Als je alleen woont, ligt eenzaamheid nu op de loer

Eenzaamheid Verplicht thuisblijven is een stuk draaglijker als je met mensen samenwoont, voor de alleenwonenden is er een lastige tijd aangebroken. Die moeten nog creatiever zijn.

Foto Thomas Nondh Jansen

‘Zin in kerst’, twitterde fotograaf Ilse Wolf (28) uit Breda op de vierde dag van haar corona-isolement. Normaal gesproken houdt ze niet van die „sociale opsmuk”, maar nu lijkt een drukke kerstperiode ineens zo slecht nog niet.

Biertjes drinken in de kroeg, kopje koffie bij de buurvrouw, paardrijles. Alles is in één klap gestopt. En thuis zit niemand om dat sociale gat op te vullen. Wolf vindt het voor de eerste keer in haar leven vervelend om alleen te wonen.

Maandenlang sociaal isolement, wat doet dat met een mens? In Nederland wonen tegen de drie miljoen mensen alleen, blijkt uit cijfers van het CBS. Zij moeten het nu doen met digitale vrijmibo’s en yogalessen. Hoe creatief ook, deze digitale initiatieven zijn geen volwaardige vervanging van menselijk contact.

Iedereen voelt zich weleens eenzaam, zegt Gerine Lodder, onderzoeker naar eenzaamheid aan Tilburg University. „Dat is maar goed ook: het is een handig signaal van je lichaam dat aangeeft dat je contact moet zoeken. Maar als dat niet lukt kan de eenzaamheid chronisch worden, en dat is gevaarlijk.”

Lees ook: NRC’s Grote Thuisblijfgids.

Het kan leiden tot depressies en sociale angst en het verhoogt de kans op hart- en vaatziekten. Lodder: „Het risico op vroegtijdig overlijden is vergelijkbaar met de impact van obesitas en het roken van vijftien sigaretten per dag.”

Of dit het lot wordt van alleenwoners, is volgens Lodder niet te voorspellen. „Dit is een unieke situatie. Onder normale omstandigheden is chronische eenzaamheid meestal een gevolg van een onderliggend probleem. Bij de mensen die nu ineens gedwongen alleen zitten is daar geen sprake van. Ze hebben vaak een rijk sociaal netwerk en bovendien een overvloed aan digitale alternatieven.”

Lees ook: Hoe je thuis tóch een beetje goed voor jezelf kunt zorgen.

Wel loopt de een meer risico dan de ander om te vereenzamen, denkt Anja Machielse, sociaal wetenschapper aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht en gespecialiseerd in eenzaamheid. „Sommigen hebben meer behoefte aan mensen om hen heen dan anderen, en zijn van hen afhankelijker voor hun geluk.”

Op de been houden

Zo iemand is Judith Akershoek (30) uit Eden. Zij zit vanwege chronische vermoeidheid in de ziektewet en haar complete routine wordt bepaald door sociale afspraken. „Mijn sociale leven houdt mij op de been. Schilderles, koffieafspraken, het huishouden doen omdat er visite komt. Het zijn allemaal dingen die ervoor zorgen dat ik meedraai in de maatschappij.” Het isolement waarin ze nu zit, valt haar zwaar. Ze heeft nu „eigenlijk geen reden meer om uit bed te komen.” De eerste dagen lukte het nog om dat toch om negen uur te doen, inmiddels voelt ze zich daar vaak te moe en lusteloos voor.

In een crisistijd heb je meer dan normaal behoefte hebt aan mensen die heel dicht bij je staan, zegt Machielse. Het wrange aan deze crisis is dat we juist afstand van elkaar moeten houden.

Judith Bredewold (45) uit Julianadorp ervaart dat ook. Voor het eerst in de tweeënhalf jaar dat ze vrijgezel is, zou ze het fijn vinden om een relatie te hebben. „Ik word er verdrietig van dat mijn agenda helemaal leeg is en ik zelfs thuis moet werken. Dan is het fijn om iemand naast je op de bank te hebben.”

Voor sommige alleenwonenden vielen de eerste dagen sociale isolatie zwaar, anderen merken er nog weinig van. Michiel Cobben (55) uit Hilversum denkt niet eenzaam te worden zolang hij bezig blijft, want „het kan pas toeslaan als je aan het niksen bent”, zegt hij. Mariëlle Markgraaff (25) uit Eindhoven vindt het een uitgelezen kans om „lekker aan haarzelf te werken.”

Over een paar maanden piepen ze mogelijk anders, vreest Machielse. „Aanvankelijk kan het een gevoel van vrijheid geven als alle verplichtingen van je af vallen. Maar het is niet uit te sluiten dat dit gevoel na een aantal weken omslaat in eenzaamheid.”

Daarom hoopt Lodder dat we de komende weken onze sociale gezondheid in acht nemen. Door sociale contacten op een aangepaste manier te onderhouden, binnen de mogelijkheden die er zijn.

Digitale vrijmibo

Dat gebeurt ook al. Liza Veenboer (35) uit Utrecht belt met ooms en tantes die ze normaal amper spreekt. Ze „gaat naar” digitale danslessen die ze zelfs in haar agenda zet, net alsof ze een ‘echte’ afspraak heeft. Wolf belt haar vader wel vijf keer per dag en Markgraaff (25) had een digitale vrijmibo, met vijftig man verdeeld over twee tabbladen.

Hoeveel voldoening sociale media geven, verschilt per persoon, zegt Lodder. „Over het algemeen zijn mensen met een goed sociaal leven ook online actiever. Voor hen is onlinecontact bevredigend, maar wel als aanvulling. Nu zijn we in de gekke situatie beland waarbij dit het offlinecontact compleet moet vervangen. Of dat een probleem wordt, moet de tijd ons leren.”

Machielse vreest van wel. De sociale meerwaarde van gezamenlijke activiteiten ontbreekt digitaal, meent zij. Samen uithijgen op de banken in de kleedkamer na een sportles, elkaar een schouderklopje geven in de kroeg. „Fysieke nabijheid is een basale behoefte van de mens.”

Moeten ze dan toch maar af en toe in het echt afspreken? Dat is voor Akershoek een dilemma, want hoewel ze zich graag aan de maatregelen houdt is „doodgaan aan eenzaamheid ook sneu.” Toen iemand in haar vriendengroep voorstelde thee te drinken, reageerde iedereen erg fel. „Dan denk ik: het is makkelijk praten als jij thuis op de bank zit met je vrouw.”

Wolf vindt fysiek afspreken nog geoorloofd zolang er twee meter tussen zit. „Ik ben met een vriendin koffie gaan drinken in het bos, we zaten allebei aan het uiteinde van een omgevallen boom. Met een andere vriendin ben ik gaan dauwtrappen. Je wordt er wel creatief van.”

Misschien nog wel de grootste remedie tegen de eenzaamheid is het besef dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten, zeggen de alleenwonenden. We blijven nu allemáál binnen terwijl de zon schijnt, zegt Markgraaff: „Het is een soort collectieve FOMO.”