Reportage

In het verpleeghuis biedt beeldbellen uitkomst

Videobellen Nu verpleeghuizen gesloten zijn voor bezoek, laten ze bewoners videobellen met vrienden en familie.

„Zodra mevrouw De Wit haar man ziet, begint ze te praten, alsof hij in de huiskamer zit”, zegt verzorger Tamara Peerdeman.

„Zodra mevrouw De Wit haar man ziet, begint ze te praten, alsof hij in de huiskamer zit”, zegt verzorger Tamara Peerdeman.

Beeld via zorginstelling Omring

Ze zijn bijna zesenvijftig jaar getrouwd en Martien de Wit heeft geprobeerd zijn vrouw Leny zo lang mogelijk thuis te houden. „Maar het werd steeds erger”, vertelt de voormalige tulpenkweker (77) uit Enkhuizen. „Ze kleedde zich ’s nachts aan om naar buiten te gaan of ze ging de tafel voor acht personen dekken terwijl we met z’n tweeën waren.” Anderhalf jaar geleden moest hij haar wegbrengen, naar Nicolaas in Lutjebroek, een van de verpleeghuizen van zorgorganisatie Omring. „Het was juridisch geregeld en in orde. Toch was het moeilijk. Toen we wegreden, moest ik tegen haar zeggen dat we koffie gingen drinken, terwijl ik in werkelijkheid wist dat ze haar huis nooit meer terug zou zien.”

Sinds enkele weken kan Martien de Wit Leny (79) niet meer bezoeken. Visite is tijdens de coronacrisis in alle verpleeghuizen verboden. Gelukkig kunnen ze nog beeldbellen. Martien de Wit: „Ze zegt geen zinnig woord. Bij alles wat ik zeg, antwoordt ze: ‘Alles met mate’. Als ik zeg ‘Goh, wat hou ik toch van je, schat’, antwoordt ze: ‘Alles met mate’. Als ik zeg ‘Wat een mooi weer vandaag’, is het antwoord: ‘Alles met mate’.” Toch is hij blij met het virtuele contact. „Als je door de corona uit elkaar wordt gerukt, is dit een geweldig alternatief. We geven elkaar een kus via het beeldscherm. Ik zie dat zij nog leeft en er mooi uit ziet en daardoor heb ik een tevreden gevoel.”

Wat ontroert is dat bewoners vaak niet weten dat beeldbellen bestaat, maar het ineens de gewoonste zaak lijken te vinden

Tamara Peerdeman, verzorgende in verpleeghuis Nicolaas

Sinds enkele weken maken verpleeghuizen gebruik van Facetime, Skype en andere technieken om bewoners toch nog een beetje in contact te brengen met hun naasten ondanks de sluiting voor bezoek, „een maatregel die de meest kwetsbaren en de zorgmedewerkers moet beschermen”, aldus een woordvoerder van Omring. Een van de verzorgers is Tamara Peerdeman. „Het is zó mooi om te zien”, zegt ze. „Wat ons ontroert, is dat bewoners vaak niet weten dat zoiets als beeldbellen bestaat, maar dat als ze eenmaal hun geliefde zien, ze het toch ineens de gewoonste zaak van de wereld lijken te vinden. Zodra mevrouw De Wit haar man ziet, begint ze te praten, alsof hij in de huiskamer zit.” Het beeldbellen is een welkome aanvulling op activiteiten in de gezamenlijke huiskamer zoals spelletjes doen, zingen, bloemschikken en tekenen. Martien de Wit: „Dat mijn vrouw daar zit, is een zegen. De medewerkers daar hebben geen vak, maar een roeping: omgaan met mensen die van voren niet weten dat ze van achteren leven.”

Lees ook: Wie zijn naasten wil zien, moet skypen

Bellen bij opstaan en naar bed gaan

Ook in Bergen op Zoom is beeldbellen een succes, althans voor Cor Bruijs (83), die kampt met dementie. „Het gaat fantastisch hier”, vertelt de voormalige voetballer van Willem II aan de telefoon. „Ik voel me lekker. Ik zit nu op het gezamenlijke balkon een sigaretje te roken. Dat is heel gezond!” Hij meldt dat hij zich nooit verveelt, en dat het „fantastisch” is dat hij ondanks „het verschrikkelijk gebeuren” dat de corona is, kan beeldbellen met zijn drie zoons en met een goede vriendin. Wat zijn beroep vroeger is geweest? „Dat weet ik nu even niet meer.”

Beeld via zorginstelling Omring

Bruijs belt met of zonder beeld vier of vijf keer per dag met Barbariet Hellemons (74), een vriendin die hij een jaar of vijf geleden heeft leren kennen tijdens het bridgen, vóór zijn opname drie jaar geleden in Vissershaven, een van de verpleeghuizen van zorginstelling Tante Louise. Hij legt nog steeds regelmatig een kaartje. Barbariet Hellemons: „Hij weet soms dingen niet meer. Hij heeft vroeger gewerkt als manager bij sigarettenfabriek Philip Morris. Ik bel hem vaak om te zeggen dat hij iets niet moet vergeten te doen. Hij wil ook graag bellen als hij naar bed gaat. En als hij is opgestaan. Soms wil hij niet douchen. Dan belt de verpleging mij op. Als ik zeg dat hij moet douchen, doet hij het wel.”

Lees ook: Alleen zwaaien naar oma in het verpleegtehuis

Beeldbellen is een welkom alternatief voor bezoek, zegt ze. „Ik ging regelmatig op bezoek. We gingen samen boodschappen doen. Dat kan nu niet. Maar door het beeldbellen blijft hij mijn gezicht herkennen. En als hij me ziet, glundert hij van oor tot oor. Ik vraag hem: ‘Heb je al een whisky ingeschonken? ‘O nee vergeten’, zegt hij. Dan blijf ik aan de lijn tot hij dat heeft gedaan.”

Locatiemanager Nadine Verheuvel: „Alle bewoners maken er gebruik van. Sommigen worden er verdrietig van omdat ze elkaar alleen kunnen zien en niet aanraken. De meesten vinden het leuk. Vooral de familie.” Zoon Joep Bruijs: „Natuurlijk is het leuker om langs te gaan. Maar dit is een prima alternatief. Gewoon even zien en horen dat het allemaal goed gaat.”

Ook in het Limburgse Geleen wordt driftig getelefoneerd. „We zijn in een akelige film beland”, zegt Angelina Hermans, zorgcoördinator bij Glana, een van de verpleeghuizen van zorginstelling Zuyderland. „Het contact met de familie is het allerbelangrijkste dat onze bewoners hebben en het is schrijnend dat we hun dat hebben moeten afnemen, en bijvoorbeeld te zien hoe een man en een vrouw hun handen tegen het raam houden om nog contact te hebben.” Dat er nu kan worden gebeld, geeft „een goed gevoel”.

Hermans (54) belt ook met haar eigen vader (80), die eveneens in het verpleeghuis woont. Ze lacht. „Hij vindt het zelf niet zo bijzonder. Na dertig seconden zegt hij: ‘Zijn we nu klaar?’” De sfeer in de woongroepen is er door de quarantaine volgens haar niet slechter op geworden. „Je gaat terug naar de kern. We bakken pannenkoeken met een appel er doorheen. Zoiets was vroeger gewoon maar nu is het een hele gebeurtenis. Het versterkt de saamhorigheid. Het is misschien raar om te zeggen, maar het heeft ook wel iets moois.”