Reportage

Hij klapte voor de zorg, op een lege galerij

Hoe beïnvloedt het coronavirus het leven achter de 728 voordeuren van de L-flat in Zeist? Vandaag: de directeur van de basisschool en hulpverleners proberen flatbewoners te bereiken. Tekst Foto’s
Vrijwilligers brachten tulpen rond in de L-flat in Zeist.
Vrijwilligers brachten tulpen rond in de L-flat in Zeist.

Lees de online versie van dit artikel op nrc.nl/flat

Elk gezin met leerlingen op basisschool Op Dreef, achter de L-flat, kon voor thuis-onderwijs één laptop halen. Het liep gesmeerd. Bijna alle ouders kwamen langs, kort na het sluiten van de school op 16 maart. Op een handvol gezinnen na. Drie uit de L-flat. De vaders en moeders reageerden niet op mailtjes en telefoontjes. „Een deel is de taal niet machtig. Dat werpt een drempel op”, zegt directrice Marijn Knevel (37) die haar school typeert als „superdivers”. Van de 180 leerlingen komen er 88 uit de L-flat, waar veel mensen wonen van niet-westerse komaf.

Maandagochtend heeft Knevel nieuws: met twee van de drie gezinnen uit de flat is er eindelijk contact. Maar dat is er nog steeds niet met de ouders van een leerling uit de bovenbouw. Knevel wil haar leerkrachten gezien het virus niet op het gezin afsturen. „Misschien ga ik zelf.”

De groep leerlingen in een nijpende thuissituatie „wordt steeds groter hoe langer de school dicht is”, zegt Knevel. Gezinnen die al in beeld zijn bij jeugdzorg, ouders met fikse schulden, leerlingen met een broertje of zusje dat een stoornis heeft. Om hoeveel kinderen gaat het? Knevel: „32…36…44…er staan er nu 47 op mijn lijstje.” Ze is met jeugdzorg en de gemeente over de leerlingen in gesprek.

Maatschappelijk werker Henk van Dalen (63) van het sociaal team voor hulpbehoevende burgers in Zeist-Noord, had afgelopen week moeite een bewoner uit de L-flat te bereiken die „fysieke en psychiatrische klachten” heeft. Normaal gaat hij elke week even bij hem langs. Maar nu met corona moet hij op andere manieren contact zoeken. De telefoon van de bewoner bleek kapot, een nieuwe regelen lukte niet zo gauw. Uiteindelijk kreeg hij contact via de mail. Het ging de bewoner „redelijk goed”, op de eenzaamheid na dan.

In de flat wonen tientallen mensen „met psychiatrische gevoeligheid”, zegt Van Dalen. Bewoners met autisme, een depressie, een verstandelijke beperking, een geschiedenis van opnames wegens psychoses. „Iedereen is blij als we bellen. Maar we missen tal van signalen nu we niet meer in de huiskamer zitten. Ik houd mijn hart vast.”

Voor Ina Duit (62), coördinator van het inloophuis van de L-flat, is social distancing een straf. Zij is van het echte contact, met hen die om een gesprekje verlegen zitten. Ze heeft van sommige flatbewoners zelfs geen telefoonnummer. Een kleine twee weken geleden, groepen van meer dan twee waren nog niet taboe, maakte Ina Duit een wandeling met zes of zeven flatbewoners die een frisse neus en gezelschap konden gebruiken. Twee liepen met rollator, op het bospad achter het parkeerdek.

Via een bestuurslid van de Zeister inloophuizen kreeg Duit afgelopen week zestig bossen gele tulpen om uit te delen aan bewoners. Met vrijwilligers bracht ze de bloemen toch maar wel lijfelijk langs de deuren – „tsja, wat moet je dan”. De weduwnaar uit portiek vier die het voetbal op tv zo mist, nam ook een bosje in ontvangst. Hij moest hard zoeken naar een vaas.

De oprichter van het Meiden-buurthuis in portiek zes, dertiger Harisa Fetahovic, was vorige week ziek, vertelt ze aan de telefoon. Verkouden, hoesten, soms benauwd. „En ik heb al astma.” Volgens de dokter kon het ook de griep zijn. Ze bleef dagen binnen. Eten bij de voedselbank kon ze niet zelf halen. Ze is alleenstaand, dus haar dochter van twaalf ging in haar plaats. Inmiddels voelt Harisa Fetahovic zich beter. „Het was een verkoudheid.” Ze maakt zich nog wel zorgen om corona. „Stel ik krijg het en ik ga dood, waar gaan mijn kinderen heen?” Ze is bang boodschappen te doen. „Maar het moet. Ons drinken is alweer bijna op.”

Wilco Machielse (72), L-flatbewoner sinds 1997, was vorige week op Texel. Hij was nog wel in de flat toen Nederland ging klappen voor de zorgmedewerkers. Stipt om 20:00 uur stond hij klaar voor zijn voordeur. Hij begon te klappen – en hoorde alleen zijn eigen applaus. Hij keek naast zich en tuurde in een honderden meters lange galerij – op zijn verdieping alleen komen er 56 voordeuren op uit. Geen deur was open, de galerij was leeg. Machielse stopte met klappen, liep zijn huis in en deed de voordeur achter zich dicht.