De test om te zien of je het virus al gehad hebt, komt eraan – maar hoe betrouwbaar is die?

Bloedtesten Testen op antistoffen kan in een halfuurtje bepalen wie al Covid-19 heeft gehad. Maar de uitslag is niet spijkerhard.

Artsen in Berlijn nemen een bloedtest af om een patiënt te testen op Covid-19.
Artsen in Berlijn nemen een bloedtest af om een patiënt te testen op Covid-19. Foto Fabrizio Bensch/Reuters

Heb ik het virus nou gehad of niet? Die onzekerheid plaagt veel Nederlanders tijdens de corona-epidemie. De genetische test op corona wordt in Nederland zuinig afgenomen. Er komen nu andere tests aan, die antistoffen in het bloed meten. Die meten niet of je het virus bij je draagt, maar of je er recentelijk mee bent geïnfecteerd. Zo kun je mensen identificeren die al immuun zijn voor corona. Mensen met immuniteit tegen het coronavirus zouden bijvoorbeeld kunnen helpen in de zorg, zonder het risico te lopen zelf ziek te worden of anderen te besmetten.

Maar zo makkelijk is het helaas niet. Vijf vragen over de beperkingen en de verwachtingen van nieuwe antistoftests.

1 Hoe werkt zo’n antistoftest?

De antistoffen tegen het virus kunnen in een klein (bloed)monster worden aangetoond met een kleurreactie, een zogeheten ELISA-test. In de test fungeren (stukjes) eiwitten van het virus als lokaas voor antilichamen in het bloedmonster. Antilichamen binden alleen aan structuren die zij precies herkennen.

De ELISA-test kan op grote schaal in het laboratorium worden uitgevoerd, voor tientallen personen tegelijk. Hierbij kan ook grofweg worden gemeten hoeveel antistoffen er zijn, aan de hand van de intensiteit van de kleuring.

Lees ook: Ondernemer wil vaart maken met snelle bloedtest

Er bestaan ook varianten waarbij de test voor eenmalig gebruik in een plastic houder zit, ongeveer zoals een zwangerschapstest, ook wel een sneltest genoemd. Daar is geen laboratorium voor nodig, zelfs geen deskundige. Stop een klein druppeltje bloed in een vulopening en binnen een halfuur volgt automatisch de uitslag als streepje of stip.

2 Zijn deze sneltesten al verkrijgbaar?

Er zijn al tientallen fabrikanten die ze op de markt brengen. Een groot deel komt uit China. Maar er komt nog veel meer aan. De aan de Wereldgezondheidsorganisatie gelieerde Foundation for Innovative New Diagnostics FIND in Genève houdt een lijst bij met tests op het nieuwe coronavirus: dat zijn er al meer dan honderd. In samenwerking met internationale laboratoria is FIND bezig deze tests te evalueren, maar de uitkomst daarvan is er nog niet. Ook Nederlandse groothandels voor laboratoriumbenodigdheden bieden zulke sneltests al aan, voor een paar tientjes per stuk.

3 Hoe betrouwbaar zijn deze tests?

Dat is het heikele punt. Antilichaamtests geven géén spijkerharde uitslag. Dat heeft verschillende oorzaken. Ten eerste kan het zo zijn dat iemand antilichamen heeft tegen andere virussen, die onbedoeld ook reageren op de Sars-CoV-2-test. Daardoor zou iemand fout-positief kunnen testen: die zou dan ten onrechte gaan denken dat hij of zij de ziekte al doorgemaakt heeft en immuun is.

Ten tweede maakt iedereen die door het virus besmet wordt op zijn eigen manier antilichamen daartegen aan. Sommige personen hebben een afweer die zich richt op stukjes van viruseiwitten die toevallig niet in de test zitten. De testuitslag is bij hen dan ten onrechte negatief: ze zijn wél immuun maar weten dat niet.

De fabrikanten van de tests hebben meestal wel onderzoek gedaan naar hoe specifiek en sensitief hun test is, maar dat zijn vaak proeven met kleine aantallen. Daardoor is het niet heel zeker hoe betrouwbaar de tests in de praktijk zijn.

En ook al zou de test wél accuraat aangeven dat iemand antistoffen tegen het nieuwe coronavirus heeft, dan blijft de vraag of iemand ook echt beschermd is, zegt viroloog Chantal Reusken van het RIVM. „Aanwezigheid van antistoffen geeft aan dat je een infectie hebt doorgemaakt. Echter, de uitslag zegt niet direct iets over de mate van immuniteit. Niet alle antilichamen die aangemaakt worden zijn in staat om het virus te neutraliseren oftewel uit te schakelen. En de commerciële tests meten niet direct het aandeel neutraliserende antistoffen.”

De tests zijn dus vooralsnog niet geschikt voor consumentengebruik, benadrukt Reusken. Ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd waarschuwde al dat aangeboden testen niet geschikt zijn voor thuisgebruik. De inspectie laat weten nog geen informatie te hebben ontvangen van aangemelde instanties of van inspecties van andere Europese lidstaten dat er zelftesten voor het coronavirus goedgekeurd zijn. Die zijn dus nog niet toegelaten.

Desondanks vermelden diverse aanbieders dat hun „Covid-19-test” een CE-label heeft. Let op, zegt Reusken: „CE-markering is géén keurmerk! Het zegt niets over de betrouwbaarheid van een test, alleen dat de test aan een aantal minimale randvoorwaarden heeft voldaan.”

Het RIVM gaat in samenwerking met het ministerie van Volksgezondheid en de beroepsvereniging van medisch microbiologen NVMM met spoed verschillende tests op de markt vergelijken. Reusken: „We willen zo snel mogelijk in staat zijn de uitkomsten, die met de jungle aan tests op de markt gegenereerd worden, te duiden op betrouwbaarheid. Dan weten we hoeveel de uitkomsten waard zijn en welk beleid we erop kunnen voeren.”

Een onderzoeker bekijkt een bloedtest in een laboratorium in België. Foto Yves Herman/Reuters

4 Bloedbank Sanquin gaat de tests gebruiken voor onderzoek naar groepsimmuniteit. Hoe betrouwbaar is dat dan?

Sanquin wil met een immunologische test in één week inventariseren in hoeverre willekeurige mensen in de bevolking al weerstand hebben opgebouwd tegen het nieuwe coronavirus. In één week zal het bloed van 7.000 donors gescreend worden. Vier weken later wordt het herhaald met 7.000 andere donors.

„Zo willen we bestuderen hoe de dynamiek is van het ontwikkelen van weerstand tegen het virus onder de Nederlandse bevolking”, zegt Hans Zaaijer, arts-microbioloog bij Sanquin in Amsterdam. „We bekijken het resultaat op populatieniveau, daarom is het niet noodzakelijk dat we twee keer dezelfde donoren testen.” Het onderzoek moet een indruk geven van de ontwikkeling van de immuniteit tegen het virus in verschillende regio’s en verschillende leeftijdsgroepen.

Zaaijer rekent erop dat er „een zinnig antwoord” uit het onderzoek zal komen. „Serologische tests zijn nooit 100 procent nauwkeurig, daar houden we rekening mee. Aan de hand van oude donaties van plasmadonors op een moment vlak voordat dit virus opdook, kunnen we bepalen wat de achtergrondruis van deze test is. Dat is onze nulmeting. En we testen ook op antistoffen bij plasmadonors die met genetisch onderzoek bevestigd Covid-19 hebben doorgemaakt. Die zouden dus altijd positief moeten testen. Op deze manier kunnen we zelfs met een slechte test iets over de ontwikkeling van de groepsimmuniteit in Nederland zeggen.”

De donors van het onderzoek krijgen de uitslag van hun test niet persoonlijk te horen. „Dat is veel te risicovol”, zegt Zaaijer. „Dit soort tests maakt fouten. Daar kunnen we op groepsniveau rekenkundig voor corrigeren. Maar bij een individuele uitslag gaat dat niet. Op individueel niveau is de uitslag van deze test boterzacht.”

5 Zouden deze tests een alternatief kunnen zijn voor de genetische tests?

De genetische tests, oftewel pcr-tests, zijn nog steeds de gouden standaard bij het vaststellen van besmettingen met het nieuwe coronavirus. Deze zijn echter relatief duur en arbeidsintensief om uit te voeren. Vanwege een tekort aan materialen gaat men er in Nederland ook spaarzaam mee om. Er zijn nu ook ELISA-tests in ontwikkeling die niet de antistoffen maar het virus zelf detecteren. Dan wordt het antilichaam dat specifiek aan een viruseiwit bindt het lokaas in de test en komt er een kleurreactie als het virus daardoor wordt ingevangen.

Deze testen zijn technisch wat ingewikkelder te maken, maar kunnen in principe snel en hanteerbaar gebruikt worden buiten het laboratorium. Het Britse biotechnologiebedrijf Mologic is bijvoorbeeld bezig zo’n immuuntest voor het coronavirus te ontwikkelen voor gebruik in Afrika. Die zou daar een goedkoop en eenvoudig te hanteren alternatief kunnen zijn voor de pcr-test.

Bloedmonsters in een lab in Luik, België. Foto Yves Herman/Reuters