Vijf jaar bankentuchtrecht: wel het zwarte schaap, (nog) niet de baas

Vijf kritiekpunten Bankmedewerkers kunnen sinds vijf jaar tuchtrechtelijk worden vervolgd. Het blijken vooral banken zelf die meldingen doen. Kan het beter?

Foto iStock

Een beroepsverbod van twee jaar voor een bankmedewerker die een privédetective liet meekijken in betaalgegevens. Een boete van 500 euro voor een bankier die niet meldde dat collega’s handtekeningen vervalsten. Een verplichte cursus integriteit voor iemand die zonder zakelijke reden een rekening van een klant bekeek.

Ziehier drie uitspraken van de Stichting Tuchtrecht Banken (STB) uit de afgelopen vijf jaar. Alle medewerkers van Nederlandse banken kunnen sinds 1 april 2015 dit soort straffen krijgen; op die datum werd het tuchtrecht voor de sector wettelijk verplicht.

De tuchtregels zijn gebaseerd op de bankierseed, die tegelijk verplicht werd voor iedereen in de sector. In de eed belooft een medewerker onder meer dat hij of zij ‘integer en zorgvuldig’ werkt , de belangen van de klant centraal stelt en bijdraagt aan „het vertrouwen van de samenleving in de bank”. Een straf bij overtreding kan onder meer bestaan uit een berisping, maximaal 25.000 euro boete of een beroepsverbod van maximaal drie jaar.

Zowel namens De Nederlandsche Bank als door de Nederlandse Vereniging van Banken is voor dit jaar een evaluatie aangekondigd. Wat zijn de kritiekpunten op het tuchtrecht?

1 Vooral evident fout gedrag

De STB, die het tuchtrecht voor de banken uitvoert, heeft in vijf jaar in zo’n 110 zaken uitspraak gedaan. Volgens onderzoek van Jonathan Soeharno, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, ging het in die zaken vooral om evidente fouten: er was geen twijfel dat de medewerker voor het hekje verkeerd had gezeten. Het betrof telkens medewerkers die op eigen houtje, los van het bankbeleid, hadden gehandeld. Zo was er een die de limiet verhoogde van de rekening van haar partner, en een handelaar die een miljoenenverlies niet meldde. Deze lone wolves waren vaak al door de werkgever ontslagen, en daarna deed de bank aanmelding voor een tuchtzaak.

De voornaamste positieve bijdrage van het tuchtrecht aan de integriteit van de bancaire sector is volgens Soeharno dat de bestrafte medewerker veel moeilijker weer in de sector aan de slag komt. De naam komt in een register, dat Nederlandse banken kunnen inzien,

De vraag is of het aanpakken van evident ‘foute’ medewerkers voldoende bijdraagt aan een verbetering van de integriteit van de hele sector. Zou het voor de jurisprudentie niet beter zijn als de stichting ook zaken krijgt die niet zo evident zijn? Uitspraken in dit soort ‘grijze’ zaken kunnen, net als in het gewone recht, duidelijker maken wat wel en wat niet kan.

2 Niet de managers

Een tweede punt van kritiek is dat vooral het lagere echelon wordt aangepakt. Een voorbeeld is de meest geruchtmakende tuchtzaak van de afgelopen jaren. Meer dan tachtig individuele hypotheekadviseurs van ABN Amro werden tuchtrechtelijk vervolgd omdat zij handtekeningen van cliënten hadden vervalst.

Het ging daarbij om ‘herstelde’ adviezen: het oorspronkelijke advies was wel gewoon ondertekend door de cliënt. Door – meestal kleine, technische – wijzigingen moest er nogmaals een krabbel komen. Deels los van elkaar kozen de adviseurs ervoor de eerdere handtekening over te trekken; inhoudelijk was immers niks gewijzigd aan het advies. Toen ABN Amro de praktijk ontdekte, pakte ze de medewerkers intern aan – een aantal werd ontslagen – én ze deed melding bij de STB.

Als een leidinggevende echt van niks wist, alleen een slechte chef was, is vervolging nu bijna niet mogelijk

Jerry Brouwer dircteur Stichting Tuchtrecht Banken

Maar als het vervalsen van handtekeningen zo algemeen werd toegepast, is het dan niet logisch om de manager of zelfs de gehele bank tuchtrechtelijk te vervolgen?

Volgens STB-directeur Jerry Brouwer is een manager nu eigenlijk alleen te vervolgen als deze in voldoende mate bij de overtreding betrokken was – door iets wel of niet te doen. „Als een leidinggevende echt van niks wist, echt alleen maar een slechte chef is geweest, dan is het in dit systeem bijna onmogelijk om tot vervolging over te gaan.”

3 Niet de hoogste bazen

Dat bankbestuurders nog nooit hebben hoeven ‘voorkomen’ bij de tuchtrechter, roept ook vragen op. Zo zijn tegen bestuurders van ING wel publiekelijk klachten ingediend bij de STB. Die gingen over de (teruggedraaide) loonsverhoging voor de top in 2018 en de schikking, vlak daarna, van 775 miljoen euro die ING met justitie had getroffen vanwege ernstige nalatigheid in de screening van klanten en transacties. Over die zaken heeft de aanklager nog geen besluit genomen, laat de STB weten.

Zowel bankenkoepel NVB als de STB benadrukt dat onder de huidige regels vervolging van het hogere echelon wél mogelijk is. Maar in de praktijk blijkt dat lastig, constateert Hubert Schokker, adviseur toezicht van de NVB. „De kern van het tuchtrecht is dat het om individuele gedragingen gaat: de medewerker moet wat verkeerd doen. Je kan redeneren dat iemand die in de raad van bestuur zit bij beleidsvaststelling ook individueel wat verkeerd doet. Maar of dat een zaak is, is aan de aanklager. Daar staan wij buiten.”

Voor vervolging van management en hoogste bazen zou aanpassing van de tuchtregels per categorie kunnen helpen, meent STB-directeur Brouwer. „Je stelt dan hogere eisen aan bijvoorbeeld leidinggevenden of bestuurders, waardoor ze ook te vervolgen zijn als ze hebben zitten snurken terwijl er echt wat aan de hand was. Of bijvoorbeeld voor het creëren van een verkeerde cultuur, die onethisch gedrag bij medewerkers heeft uitgelokt.”

Lees ook het interview met de bedenker van de bankierseed: Coronacrisis is het moment voor omslag in financiële sector

4 Weinig consumenten, vooral banken zelf

Een groot deel van de zaken waarin een tuchtuitspraak volgde, zijn door banken zelf aangedragen. Klachten van consumenten leidden bijna nooit tot een zaak. Dat komt het vertrouwen in het tuchtrecht niet ten goede.

Probleem hierbij is dat consumenten vaak klagen over bankproducten, niet over de medewerker die hun dat verkocht heeft. Voor klachten over producten van financiële instellingen zijn andere loketten, zoals het Kifid en het civiele recht.

STB en Kifid wijzen consumenten inmiddels op elkaar bestaan en verwijzen door. Sinds de STB het aanmeldformulier heeft verduidelijkt, komen er ook ‘betere’ meldingen van consumenten binnen – zij het minder in aantal. „Maar dat kan ook komen doordat we wat minder publieke aandacht krijgen dan vijf jaar geleden”, zegt Brouwer van de STB.

5Wanneer meldt een bank een zaak (en wanneer niet)?

Dat vooral banken meldingen doen, werpt de vraag op: melden ze wel alle misdragingen van medewerkers? Banken mogen zelf bepalen of een zaak naar de tuchtrechter gaat. Dat is geen openbaar proces, en dus niet controleerbaar. Ook niet voor de STB.

Wat in de zaken van de tuchtrechter tot nu toe opvalt, is dat het vooral om al ontslagen medewerkers gaat. „Je zou denken dat we meer zaken moeten krijgen van mensen die nog in dienst zijn”, zegt Brouwer. „Die zaken moeten er gewoon zijn.”

Volgens de NVB heeft elke bank een onafhankelijke commissie in het leven geroepen om te bepalen wat wel en wat niet een tuchtzaak moet worden. „Het is lastig – elke zaak is anders”, zegt Schokker van de NVB. „Elke zaak vraagt om een menselijk oordeel. Dat kan je niet helemaal van tevoren vastleggen.”

Brouwer van de STB vindt dat het interne proces bij banken transparanter kan. „Of laat ons eerder meekijken in sommige gevallen. Dat is wel eng, dat snap ik.”

Dat banken zelf bepalen wat naar de tuchtrechter gaat, is waarschijnlijk ook de reden dat tot nu toe weinig grijze zaken zijn aangemeld. De STB praat hierover met banken: kunnen zij niet meer van die wat minder heldere zaken aanmelden? Brouwer: „Dat is echt in ieders belang. Door een uitspraak in zo’n zaak weet iedereen beter hoe je je als bankier moet gedragen.”