Reportage

Rust en afstand heersen op streng gecontroleerde Haagse Markt

Drukte Vorige week was het op de Haagse markt té druk. Nu is de ernst van de situatie daar zo doorgedrongen dat iedereen afstand houdt. Al geldt dat niet in de hele wijk.

Op de Haagse Markt zijn nog maar 50 van de 350 stallen open. Wie de markt op wil, moet door een hekkencircuit slalommen.
Op de Haagse Markt zijn nog maar 50 van de 350 stallen open. Wie de markt op wil, moet door een hekkencircuit slalommen. Foto David van Dam

„Afstand, afstand, anderhalve meter àààààfstand!” De marktkooplui op de Haagse Markt roepen het met schorre stem. En dan weer, op precies dezelfde toon: „Aarebeien, lekkere aarebeien. Voor een euro. Wie maakt me los?”

De altijd overvolle en populaire markt is rustig nu. Heel rustig. Het kan ook niet anders. Er is maar één poort open en daar kom je niet zomaar door. Je moet heen en weer door een hekkencircuit, alsof je in de rij staat voor het optreden van een wereldster.

Bij de poort word je opgewacht door een tiental handhavers die je streng ondervragen: „U komt voor de markt?”

„Nee, voor mijn schoonmoeder”, zegt een man. Om het grapje wordt niet gelachen. Dit is een serieuze zaak in coronatijd.

Het ís ook serieus, want vorige week woensdag werd de markt halverwege de middag halsoverkop gesloten. Kooplui bleven verbijsterd achter met hun koopwaar. Aanleiding waren filmpjes en foto’s van een overvolle markt, met mensen die elkaar verdrongen.

Lees ook: Boodschappen doen is een evenement geworden

Kleding voor 2 euro

Die foto’s geven een vertekend beeld, zeggen sommige marktmannen. Nordin Abdellati, achter een groente- en fruitkraam: „Er was een kledingkraam met kleding voor 2 euro. Alleen dáár was het druk.”

Het was ook echt wel te druk, zegt Peter Hoogendoorn, die kwaliteitskazen verkoopt. „Er werd onvoldoende afstand gehouden. De mentaliteit van veel verkopers en bezoekers speelt ook mee: ‘Als Allah het wil, dan krijg ik het toch’.”

Het verschil tussen de markten van vrijdag en zaterdag met die van woensdag is wel erg groot: van de 530 kramen zijn er maar dertig over. Alleen ‘food’. ‘Non-food’ mag niet meer. Elke kraam heeft met hekken of kratten een veilige situatie gecreëerd. Overal staan bordjes met: „Houd anderhalve meter afstand”. Hoogendoorn had woensdag al geadviseerd om alleen kramen met etenswaar toe te laten en die te verspreiden over de markt. „Nu zitten 500 kostwinners thuis.”

De bezoekers schuifelen, geïntimideerd door alle veiligheidsvoorschriften, voorzichtig en stil langs de kramen. De meesten hebben, al dan niet zelfgefabriceerde, mondkapjes. Armen zwaaien wild als er iemand te dicht bij komt.

Ghanak Harylallsingh draagt geen mondkapje en koopt zonder aarzelen een stuk kaas. Hij heeft geen angst en dat komt, vertelt hij, door de adviezen van Hindoestaanse medici. Het advies is dit: je strooit wat zout in je handpalm, je maakt het een beetje nat. Daarmee was je je gezicht. Vergeet je oren en nek niet. Daarna – belangrijk – laat je het aan de lucht drogen. Harylallsingh beweert: „Het beschermt je tegen het virus. Het is de reden dat zeedieren geen last hebben van het coronavirus.”

Helaas voor hem: zout water is een van de vele traditionele afweringen van het kwaad die niet werken tegen het coronavirus, zo blijkt uit de lange lijst met fabelmiddelen die de Amerikaanse Johns Hopkins University bijhoudt.

Handhavers

„Moet je kijken”, zegt Nordin Abdellati. „Het lijkt net Syrië.” Hij wijst op de halflege markt met handhavers en boa’s op elke hoek. Hij staat normaal gesproken niet op de Haagse Markt, maar in Rotterdam. Daar heeft burgemeester Aboutaleb vorige week al alle markten gesloten. Nu helpt hij zijn collega Nabil Farid. Die zegt: „Aboutaleb kan wel zeggen: ‘We moeten dat virus helemaal wegkrijgen’. Maar Rutte spreekt hem tegen, die zei dat we het juist allemaal moeten krijgen.”

Abdellati vindt de coronamaatregelen goed. Anderhalve afstand houden, in je elleboog hoesten. Natuurlijk. Maar de handel moet ook doorgaan. „Wij hebben ook allemaal gezinnen en familie. Op deze manier houden we het niet lang vol.”

En die niet alleen. Er zijn ook veel mensen van hén afhankelijk, zegt Abdellati. Mensen met een kleine beurs bijvoorbeeld. „Moeten die dan nu naar de supermarkt waar de aardbeien 6 euro per pond kosten? Wij hebben ze voor 1,25 euro. Trouwens, is het zoveel beter in de supermarkt? Weet je hoe dicht je op elkaar staat als je daar moet passeren?”

Juist de ouderen en eenzamen moeten een plek hebben om naar toe te gaan, vindt hij. „Mensen komen ook naar de markt voor de gezelligheid. Wij zijn een soort van psychiaters. Eenzame oudjes kunnen even hun hartje leegmaken.”

Lees ook: verbod op samenscholing in heel Nederland

Fuck corona

Een paar straten verder moeten Hamid Annouri en Mourad Baghou lachen om de psychiaters van de markt. Ze zitten na een werkdag op een bankje voor hun huis en drinken koffie. Op de markt komen ze weinig, al wonen ze om de hoek.

Mourad Baghou moet trouwens ook lachen om al die plastic handschoenen en zelfgemaakte mondkapjes waarmee de mensen rondlopen. Jarenlang werkte hij in de farmacie en hij weet precies wat werkt en vooral hóe. „Als je zo’n mondkapje niet goed gebruikt, heeft het totaal geen nut.”

Ook zij zien een groot verschil met een weekend eerder. Toen leken nog weinig mensen zich bewust van het virus. Dat is nu heel anders. Normaal gesproken is de stoep hier vol spelende kinderen, zeggen ze. Hun vrouwen houden hun kinderen zoveel mogelijk binnen. Annouri: „Mijn vrouw is echt bang voor het virus.”

Zij zien ook dat niet iederéén even goed oplet. Groepjes jongeren klitten nog steeds bij elkaar. En Búlgaren. Ook Polen, maar vooral Bulgaren.

Er wonen hier gewoon veel Bulgaren, zegt Baghou. „Ze wonen met veel mensen in één huis, meerdere per kamer. Hierachter, op het Bulgarenplein komen ze samen.”

Het ‘Bulgarenplein’ heet officieel Wijkpark Transvaal. Het zit inderdaad vol met plukjes mensen. Vooral Bulgaren. Ze roken en eten Turkse pizza uit folie. Jongeren uit de buurt voetballen en hangen rond in groepjes.

Zitten ze niet met teveel erg dicht op elkaar? Ze kijken op en halen hun schouders op. Wat dan?

Corona toch?

„Fuck corona.”