Opinie

Van wat valt te voorspellen wil je de helft niet weten

Maxim Februari

Te veel informatie wellicht, maar ik moet even kwijt dat ik de laatste week flink wat films heb gekeken in bed. De raarste van allemaal was een Belgisch-Franse film waarin Catherine Deneuve aanpapt met een aap en waarin de dochter van God inbreekt in het netwerk van haar vader. Per ongeluk stuurt ze alle stervelingen een sms met de datum van hun dood. Dit bericht, dat bekend komt te staan als Deathleak, schopt het leven op aarde behoorlijk in de war.

Wat had ik deze film mooi kunnen inbrengen in een gesprek tijdens de Amsterdamse Nacht van de Filosofie! We zouden het gaan hebben over het voorspellen van de toekomst. Het heden wordt steeds zwaarder te dragen nu we bijvoorbeeld al weten welke ziektes ons eigen DNA straks op ons afstuurt. Kunnen we dat soort kennis wel aan, was de vraag. Maar het filosofische gesprek werd afgelast, ik lag een beetje grieperig in bed en bekeek nog maar eens een film.

Ditmaal de verfilming van de roman Cosmopolis van Don DeLillo. Een 28-jarige miljardair daalt in een futuristische limousine af naar een slechter deel van Manhattan op weg naar de kapper. Antiglobalisten maken de stad onveilig, maar hij zit warm binnen, in zijn auto vol apparaten die de toekomst berekenen en gebeurtenissen al te gelde maken voordat ze hebben plaatsgevonden.

Die 28-jarige miljardair is niet een type om van te houden, schrijven de recensenten. „Twijfel en ambiguïteit zijn geen concepten die hij begrijpt”, meldt The Guardian. Ach, had ik maar filosofen om ’s nachts mee te praten! Dan had ik het kunnen hebben over de voor- en nadelen van zekerheid en onzekerheid.

Hoewel er niemand luisterde, begon ik nu toch hardop te discussiëren. Ik herinnerde mezelf aan Die Befristeten van Elias Canetti. Een toneelstuk uit 1956 over een maatschappij waarin alle mensen vanaf hun geboorte hun sterfdatum al kennen. Die data bepalen de ontwikkeling van hun karakter. Zo worden degenen die op hun tachtigste zullen sterven vroeg in het leven kil en afstandelijk: ze weten dat ze iedereen zullen overleven. Er ontstaan hiërarchieën.

Ik knipte de televisie uit en ging recht overeind zitten, want ik herkende opeens een actuele discussie in het thema van de films en de bijbehorende boeken. De vraag wat je wel wilt weten en wat je niet wilt weten. Of je de toekomst wilt beïnvloeden en hoe. Of je de toekomst kunt voorspellen en ten koste van wat. ‘Privacy’ noemen sommigen die discussie. Maar mijn god, het gaat over zoveel meer dan privacy: over kennisclaims en of die wel kloppen, over rechtvaardigheid.

„Privacy is heel belangrijk. Maar…” zei de voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens toen de corona losbarstte. „Maar in deze crisis is de bestrijding van het virus en het redden van levens de topprioriteit.” Wel zou privacy de aandacht houden van de Autoriteit. „De coronacrisis mag geen excuus worden om de privacy helemaal overboord te gooien. De crisis mag geen opmaat worden naar een Big Brother-maatschappij.”

Het was inmiddels midden in de nacht en ik probeerde in mijn eentje een filosofisch gesprek op gang te houden. De stap die de Autoriteit zette van veilige omgang met persoonsgegevens naar Big Brother ging me te snel. Die deed denken aan het stuk van Canetti, waarin die sterfdata uiteindelijk een truc van machthebbers blijken te zijn om greep te krijgen op de bevolking. Zulke verhalen en complottheorieën zingen nu ook overal rond. De overheid als Big Brother: dat de Autoriteit eraan meedoet is onverstandig.

Tegelijkertijd, legde ik aan mezelf uit, omdat er verder toch niemand luisterde, is verstandige omgang met persoonsgegevens niet een kwestie van privacy, maar van rechtsbescherming in bredere zin. En rechtsbescherming is geen luxe die je je alleen kunt permitteren op zondag. Zoals mondkapjes ook geen luxe zijn die je jezelf alleen toestaat in goede tijden. Je vliegt niet, omdat iemand in nood is, zonder masker de operatiekamer in: je beschermt jezelf. En dat doe je ook rondom gegevens. Grondrechten zijn mondkapjes. Rechtsbescherming is groepsimmuniteit.

Ik was blij dat er niemand luisterde, want ik vond dit zelf heel verstandig klinken. Het is niet óf privacy óf Big Brother. Er is een altoos durende afweging gaande tussen dingen wel willen weten en niet willen weten. Recht op onwetendheid over je eigen ziekte, bijvoorbeeld, ook al wil de verzekering daar alle details over horen. Recht om niet te weten hoe snel je idealiter kunt werken, ook al kunnen machines dat tot op de seconde berekenen.

De toekomst valt niet te voorspellen, en van het weinige wat wel valt te voorspellen wil je de helft niet weten. Dat was alles wat ik ’s nachts kon bedenken zonder filosofen.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.