Reportage

Chaos in Spaanse ziekenhuizen: ‘Het is alsof je in een oorlog levens moet zien te redden'

Ziekenhuis Madrid Spaanse verpleegkundigen beschermen zichzelf inmiddels met vuilniszakken. Ze draaien overuren in het ziekenhuis, zónder psychische ondersteuning voor de vele Covid-19-doden die ze zien. „Het is alsof je in een oorlog levens moet zien te redden.”

Het lijkt wel een militair hospitaal na een veldslag. Overal waar je komt in het universitair ziekenhuis Infanta Sofía liggen of zitten coronapatiënten. Niet alleen de 283 reguliere bedden zijn al weken bezet, maar ook wachtruimtes en gangen zijn gevuld met Madrilenen die het coronavirus hebben opgelopen. Verpleegkundig personeel moet zich behelpen met plastic vuilniszakken en matige mondkapjes als bescherming tegen Covid-19. „De chaos en het gebrek aan materiaal is zo groot dat er onnodig doden vallen. Dat durf ik wel te stellen”, zegt Vanesa Sierra, die moet toezien op de beroepsrisico’s van het personeel in haar ziekenhuis en zelf als verpleegkundige assisteert in de operatiekamers.

De chaotische situatie in het ziekenhuis – gelegen in San Sebastián de los Reyes, vlak bij Madrid – staat volgens Sierra en verschillende andere bronnen zeker niet op zichzelf. Terwijl ministers en andere verantwoordelijken dagelijks via persconferenties het Spaanse volk met cijfers en tabellen over „een naderende piek” gerust proberen te stellen, is in de regio Madrid de ramp op de werkvloer van de ziekenhuizen nauwelijks te overzien. Het personeel in de tientallen publieke zorginstellingen bezwijkt bijna onder de enorme werkdruk, die sinds de uitbraak van Covid-19 is ontstaan. Bovendien wachten de ziekenhuizen al weken tevergeefs op materiaal dat uit China zou moeten komen „Op 11 maart 2004 hebben we hier de aanslagen van Atocha gehad”, legt Sierra uit. „Daarbij vielen meer dan 170 doden. Dat was één dag. Het lijkt nu wel een constante reeks daarvan. En het einde is niet in zicht.”

Zware bezuinigingen in de zorg

Hoewel de autoriteiten het Spaanse zorgstelsel graag afschilderen „als een van de beste van de wereld”, komen de zwakheden ervan nu pijnlijk aan het licht. Volgens Sierra brengt het coronavirus de gevolgen van zware bezuinigingen in het afgelopen decennium op de publieke gezondheidszorg naar boven. „De wijze waarop verpleegkundigen zijn behandeld wreekt zich nu”, stelt Sierra. „Ziekenhuizen hebben niet of nauwelijks geïnvesteerd in hun personeel. Er zijn nauwelijks nieuwe krachten geworven. Nu blijkt er een enorm tekort aan gekwalificeerd personeel.”

Van het Hospital Severo Ochoa in Leganés, ten zuidwesten van Madrid, tot het Gregorio Marañón in het centrum van de stad: de ziekenhuizen in de regio kunnen de constante stroom patiënten simpelweg niet aan. Het aantal bevestigde besmettingen is in de regio Madrid – de grootste brandhaard van Spanje – opgelopen tot boven de 24.000. „Er is overal gebrek aan”, legt Sierra uit. „We krijgen vaak van particulieren vuilniszakken of maskers. Maar de hulp van de overheid blijft achterwege. Die schittert door afwezigheid.”

Tot overmaat van ramp raakt het medische personeel op grote schaal zelf besmet met het virus. Volgens officiële cijfers zouden in heel Spanje nu meer dan twaalfduizend zorgmedewekers Covid-19 hebben. Dat komt neer op 14 procent van het totaal aantal bevestigde besmettingen. In 90 procent van de gevallen treedt redelijk snel herstel op. Vijf artsen en een verpleegsters zijn echter al bezweken aan de gevolgen van de ziekte.

In de praktijk ligt het aantal besmettingen onder het personeel volgens Sierra en anderen veel hoger. „Personeel wordt vaak al niet meer getest uit angst dat ze positief zijn. Dan hebben ze weer een werknemer minder”, verzucht Sierra.

Personeel wordt niet getest uit angst dat ze positief zijn

Vanessa Sierra verpleegkundige

Ook dat verhaal staat niet op zich. „Ik heb allerlei symptomen, maar ik werk gewoon door”, zegt een medewerker van het Hospital Severo Ochoa, die liever niet met haar naam in de krant wil, in een telefonische klaagzang. Ze is niet de enige die bang is openlijk kritiek te uiten. In sommige gevallen is van hogerhand opgelegd dat er niet met de media wordt gesproken. Niet zelden is dat contractueel vastgelegd. „Velen van ons bijten op hun tong. Zeker als de autoriteiten stellen dat alles onder controle is.” Dat doet gewoon pijn, zegt de vrouw.

Naast het gebrek aan personeel is er het tekort aan capaciteit. De openbare en particuliere ziekenhuizen in de regio Madrid, waar zes miljoen mensen wonen, hebben normaal gesproken 641 plaatsen op de intensive care. Ter vergelijking: in heel Spanje zijn er in normale tijden 5.798 IC-bedden, in Nederland 1.150.

Sinds de alarmfase op 14 maart van kracht werd is het aantal patiënten dat intensieve zorg nodig heeft in de regio opgelopen tot 1.460. „In het ziekenhuis hebben we provisorische oplossingen bedacht waarmee het aantal plekken op de IC van acht naar dertig kon worden uitgebreid”, vertelt Sierra. „Het is alsof je in een oorlog levens moet zien te redden.”

Sinds vorige week zijn er in Madrid en in verschillende andere Spaanse steden met behulp van het leger en de brandweer noodhospitalen ingericht. Zo biedt het Madrileense beursgebouw Ifema plaats aan 1.300 coronapatiënten en kan de capaciteit worden uitgebreid naar eventueel 5.500 bedden en vijfhonderd IC-plekken. Maandagochtend moesten de verpleegkundigen zich in een kleine ruimte verdringen om zich om te kleden. Adequaat materiaal was ook hier niet altijd voorhanden, bleek uit opnames. De autoriteiten brachten ondertussen gelikte beelden van tevreden personeel naar buiten.

„Deze voorzieningen brengen misschien iets verlichting, maar lossen de bestaande problemen niet op”, verzucht Sierra. „Verpleegkundigen draaien overuren. Ze staan met hun werk op en gaan ermee naar bed. Ze geven zich 300 procent om zich op te offeren voor oude, kwetsbare mensen. Maar toch zien ze hoeveel patiënten de strijd verliezen. Van enige psychische hulp aan het personeel is geen sprake. De gevolgen daarvan zullen we later zien.”

Dode lichamen in het stadion

Het virus heeft in Madrid inmiddels 3.392 slachtoffers geëist. De lichamen van honderden overleden patiënten liggen in het schaatsstadion, dat sinds vorige week dienstdoet als mortuarium, wachtend op een anonieme begrafenis. Ondanks de angst probeert Sierra met haar collega’s in het ziekenhuis Infanta Sofía stand te houden. „Het is onze plicht, zegt ze. „Voor het virus ben ik niet bang, wel voor lot van vele ouderen. Gelukkig krijgen we enorm veel steun van het volk. Iedere avond om 20.00 uur krijgen we massaal applaus. De mensen zien ons als een soort helden. Dat maakt veel goed.”

Lees ook dit artikel van correspondent Koen Greven over het grootste noodhospitaal in Europa