Voor de bouw had de crisis één voordeel: minder bureauratisch gedoe

Trage besluitvorming De Crisis- en herstelwet van 2010 maakte een eind aan lange procedures. Het ‘tijdelijke’ steuntje gaf bouwprojecten vleugels.

Voor de verbouwing van het stationsgebied in Utrecht waren vijftienhonderd vergunningen nodig.
Voor de verbouwing van het stationsgebied in Utrecht waren vijftienhonderd vergunningen nodig. Foto Jerry Lampen/ANP

Alles gaat sneller tijdens een crisis. „De lijnen zijn superkort. Er komen positieve krachten los”, zegt bestuursvoorzitter Carla Moonen van branchevereniging Koninklijke NLingenieurs. „Wat we nu leren, kunnen we straks toepassen.”

Deze dinsdag tien jaar geleden trad een tijdelijke wet in werking die het verlies aan banen in de crisis van toen moest tegengaan: de Crisis- en herstelwet. „Er zijn veel parallellen met nu”, zegt Moonen. Net als toen is er een „grote bereidheid om een doorbraak te realiseren” en de gevolgen van een crisis te beperken.

Moonen, nu tevens senator voor D66, was tien jaar geleden nauw betrokken bij het maken van de Crisis- en herstelwet. Ze was raadadviseur op het ministerie van Algemene Zaken, bij toenmalig premier Jan Peter Balkenende (CDA). „Het was de tijd waarin de financiële crisis oversloeg naar de reële economie. Wouter Bos [toen minister van Financiën, PvdA] was de banken aan het redden en Balkenende vroeg zich af wat de regering nog meer kon doen om de effecten op de werkgelegenheid te verzachten.”

In die jaren heerste veel onvrede over regels en procedures, die bouwprojecten konden vertragen. Moonen: „Balkenende heeft met eigen ogen in Utrecht gezien dat voor de verbouwing van het stationsgebied een duizelingwekkend aantal vergunningen nodig was. Voor binnenstedelijke projecten bedroeg de doorlooptijd wel tien tot vijftien jaar.”

Voormalig DSM-topman Peter Elverding had al geadviseerd de besluitvorming voor de bouw van infrastructuur te versnellen, en de Technische Universiteit Delft bepleitte het doorbreken van de „impasse” in de bouw. Carla Moonen: „Na vergaderingen op een Europese top in Brussel bespraken we de kwestie. Balkenende kwam met het idee voor een tijdelijke wet die procedures zou versnellen en duurzame initiatieven zou stimuleren. Ik kreeg de leiding over het maken van die wet, die in een half jaar klaar moest zijn.”

Lees ook: Bouw blijft kwetsbaar voor tegenvallers

Effecten ‘onduidelijk’

Met een team van drie juristen van drie ministeries ging Moonen op zoek naar onnodige regels en grote ergernissen en belemmeringen. Zoals wetgeving die de uitbreiding van het spoornet vertraagt, oponthoud bij de aanleg van de Tweede Maasvlakte vanwege tijdelijke overschrijding van milieunormen, overheden die tegen elkaar procederen, overlappende milieueffectrapportages en last but not least tijdrovende juridische procedures bij de Raad van State.

Het had weinig gescheeld of de wet, in hoog tempo gemaakt, zou niet op 31 maart 2010 in werking zijn getreden. Moonen: „Het kabinet viel in februari 2010 en het was heel spannend of de Eerste Kamer de wet vervolgens controversieel zou verklaren en niet zou behandelen. Ik weet nog dat ik op het Binnenhof kwam en de secretaris-generaal van Algemene Zaken tegen me zei: Carla, misschien is al het werk voor niets geweest.” Uiteindelijk werd er na een debat in de senaat toch gestemd.

Met de wet zijn in tien jaar tijd vierhonderd projecten in tweehonderd gemeenten gerealiseerd; elk jaar komen er enkele tientallen bij. Zeven jaar geleden werd de wet door het tweede kabinet-Rutte permanent gemaakt, ondanks kritiek van de Raad van State dat de effecten van de wet „onduidelijk” waren.

Hoe zit dat? „De wet heeft veel werk opgeleverd”, zegt Diederik Bel, sectordirecteur gebouwde omgeving van advies- en ingenieursbureau Witteveen+Bos. „Wat vooral heeft geholpen, is zekerheid over de duur van beroepsprocedures; bij plannen en gecoördineerde vergunningen kan de rechtbank worden overgeslagen en duurt de procedure bij de Raad van State nooit langer dan zes maanden.”

Energietransitie

Helaas duurde het volgens Bel tot voor kort wel lang om een project op de lijst te krijgen die het onder de werking van de wet brengt. „Ik heb zelf meegemaakt dat het een jaar duurde.” Hij hoopt dat de nieuwe Omgevingswet, die door het kabinet vooruit is geschoven en waar de Crisis- en herstelwet straks in opgaat, nog sneller zal werken. En dat er meer projecten voor energietransitie en klimaatadaptatie in worden opgenomen. Bel: „Er zijn met de wet veel traditionele bouwprojecten geholpen. Ik zou zeggen: never waste a good crisis en heb nog meer aandacht voor andere projecten.”

Behalve tevreden geluiden van overheden en bouwwereld heeft de wet ook weerstand opgeroepen, als zou die inspraak bemoeilijken en zouden besluiten worden ‘doorgedrukt’. Bel: „In de wet is het belang van bezwaarmakers ingeperkt tot mensen die in de buurt wonen en direct worden geschaad. Daarmee zet je beroepsbezwaarmakers op afstand. Vervolgens zijn er weer meer clubs gekomen die gezamenlijk wél bezwaar kunnen maken. In een land als Nederland zal er altijd een tegenbeweging worden georganiseerd.” Moonen: „Dat er regels zijn verdwenen, heeft de belemmeringen voor inspraak uit de buurt in veel gevallen juist weggenomen, voor burgers en bedrijven.”