Onvergetelijke personages in een heruitgegeven klassieker

De eerste bladzijde Eén zin op de eerste bladzijde van een boek dat deze maand verschijnt. Deze keer: een nieuwe vertaling van een ‘zwarte klassieker’ van bijna 75 jaar oud.

Het was de eerste roman van een zwarte Amerikaanse vrouw die een miljoen exemplaren verkocht. De straat van Ann Petry, uit 1946, vertelt het verhaal van de zwarte, alleenstaande moeder Lutie Johnson en de straat waar zij woont: de 116de, in Harlem, New York. Het boek was een internationale hit – en nu staat een nieuwe vertaling op het punt deze ‘zwarte klassieker’ uit de vergetelheid te vissen.

Zou dat lukken? Wie de eerste bladzijde leest, zegt misschien dat het wel érg sterk aangezet is: die wind die door de straat blaast en een „muur van papier” opwerpt, en die een zin later „kippenbotjes en varkenskluiven” langs de stoeprand „stuwt”. Beeldend en smakelijk gezegd, maar is het niet een beetje véél? Werkt het?

Schrijfster Tayari Jones, groot fan, werpt die vraag ook op in haar inleiding: „Hoe kunnen personages tegen het stereotype aanschurken en toch uniek en onvergetelijk blijven?” Eind deze maand kunnen we lezen of de miljoen lezers gelijk hadden.

De straat van Ann Petry, vertaling Lisette Graswinckel, 28 april.