Kabinet kan ‘dankbaar’ gebruik maken van de coronacrisis

Parlementaire stilte Dossiers die in de schaduw van de coronacrisis opeens een zetje krijgen of juist helemaal stilliggen: de Kamer kijkt er bezorgd naar. „Het publieke debat is de kern van de democratie.” 

Toen de horeca en de scholen sloten, besloten de fractievoorzitters van de Tweede Kamer ook bijna alle debatten te annuleren.
Toen de horeca en de scholen sloten, besloten de fractievoorzitters van de Tweede Kamer ook bijna alle debatten te annuleren. Foto Remko de Waal/EPA

De debatzalen zijn leeg, de wandelgangen verlaten, de ministeries uitgestorven – maar Den Haag zit allesbehalve stil. In de slagschaduw van het coronanieuws gaat het politieke werk door. Sterker nog: ook in een reeks controversiële dossiers kwam de afgelopen weken beweging, alsof de parlementaire stilte het kabinet wel goed uitkwam.

Zo erkende minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) vorige week dat het kabinet de Tweede Kamer – opnieuw – verkeerd had geïnformeerd over de luchtaanval op de Irakese stad Hawija, op een moment dat debat hierover niet mogelijk is. Nog zo’n verrassing: de megaverbouwing van de Amsterdamse Zuidas gaat, in recessietijd, tot een miljard euro extra kosten. En er was de kwestie Albanië en Noord-Macedonië: de onderhandelen met die landen over EU-lidmaatschap kunnen alsnog beginnen, nadat minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) plots een einde maakte aan het jarenlange Nederlandse verzet hiertegen.

Lees ook: hoe Nederland overstag ging inzake de gesprekken over EU-lidmaatschap van Albanië

Allemaal voer voor Kamervragen – maar het vragenuurtje is er even niet.

Agenda leeggemaakt

Zondag 15 maart maakte het kabinet bekend scholen en horeca te sluiten en samenscholingen te verbieden. Diezelfde avond besloten de fractievoorzitters in de Tweede Kamer via Pexip, het videobelprogramma waarmee Kamerleden werken, ook hun eigen werkzaamheden in te perken. De debatagenda is leeggemaakt, de bestrijding van het virus krijgt prioriteit. Maar dat betekent niet dat al die andere onderwerpen de komende maanden stil liggen.

Afgelopen vrijdag stuurde het kabinet een lijst rond met wetsvoorstellen die niet tot het post-coronatijdperk kunnen wachten: van de nationalisering van ProRail tot plannen uit het pensioenakkoord. Dat wordt geen eenvoudige opgave: behalve over de coronacrisis debatteert de Kamer amper. Kamerleden worden geacht hun inbreng te leveren via schriftelijke vragenrondes.

FVD-leider Thierry Baudet vindt dat onwenselijk. Zijn bezwaar: de Kamer is niet alleen een wetgevingsmachine, maar óók een podium. „Het publieke debat is de kern van de democratie. Anders kan de regering eigenlijk altijd zeggen: onze coalitie heeft toch een meerderheid als we gaan stemmen. Oppositie, ga maar naar huis.” Neem de ommezwaai over de EU-gesprekken met Albanië en Noord-Macedonië, zegt hij. „Misschien kun je het als Tweede Kamer niet tegenhouden, maar dan moet je er wel discussie over hebben.”

Pauzeknop

Middels een motie stelde Baudet vorige week voor om „politiek gevoelige” onderwerpen controversieel te verklaren zolang de coronacrisis voortwoedt. Een pauzeknop als het ware, legt hij uit: „Even alles on hold totdat we weer verder kunnen.” De motie kreeg geen meerderheid. Behalve FVD steunden alleen PVV, SGP en eenmansfractie Wybren van Haga het voorstel.

Maakt het kabinet misbruik van de coronacrisis om impopulaire wetgeving in alle haast door te voeren? Zo simpel ligt het niet, zegt de Leidse hoogleraar staatsrecht Wim Voermans. Dat het kabinet slecht nieuws – zoals de Kamerbrieven over Hawija of de Zuidasverbouwing – juist nu deelt, is moeilijk te voorkomen. Daar gaat geen wetgeving aan vooraf. Bovendien: „Prioriteiten stellen is altijd een politiek proces.” Als het op de parlementaire agenda aankomt, is het in wezen niet anders dan wat de Tweede Kamer elke dinsdag doet: gezamenlijk bepalen welke onderwerpen wél en níet een eigen debat verdienen. „Daar wordt iedere week geprioriteerd, al is de huidige orde van grootte natuurlijk ongekend.”

‘Iets meer tijd’ nodig

Esther Ouwehand is niet zo bezorgd over de dossiers die een duwtje krijgen, maar juist over de kwesties die helemaal stilliggen. „Kijk maar naar de stikstofcrisis”, zegt de fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren. Het leek onvermijdelijk dat de coalitie snel pijnlijke maatregelen moest gaan nemen, maar met de coronacrisis is de urgentie verdwenen. Dat is ook te zien bij de uitvoering die het kabinet moet geven aan het Urgenda-vonnis, dat de Nederlandse staat dwingt om strengere klimaatmaatregelen te nemen.

Sinds het eerste vonnis in die zaak – in juni 2015 – wordt de houding van het kabinet getekend door getreuzel. Na eerder uitstel had minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) de Kamer vóór 1 april moeten laten weten hoe hij de Urgenda-doelen wil halen. Dat gaat niet lukken, schreef hij vrijdag in een Kamerbrief. Vanwege het coronavirus is „extra zorgvuldigheid” nodig bij het nemen van nieuwe klimaatmaatregelen, aldus Wiebes, en dat vereist „iets meer tijd”.

Lees ook: waarom de Omgevingswet dreigt te stranden

Vergelijkbare verhalen gaan rond over de zogenoemde Omgevingswet, de geplande decentralisatie van alles wat met ruimtelijke ordening en leefomgeving te maken heeft. Die wet is een hoofdpijndossier voor het ministerie van Binnenlandse Zaken geworden: de invoering loopt al langer stroef, de digitalisering van de wetgeving zit vol gebreken.

Uitstel om orde op zaken te stellen lag voor de hand – al is dat altijd pijnlijk voor het kabinet. Met de coronacrisis is er een „dankbaar excuus” voorhanden om straks zonder politieke schade uitstel aan te kondigen, zegt een ingewijde.

Niet doordrukken, maar uitstellen: ook dat is een vorm van politiek opportunisme. En juist op die reflex moet de Kamer alert blijven door haar werk voort te zetten, vindt Ouwehand. Dat kan ook op afstand.

Er zijn volgens haar zelfs voordelen aan het schriftelijk behandelen van sommige dossiers. „In een schriftelijk overleg kun je meer vragen stellen", zegt Ouwehand. „Je bent niet gebonden aan een spreektijd zoals in een gewoon debat.” Bij de complexe klimaat- en milieudebatten die ze vaak voert, is dat best handig. „Al is het in een fysiek debat wel makkelijker om een minister onder druk te zetten.”