Opinie

Lief, zo’n twitterruzie, ontroerend haast

Claudia de Breij

Een van de levenslessen die wijlen René Gude, eens Denker des Vaderlands, na zijn veel te vroege dood achterliet, was: „Maak ruzie. Als je ruzie maakt, ben je in elk geval geïnteresseerd.” Gude doelde op intieme relaties. Maak ruzie met je geliefde, met je gezinsleden. Laat het knallen, praat het uit, los het op, schreeuw elkaar de tent uit, maar laat het niet doodbloeden.

Als je denkt: ‘Laat ook maar zitten’, vind je het de moeite niet meer in de relatie te investeren en geef je het op.

Wie geen ruzie meer maakt, kan net zo goed direct de echtscheidingsadvocaat bellen.

Het lijkt me een terechte klacht om mee bij de relatietherapeut te komen: „Wij maken nooit ruzie.” Een goede psycholoog zet handenwrijvend de tissues klaar. Dit wordt wéken therapie.

Maar als Gude gelijk heeft (en dat had hij doorgaans), hoe moeten we dan ons gedrag op sociale media verklaren? Daar maken we voortdurend ruzie, vooral met mensen die we niet kennen. Mensen die ons eigenlijk niks kunnen schelen.

Waarom steken we zoveel energie in vage figuren die zich verschuilen achter een valse naam of een tijdlijn vol tractor-emoji’s? Waarom blaffen we het ene argument na het andere, steeds harder – tot een van de twee eindigt met het ultieme socialemedia-zwaktebod: „Ik heb wel iets beters te doen, prettige dag verder!”

Zijn we zo druk met onze tegenstanders omdat we aan de rest van onze bubbel willen laten zien wat een ontzettend goeie mening we hebben? Nee, dat is het niet, geloof ik. Zo’n felle discussie gaat met je op de loop, zonder dat je je nog druk maakt over wat anderen ervan vinden. Je bent alleen maar bezig met het overtuigen van die ander. Die ene, die juist dátgene zei waardoor je aansloeg als een waakhond op een krantenjongen. Die ander, die precies wist op welke knoppen hij moest drukken om je razend te krijgen, die knoppen die meestal alleen je geliefde (of ja, een broer of zus) weet te bespelen.

Mensen die elkaar nog nooit hebben gezien, die niet weten hoe de ander woont, klinkt, ruikt, die elkaar nooit met een coronavirus zouden kunnen besmetten omdat ze niet eens binnen een straal van meters van elkaar zijn geweest, praten met elkaar.

Nou ja, praten. Ze gaan tekeer, jij-bakken, schelden. De toon van de gemiddelde twitterruzie doet nog het meest denken aan die van sinds-kort-exen. Wél de intimiteit, niet de beleefdheid. Niets meer van elkaar moeten, maar wel elkaars aandacht opeisen. Niets meer van elkaar willen krijgen, behalve gelijk. En altijd, altijd vechten om het laatste woord.

Ik vind het lief.

Ontroerend haast. Al zijn er analyses over hoe het internet haar belofte de wereld dichter bij elkaar te brengen nooit heeft waargemaakt, dit biedt toch hoop.

We zijn in elk geval geïnteresseerd.

Claudia de Breij is cabaretier en schrijver.