Soms heb je zin om in je eentje héél dom te eten

Zin in eten Koken doen veel mensen, eten doet iedereen. Marjoleine de Vos over zien, ruiken, proeven, samenzijn en af en toe eens lekker alléén eten, zonder pottenkijkers.

Foto Benning en Gladkova

Het kan iets zijn om je op te verheugen: alleen eten. Niet dat andere mensen zo in de weg zitten bij het eten, helemaal niet, we weten zo langzamerhand echt wel dat samen eten iets moois kan betekenen – je kunt zo ver niet terug gaan of je leest over maaltijden die aan gasten worden aangeboden en over de verhalen die dan loskomen. Maar soms heb je juist zin om zonder conversatie héél dom te eten, macaroni met kaas en ketchup of zo, iets waar je liever geen pottenkijkers bij hebt.

Alleen eten kan ook een kans zijn om eens iets uit te proberen in de keuken, of om de gelegenheid aan te grijpen voor bloedworst, spruitjes of iets anders dat niet geblieft wordt door de mede-eter(s). Of om te schrokken of te slurpen, of je boterham onbekommerd in het pannetje met jus te duwen of om net te doen of je iemand bent op een foto en rare huiskleren aan te trekken en een bril op je neus te zetten en dan met een grote schaal op schoot waarin iets romigs en smelterigs of iets met korst en zachte binnenkant, of iets met sliertjes en plonsjes saus, of knapperige stukjes die je met je vingers – nu, zoiets dus, op de bank te gaan zitten om dat op te eten. Een broodje met twee burgers ertussen én gesmolten kaas, én tomatensaus én chips én sla en het puilt uit en het lekt en het ziet er niet uit maar oh! hoe heerlijk.

Zulke dingen.

Dit alles duidelijk bij de gratie van de meestal juist níet alleen gebruikte maaltijd. Elke avond alleen eten is iets anders. Dan kan er geen sprake zijn van steeds maar hamburgers of slurpsoep, dan moet er gewoon – maar lekker! dat is altijd belangrijk! – gegeten worden.

Lezen tijdens het eten

Ik las er laatst Nigel Slater over, die, hoewel hij behulpzaam schreef ook voor zichzelf alleen de tafel te dekken en een glas wijn in te schenken, het natuurlijk vooral vanuit koksoogpunt bezag: hoeveelheden voor één, maaltijden die wel of juist niet geschikt zijn als ze niet gedeeld (hoeven of kunnen) worden. Dan gaat het over koken en dat is belangrijk natuurlijk, zonder koken geen eten, maar hoe éét men het beste in mens eentje? Die vraag.

Heel vaak lees je dat het prettige is van alleen eten dat je er een boek bij kunt lezen. Neem je boek mee aan tafel of naar het restaurant en eet.

Dat is niet mijn ervaring.

Het is me juist al vaak opgevallen dat wie leest niet goed kan proeven. Soms maak je iets echt lekkers voor jezelf klaar (zelfgemaakte basilicumpesto, gekookte aardappeltjes, doperwtjes en een zachtgekookt ei, alles in één schaaltje) en dan zit je te eten en dan denk je: het smaakt eigenlijk bijna naar niets. Ik proef er niet veel van.

Dat komt door het lezen.

Lezen leidt af van proeven. Bij het lezen kun je gedachteloos eten en dat is nu precies wat je níet moet doen. Er is geen noodzaak tot hysterisch kauwen en jubelen, maar alle aandacht op iets anders richten dan op wat je proeft gaat, hoe logisch is het niet, ten koste van het eten.

Luister liever naar de radio, kijk om je heen in het restaurant, blader gerust wat door een tijdschrift of zet opwekkende muziek op. Slurp. Smak. Bijt. Eet met de vingers. Zeg hardop: ‘mmm!’, ‘o wat lekker!’ en ‘jammer dat het op is’.