Migranten afkomstig van Griekse eilanden voor de Turkse kust komen anderhalve week geleden aan op het Griekse vasteland. „De kampen op de eilanden moeten worden leeggehaald”, vindt Jan Egeland.

Foto Laskaris Tsoutsas/EPA

Interview

‘Ik ken geen epidemie waar vluchtelingen níét als zondebok werden aangewezen’

Jan Egeland | Noorse hulpverlener De coronacrisis is een ernstige bedreiging voor vluchtelingen. Ze kunnen het virus zelf oplopen, maar ze kunnen er ook van worden beschuldigd dat zij het virus hebben gebracht, zegt de ervaren Noorse hulpverlener Jan Egeland.

De Noor Jan Egeland heeft veel grote crises in de wereld van nabij meegemaakt. Als staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (1990-1997) was hij mede-initiator van het geheime diplomatieke overleg tussen Israël en de Palestijnen dat uitmondde in de Oslo-akkoorden. En als VN-ondersecretaris-generaal voor humanitaire zaken was hij verantwoordelijk voor de enorme hulpoperatie na de tsunami in Zuidoost-Azië in december 2004.

Maar de coronacrisis is van een andere orde. „Nu is de crisis niet beperkt tot een regio, maar betreft het de hele wereld, op een moment dat er een ongekend aantal vluchtelingen is”, zegt hij aan de telefoon.

Egeland is net terug uit Venezuela, waar hij projecten bezocht van de Norwegian Refugee Council, de hulporganisatie waarvan hij tegenwoordig directeur is. Het is onzeker of die kunnen doorgaan. Sinds zijn terugkeer zit hij in quarantaine in zijn huis in Oslo.

„In Venezuela ziet het er erg somber en moeilijk uit. Het land is totaal niet voorbereid op een crisis van deze omvang. Het gezondheidsstelsel ligt volledig plat en veel mensen zijn op de vlucht. Dat geldt ook voor buurland Colombia, dat 1,5 miljoen vluchtelingen uit Venezuela opvangt, en daarnaast miljoenen ontheemden telt als gevolg van binnenlandse conflicten. Beide landen hebben niet de infrastructuur om mensen te beschermen.”

Wat is uw taak?

„We staan voor een gigantische opgave. Ik had net een conferencecall met mijn regionale directeuren, die samen 14.000 lokale hulpverleners in dienst hebben. Daarmee zijn we een van de grootste hulporganisaties ter wereld. We proberen op dit moment onze water-, sanitaire, hygiëne- en gezondheidscampagnes op te schalen, en extra opvangplaatsen te bouwen zodat er mogelijkheden zijn mensen in quarantaine te plaatsen.

„Vorig jaar hebben we negen miljoen vluchtelingen geholpen met opvang, juridische hulp, voedsel, en onderwijs. Voor al die mensen moeten we zoveel mogelijk doen. Maar we moeten ook zo veel mogelijk andere mensen helpen met de voorlichting over en verbetering van hygiëne, sanitaire voorzieningen en medische zorg.”

Kunt u in deze omstandigheden wel blijven werken?

„Als gevolg van de reisbeperkingen die het ene na het andere land heeft opgelegd, is het moeilijk door te werken. Hierdoor kunnen we 300.000 mensen in het Midden-Oosten niet de hulp bieden die ze nodig hebben. Hoe geef je les aan kinderen als de scholen gesloten zijn? In Jordanië, Libanon en Irak gelden strenge reisrestricties als gevolg van het coronavirus.

„We zouden de vrijstellingen moeten hebben die het zorgpersoneel ook heeft. Maar die vrijstellingen zitten er niet aan te komen. Jordanië is natuurlijk een genereus gastland, dat naar schatting 1,4 miljoen vluchtelingen opvangt. Maar daar geldt nu zelfs een avondklok. We hebben een speciale vergunning nodig om te blijven werken in de twee grote vluchtelingenkampen Zataari en Azraq.”

Uw medewerkers kunnen het virus toch verspreiden?

„Het doel van de restricties is natuurlijk verspreiding van het virus te voorkomen. Daarom hebben we veel maatregelen genomen om te zorgen dat onze duizenden medewerkers niet besmet raken, en God verhoede dat ze het verspreiden in vluchtelingengemeenschappen. Zo houden ze genoeg afstand en gebruiken ze mondkapjes.

„Maar een ingenieur die een nieuwe waterpomp aanlegt, kan dat niet totaal zonder gevaar doen voor hemzelf en de mensen die hij helpt. We hebben geprobeerd de Verenigde Naties uit te leggen dat het contraproductief is, dat mensen zonder onze hulp kwetsbaarder zullen zijn, dat ze het virus niet alleen kunnen krijgen, maar ook weer verder kunnen verspreiden. Ik hoop dat we de vrijstellingen uiteindelijk zullen krijgen.”

Wat zijn andere problemen waar u tegenaan loopt?

„We hebben ook begrip van onze donoren nodig dat we flexibel moeten zijn in deze tijden. Veel projecten zijn opgeschort, we kunnen het geld niet aan de geplande activiteiten uitgeven. Onze aandacht moet op dit moment uitgaan naar mensen die hun huizen kwijt zijn, wier ziekenhuizen kapot zijn geschoten, en die nu dicht op elkaar leven in overbevolkte kampen, waar ze kwetsbaar zijn voor het virus.

„Donoren moeten begrijpen dat we opnieuw moeten bekijken waar we onze mensen en ons geld inzetten en dat we ook extra geld nodig hebben. Maar het is in deze omstandigheden niet mogelijk te werken zoals we normaal doen, met uitgebreide financiële verantwoording en auditing. Dit vergt flexibiliteit van onze donoren.

Lees ook: ‘Als één iemand in het kamp besmet raakt, krijgen we het allemaal’

Waar is de hulp het hardst nodig?

„Iran, waar miljoenen Afghaanse vluchtelingen leven in dichtbevolkte sloppenwijken, zonder toegang tot medische zorg. Jemen, waar hongersnood heerst en veel ziekenhuizen niet functioneren als gevolg van beschietingen. Bangladesh, waar een half miljoen tot een miljoen Royhinga uit Myanmar op elkaar gepakt leven in kampen. Het opvangkamp Moria op Lesbos is de schandvlek van Europa. Daar leven 20.000 mensen, terwijl er slechts plek is voor 3.000. Honderden mensen moeten één toilet en washok delen. Hoe meer mensen op een klein oppervlak, hoe slechter de persoonlijke hygiëne, hoe groter het gebrek aan schoon water, hoe zwakker gezondheidszorg, des te bezorgder we zijn.”

Sommige hulporganisaties pleiten voor de evacuatie van Moria.

„Daar ben ik het mee eens. De kampen op de Griekse eilanden moeten nodig worden leeggehaald. Het is niet nodig mensen op te sluiten in een val, waar ze een groot risico lopen op besmetting en waar ze niet behandeld kunnen worden. Je kunt ze nu nog gemakkelijk evacueren aangezien het virus tot dusverre nog niet heeft toegeslagen in Moria en de andere kampen.

„Maar ik maak me grote zorgen dat vluchtelingen afgeschilderd zullen worden als verspreiders van het virus. Ik heb nog nooit een grote epidemie meegemaakt waarbij vluchtelingen niet om de verkeerde redenen tot zondebok werden gemaakt. Dit is een tijd voor echte wereldwijde solidariteit. Als rijke noordelijke landen niet de verantwoordelijkheid nemen voor zuidelijke landen met een zwak zorgstelsel, dan kan het virus ook een bedreiging blijven voor ons in het noorden.”