Sportclubs verlangen terug naar het ritme van de week

Amateursport Lustrumfeesten zijn afgelast, vrijwilligers zitten noodgedwongen thuis, de barinkomsten staan op nul; sportclubs worden geraakt door de coronacrisis. „Het is net een dorp dat tot stilstand is gekomen.”

Links: zwembad, sportclub en ijsbaan van Sportiom in Den Bosch zijn dicht. Rechts: sportpark Het Loopveld in Amstelveen.
Links: zwembad, sportclub en ijsbaan van Sportiom in Den Bosch zijn dicht. Rechts: sportpark Het Loopveld in Amstelveen. Foto’s Merlin Daleman en Paul van Riel/HH

Het had een grootse viering moeten worden. Deventer Zwem- & Poloclub de IJsel bestaat dinsdag precies 100 jaar en dus waren er voorbereidingen getroffen voor een weekend vol feestelijke activiteiten. Een klein jaar waren zes vrijwilligers druk met de organisatie, de club zette er duizenden euro’s voor opzij.

Hoogtepunt had het feest moeten worden, afgelopen zaterdagavond. Een feestzaal in het Hof van Salland was afgehuurd, er zou een band spelen, hapjes en drankjes waren geregeld. Ruim vierhonderd mensen hadden zich al aangemeld. „En sportmensen kunnen aardig wat wegzetten, dus daar hadden we rekening mee gehouden”, zegt voorzitter Henk van Zwam.

Zelfs burgemeester Ron König zou langskomen, met een erepenning en een verrassing voor de club: een bijschrijving in het Gulden Boek van Deventer, een eervol en select gezelschap van verenigingen, personen of andere instellingen die iets betekend hebben voor de gemeente of honderd jaar bestaan.

Het is allemaal afgelast. Niet alleen is de club gesloten voor de sporters, van het verenigingsleven is ook weinig meer over. „Het is klein leed in vergelijking met mensen die in het ziekenhuis liggen door het coronavirus”, zegt zwemclubvoorzitter Van Zwam, „maar dat het lustrumfeest niet doorgaat is een enorme domper. Heel triest voor alle vrijwilligers.”

Cement van de samenleving

Hetzelfde lot treft miljoenen Nederlanders. Het biertje drinken in de kantine na de wedstrijd, het kijken op de tribune naar het eerste elftal, de klaverjasavond in het clubhuis – het mag allemaal niet meer. Volgens sportkoepel NOC-NSF zijn er in Nederland pakweg 25.000 verenigingen waarvan ruim 4,3 miljoen mensen lid zijn. „Sport is het cement van de samenleving”, zegt Gerard Dielessen, algemeen directeur van NOC-NSF. „Elke zaterdag biedt het vermaak voor miljoenen mensen, niet alleen voor de sporters, maar ook voor hun vaders en moeders, opa’s en oma’s en anderen die komen kijken.”

Het Nederlandse verenigingsleven wordt vaak als uniek bestempeld. Hier sporten we niet, zoals gewoon is in de Angelsaksische wereld, via een onderwijsinstelling of een bedrijf, maar bij verenigingen opgericht door mensen die elkaar gevonden hebben in dezelfde interesses. Sportclubs maken onderdeel uit van onze identiteit, zegt sportfilosoof Ivo van Hilvoorde van de Vrije Universiteit in Amsterdam en lector Sport op de Hogeschool Windesheim in Zwolle. „Sporten bepaalt voor heel veel mensen het ritme van de week, de balans tussen inspanning en ontspanning. Je leert er omgaan met winst en verlies, het brengt je discipline bij, je maakt er vrienden. Het is evident een belangrijke sociale structuur.”

Lees ook: ‘Niet kunnen sporten op je club, doet je beseffen hoe leuk het eigenlijk is’

De dynamiek van een sportvereniging overstijgt het sporten, zegt Dirk Jan Rutgers, voorzitter van voetbalclub Koninklijke HFC in Haarlem. „Wat mensen hier voor elkaar doen, dat gaat het niveau van een wedstrijdje te voetballen te boven. Mensen kijken hier naar elkaar om.” De club telt tweeduizend leden, maar Rutgers schat dat via via „misschien wel 10.000 mensen verbonden zijn met HFC. „Het is net een dorp dat tot stilstand is gekomen.”

Geen tosti’s uit de vriezer

De financiële gevolgen van de coronacrisis worden als eerste zichtbaar. NOC-NSF voorziet dat sportclubs 30 miljoen euro per maand mislopen aan horeca-inkomsten, en dat er 140 miljoen euro minder binnenkomt aan contributies. Neem het tennisseizoen, dat zijn hoogtepunt kent als de voorjaarscompetities beginnen. Het seizoen dat de uitbaters van clubhuizen en kantines hun geld moeten verdienen.

Maar in plaats van dat ze tosti’s uit de vriezer aan het bereiden is, pullen met limonade met reine claude-smaak vult en bier en bitterballen op tafel zet, zit Eline Jongste thuis. „Wij hebben vrij weinig te doen.” Samen met haar man runt ze de bar op Tennisclub Nieuwerkerk in Nieuwerkerk aan den IJssel. Als daar het eerste team, dat in de hoogste divisie tennist, thuis speelt, zit er soms wel honderd man publiek op het terras. Tel daar de andere tien teams bij die op een van de negen banen van het park spelen, en je zit al gauw op 250 man. Jongste: „Op zo’n dag draaien we wel 5.000 euro omzet. In april, mei en juni verdienen we het geld waar we de rest van het jaar op moeten teren.”

Dat zit er de komende maanden waarschijnlijk niet in, zegt Jongste. „Bij ons zijn er in het weekend elke dag meer dan honderd mensen op de club. Dat gaat nooit mogen.” Ze was vorig jaar gestopt met haar kantoorbaan om zich samen met haar man op de horeca te storten. Nu overweegt ze toch weer op kantoor te gaan werken. „Om in ieder geval tot het eind van het jaar het hoofd boven water te houden.”

Een miljoen vrijwilligers

Het verenigingsleven draait voor een belangrijk deel op de inzet van vrijwilligers. Wekelijks melden zich een miljoen mensen bij hun club om de lijnen te trekken, een wedstrijd te fluiten, bardiensten te draaien of zich op een andere manier nuttig te maken. „Het zijn vaak mensen die eerst actief lid waren, maar door bijvoorbeeld ouderdom niet meer kunnen sporten”, zegt Janine van Kalmthout. Ze is onderzoeker bij het Mulier Instituut en betrokken bij de Verenigingsmonitor, waarmee elk jaar het verenigingsleven in beeld wordt gebracht. „Deze mensen blijven komen voor de gezelligheid en omdat ze een functie willen vervullen.”

Zij zitten nu noodgedwongen thuis. HFC-voorzitter Rutgers noemt als voorbeeld de groep oudere leden van zijn voetbalclub die in een verzorgingstehuis wonen, en nu niet alleen niet meer naar het sportpark kunnen komen, maar ook geen bezoek meer kunnen krijgen. „Dat vinden deze mensen heel moeilijk. Wij proberen ze te bellen, ik schrijf briefjes. Om te laten merken dat de club ze niet vergeten is.”

Sportpark Het Loopveld in Amstelveen. Foto Paul van Riel/HH

Sportbonden met veel aangesloten senioren proberen te voorkomen dat hun leden in een sociaal isolement geraken. Bridgebond NBB besloot het proefabonnement van de online bridgeclub Stepbridge te verruimen. De bonden voor biljart (KNBB, 60 procent van de leden boven de 60 jaar) en jeu de boules (NJBB, gemiddelde leeftijd van 67) tuigden een website op: sportersvoorelkaar.nl. Hier kunnen ouderen zich aanmelden voor een (telefonisch) praatje met een sportgenoot.

„Het gaat bij ons niet alleen om de sport zelf”, zegt KNBB-directeur Willem La Rivière, die het initiatief nam voor de site. „Het sporten is voor onze leden vaak het uitje van de week.” De twee bonden waren al voor de coronacrisis aangesloten bij de Nationale Coalitie tegen Eenzaamheid. La Rivière: „De website online zetten was de meest praktische oplossing. En al gaan mensen over koffie of het weer kletsen, het gaat er ons om dat we sociaal contact mogelijk maken.”

Ledendaling

De grootste zorg bij clubs is de onzekerheid. Hoe langer de maatregelen tegen corona van kracht blijven, hoe groter de gevolgen, zei directeur Dielessen van NOC-NSF vorige week tegen NRC. Hij vreest dat sportverenigingen een flinke knauw krijgen. „Hoe houden we de verenigingsstructuur, die voor elke club weer anders is, overeind als alles weer op gang komt? Daar breken we ons nu het hoofd over.” Sportonderzoeker Van Kalmthout voorziet een kleine ledendaling. „Dit zou best een moment kunnen zijn waarop twijfelaars zeggen: ‘ik stop ermee’. Als je noodgedwongen thuiszit, ga je je afvragen hoezeer je de club mist.”

Maar bang voor teloorgang van het verenigingsleven is Van Kalmthout niet. „Lid zijn van een vereniging is toch wat anders dan ergens een kaartje voor kopen. Je laat niet zo snel je team in de steek.” Ook sportfilosoof Van Hilvoorde ziet het positief in. „Binnen de grenzen van wat is toegestaan, denk ik dat mensen na een tijdje elkaar toch wel weer gaan opzoeken. Daar is de mens heel creatief in.”

Zwemclub De IJsel gaat het lustrumfeest later inhalen, zegt voorzitter Van Zwam. „We hebben al afgesproken met de feestlocatie dat we het tegen lage kosten kunnen verplaatsen. We gaan voor second best.” Als het zover is, dan komt ook burgemeester König, zegt hij toe. „De uitreiking van de erepenning houden ze van me tegoed.”

Correctie 30 maart 2020: In een eerdere versie werd Willem La Rivière KNBB-voorzitter genoemd. Dit moet KNBB-directeur zijn. Dit is aangepast.