De vuilnisman denkt dat-ie het virus zal krijgen

Covid-19 beïnvloedt het dagelijks leven. In Utrecht worden vuilnisophalers bedankt met een spandoek, briefjes en koekjes.

Foto Aziz Kawak

‘Bedankt allemaal, voor ons zijn jullie cruciaal.” Aan het hek van de Stadsbedrijven hebben supporters van voetbalclub FC Utrecht een rood spandoek opgehangen. Ietsje verderop bereiden een aantal mannen en een enkele vrouw in gele reflecterende kleding zich voor op hun dienst: afval ophalen. Maarten van Luipen (33), chauffeur bij de ophaaldienst, vond het spandoek prachtig. „Het doet me goed dat mensen voelen dat wat wij doen belangrijk is.”

Stipt om half acht ’s ochtends vertrekt hij, samen met Marcellino Leber (20). Ze zitten met zijn tweeën in de auto omdat ze een rondje grofvuil doen, collega’s van het restafval gaan meestal met zijn drieën. Zij moeten namelijk ‘kliko’s lopen’, soms wel vijftienhonderd op een dag. De twee beladers rijden normaal gesproken mee. Sinds deze week rijdt de chauffeur de auto naar de wijk en de rest komt er op de fiets naar toe, of met eigen auto.

Na de uitbraak van het coronavirus zijn maatregelen genomen. In de wagens staat een flesje desinfectiemiddel, de cabines worden elke dag gedesinfecteerd en leidinggevenden – die klachten aannemen en het aanspreekpunt zijn bij problemen – zijn veel minder aanwezig.

Maar toch is het lastig om eventuele besmetting helemaal tegen te gaan, zegt Maarten van Luipen, terwijl hij in razend tempo de ene na de andere plank, en daarna een oude bank in de vuilnisauto werpt. „We pakken natuurlijk heel veel vast op een dag. We hebben een paar handschoenen per dag, daarna worden ze weggegooid, maar die doe je soms even uit en dan leg je ze in de auto neer. En desinfectiemiddel doe ik maar vier keer per dag, anders worden mijn handen zo glad dat ik alles laat vallen.”

Stiekem gaat hij ervan uit dat hij het virus zal krijgen. „Ik denk dat er een grote kans is omdat we door moeten werken. Daarom zie ik verder niemand: zelfs mijn ouders niet meer.” Als ze ziek zijn, mogen ze een tijdje niet komen werken, merkte Marcellino Leber. „Ik was verkouden, dus ik moest een weekje thuis blijven.”

Het werk is veranderd, merken de Utrechtse vuilnismannen. Het is stiller op straat, en omdat iedereen thuis is komen ze sommige straten nauwelijks door: overal staan auto’s. De oplossing: kun je een straat inrijden, dan kun je er ook achteruit uit. Dat hun werk op de overheidslijst met cruciale beroepsgroepen staat, vindt Maarten van Luipen terecht. „Als mensen hun vuil niet kwijt kunnen, wordt het een drama.”

Wat het de moeite waard maakt: overal zijn kinderen, zwaaiend achter het raam. Mensen laten bedankbriefjes achter op vuilnisbakken, soms zelfs koekjes of chocolade. „Die waardering is super, omdat er soms wel op ons wordt neergekeken”, zegt Maarten van Luipen. „Maar de mensen van het ziekenhuis zijn de echte helden van deze crisis. De verplegers en artsen verdienen straks een standbeeld.”