‘Ik was haar minnaar, partner en leraar ineen’

Exgenoten Hoe kijk je terug op een relatie? Jack ontmoette Miriam in Rio. In Nederland bleken ze zich op elkaar te hebben verkeken.

Illustratie Martien ter Veen op basis van privéfoto’s

Jack

‘Miri en ik leerden elkaar kennen op een terrasje in Rio de Janeiro. Ik dacht dat ze midden twintig was, zij schatte mij halverwege de dertig. Pas na een paar dagen ontdekten we hoe groot het verschil was. Zij was 18, ik 44. Als het wat zou worden tussen ons, zo spraken we af, zou zij zich altijd ouder blijven kleden en gedragen dan ze was, en ik juist jonger. Ik ben sportief, jongensachtig, ik dacht dat het wel los zou lopen.

„Anderhalf jaar later kwam ze naar Nederland en trok bij me in. Ik merkte wel dat ze erg impulsief was. Maar ik was zo verliefd op haar, ze was ook zo bloedmooi. Ik was haar minnaar, haar partner en leraar ineen. Tot de kinderen kwamen en we van de geliefdenmodus in de oudermodus belandden. Miriam was erg aangekomen en ik vond haar minder aantrekkelijk. Ik smeekte haar om af te vallen, maar ze begon zich steeds meer tegen me te verzetten.

„Ons huwelijk wankelde dus al toen ik door een beknelde zenuw in mijn rug verlamd raakte. Ik verging van de pijn en werd depressief. Maar in plaats van me te helpen, zoals ik haar altijd had geholpen, liet Miriam mij aan mijn lot over. Als ik onderaan de trap op de grond lag om mezelf aan mijn armen naar boven te hijsen, stapte ze soms gewoon over mee heen en zei dat ze uitging.

„Ik heb me laten opereren in Amerika. Toen ik terug was, zijn we gescheiden. Maar eigenlijk is er, behalve dat we het bed niet meer delen, nauwelijks iets veranderd. Miri wil graag op eigen benen staan, maar ondertussen leunt ze nog steeds op mij. Dat geeft niet, ik help omwille van mijn kinderen, maar ik vind wel dat ze wat dankbaarder zou mogen zijn.”

Miriam

‘Ik ben Braziliaans, ik leef op mijn gevoel. Bij Jack moet alles volgens zijn regels. In het begin trok dat dominante me juist aan, ik zag hem als mijn leraar, maar gaandeweg veranderde hij in een totale controlfreak. Pas toen Oliver, onze oudste, werd gediagnostiseerd met PDD-NOS en ADHD, kwamen we erachter dat Jack die stoornissen ook heeft. Dat verklaarde een hoop natuurlijk, maar voorkwam niet dat we steeds vaker botsten.

„Het werd zo erg dat ik het niet meer prettig vond met hem in een ruimte te zijn. We gingen apart slapen, en terwijl ik voor de kinderen zorgde, stortte Jack zich als een bezetene op zijn werk. Hij kreeg problemen met zijn gezondheid. Fysiek maar ook psychisch. Ik probeerde hem nog wel te helpen, maar hij was zo in de war. Sloot soms zomaar ineens de elektriciteit af, of dreigde midden in de nacht om mij en de kinderen op straat te zetten.

„Ik was bang dat hij ons allemaal mee zou sleuren in zijn val. Dus op een dag heb ik de rechter om een voorlopige voorziening gevraagd die Jack dwong het huis te verlaten. Toen werd hij pas echt gek. Hij bestookte me met appjes waarin hij me uitschold voor hoer en voor gold digger. Zijn volgzame Braziliaanse meisje was een wolvin geworden die vocht voor haar kinderen en dat kon hij niet verkroppen.

„Het gaat nu gelukkig beter. Ik woon op een schip tegenover zijn huis, ons oude huis, en sinds een jaar doen we aan co-ouderschap. Jack is de jongste niet meer en ik wil heel graag dat de jongens een vader hebben. Maar ook nu we gescheiden zijn probeert hij nog controle over me uit te oefenen. Laatst belde hij nog de wijkagent omdat ik een half uur te laat was om de kinderen op te halen. Ik moet elke dag weer afwegen hoeveel ik hem toelaat in mijn leven.”

Meedoen met deze rubriek? Mail exgenoten@nrc.nl