

„Maar dat is voor deze groep echt een ander verhaal’, zegt Boers. „Die verliezen na hun achttiende jaar elk recht dat ze nog hadden op basis van hun minderjarigheid. Geen diploma, geen vervolgopleiding. Zij groeien op met dezelfde idealen en toekomstdromen als hun gedocumenteerde leeftijdsgenoten. Waar onze jongeren nu aan hun toekomst bouwen en in het onderwijs met man en macht gewerkt wordt om dat zo goed mogelijk doorgang te laten vinden, betekent de achttiende verjaardag voor deze groep een rechteloos leven in de illegaliteit. Terwijl velen van hen hier geboren en getogen zijn en net zo Nederlands zijn als jij of ik. Als ik het heb over onze jongeren, dan horen zij daar voor mij ook bij.”

De coronacrisis zal op korte termijn niet voorbij zijn. De talloze oproepen op sociale media om toch vooral lief voor elkaar te zijn, kunnen we nu nog met zijn allen opbrengen. Wat die solidariteit uiteindelijk waard zal zijn, zal niet alleen de tijd leren. De vraag is ook met wie we solidair zijn. Ik hoop dat we ook in deze ruimhartig zijn.

De Veiligheidscolumn wordt geschreven door deskundigen uit de politiewereld. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de nationale politie. Lector Veiligheid in afhankelijkheidsrelaties aan Avans Hogeschool en bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.