Foto iStock

Interview

Bedenker bankierseed: coronacrisis is het moment voor omslag in financiële sector

Hans Ludo van Mierlo | bedenker bankierseed Sinds vijf jaar moeten bankiers verplicht een eed afleggen. Dat is niet voor niets, zegt de bedenker ervan. „Het financiële systeem is er om de maatschappij gezond te houden.”

„‘Ik zweer/beloof dat ik mijn functie integer en zorgvuldig zal uitoefenen.” Mede dankzij Hans Ludo van Mierlo (1946) hebben tienduizenden medewerkers van Nederlandse banken dat de afgelopen jaren met hun hand omhoog of op de bijbel beloofd. Ze beloofden ‘de belangen van de klant centraal te stellen’ en bij te dragen aan ‘het vertrouwen van de samenleving in de bank’.

Precies vijf jaar geleden werd de eed verplicht voor alle bankmedewerkers en al ruim tien jaar is de eed een vereiste voor commissarissen en bestuurders van alle financiële instellingen. Hoe kijkt de bedenker van de bankierseed erop terug?

Volgens de oud-journalist en het voormalig hoofd communicatie van diverse banken is er sinds de kredietcrisis in 2008, de invoering van de eed en het bij banken daaraan gekoppelde tuchtrecht veel ten goede veranderd in de sector. „Overal is de eed serieus afgelegd. De grote banken hebben onnodig ingewikkelde producten afgeschaft omdat men vond dat die niet meer konden, veel vage brochures zijn herschreven. Bonussen zijn gematigd. Ik zie nog wel klantonvriendelijke dingen langskomen, maar er is wel een enorme inspanning gedaan.”

Het tuchtrecht voor bankiers bestaat ook vijf jaar. Wat zijn de kritiekpunten?

Bij veel financiële dienstverleners zag hij de laatste jaren echter geen enthousiasme om de eed echt onderdeel uit te laten maken van de dagelijkse praktijk. „Het enthousiasme bij de invoering had te maken met de politieke druk, en het besef dat men gered was met publiek geld. Het leek of de urgentie er een beetje af was. Tot nu: je ziet in de coronacrisis dat de financiële dienstverleners willen bewijzen dat ze er primair zijn voor klanten.”

Langzame cultuurverandering

Van Mierlo zegt te kunnen beredeneren dat de financiële instellingen de afgelopen jaren misschien wel 2 miljard euro hadden kunnen besparen als ze de afgelopen jaren nadrukkelijk waren gaan inzetten op ethiek. „Het had de bankbelasting gescheeld, de toezichtskosten waren lager gebleven en bovendien had je de honderden miljoenen aan boetes per grote bank kunnen voorkomen.” Volgens hem betalen per saldo de klanten de kosten hiervan.

De cultuurverandering in de sector na de kredietcrisis in 2008 ging maar heel geleidelijk, zegt Van Mierlo, die ook lobbyist is geweest van bankenkoepel NVB. „De mensen die er al lang zaten deden net of ze er niks aan konden doen. Vervolgens moesten de banken doordraaien met dezelfde gebouwen, met dezelfde producten, met dezelfde mensen en met dezelfde klantgroepen. Misschien moet er wel een generatie overheen, voor er iets wezenlijks verandert.”

De eed heeft volgens Van Mierlo medewerkers van financiële instellingen het recht en de taal gegeven om elkaar vragen te stellen: hoe verhoudt dit product of deze actie zich tot onze belofte? „Zo kun je in je eigen bedrijf vragen stellen zonder meteen een wijsneus te zijn.”

Lees ook: Dit is wat bankiers moeten beloven

„Sommige mensen in de sector hebben de eed ervaren als een straf van de politiek, omdat ze niet goed gefunctioneerd zouden hebben voor de crisis. Ik zie dat heel anders. Financiële crises – nu ook die door de coronapandemie – tonen aan hoe belangrijk goede en zorgvuldige financiële dienstverlening is. Daarom is de bankier, met de eed, in de groep met beroepen geschaard waarin mensen niet alleen deskundig moeten zijn, maar ook persoonlijk moeten verklaren dat ze oké zijn, zoals artsen, psychologen en advocaten. Dat is juist een promotie van het beroep van financiële dienstverlener; dat maakt het beroep extra eervol.”

Van Mierlo bedacht de eed bij het schrijven van zijn boek Gepast en ongepast geld in 2008. „Mijn bedoeling met de eed was iedereen op de werkvloer bewust te maken en te emanciperen, zodat een medewerker niet meer hoeft te raden: wat wil mijn baas dat ik doe?” Volgens de oud-journalist zie je vaak in grote ondernemingen en instellingen zoals de Belastingdienst en energiebedrijven dat medewerkers niet vragen wat echt van ze verwacht wordt. „Ze gaan dat dan zelf bedenken. Vaak maken ze dan een karikatuur van de bedoelingen van de baas: eerder resultaatgericht dan mensgericht.”

Financiële hygiëne

„Ik vergelijk het financiële systeem graag met de bloedsomloop in het menselijk lichaam. Als je een hele kleine ontsteking hebt aan je kleine teen, dan is er waarschijnlijk niks ernstigs aan de hand. Maar zo’n klein probleem kan ook ineens het hele lichaam aantasten en zelfs tot de dood leiden. In de financiële sector zie je dat ook, dat ogenschijnlijk hele kleine dingen zichzelf soms kunnen oplossen, maar soms ook het hele systeem aantasten. Voor mij is het kernwoord daarom financiële hygiëne. Het financiële systeem is er om de maatschappij gezond te houden.”

Bij de analyse van wat er mis is gegaan in de crisis van 2008 zag Van Mierlo eerst vooral technische verklaringen voorbijkomen. „Maar het belangrijkste zat wat mij betreft in de individuele drijfveren van de mensen die daar zaten. Hun drijfveren waren niet primair dat ze mensen financieel vooruit wilden helpen of wilden verzekeren. Het ging om: hoe kunnen we het aandeel en daarmee onze eigen bonussen maximaliseren.”

De motivatie van bankiers kennen blijft belangrijk. „Ik wil bijvoorbeeld weten wat de drijfveren zijn van diegene die met mijn data aan de slag gaat. Als iemand beschikt over jouw data, dan kan die je gaan helpen – de beste manier om geld opzij zetten voor studeren van een kind bijvoorbeeld. Maar met die data kunnen ze je ook producten aansmeren die alleen hén helpen.”

„Met mensen bespreken wat van ze verwacht wordt is essentieel. Dat doen we als maatschappij met onze artsen: moeten we het leven rekken of niet rekken? Met onze bankiers moeten we dat ook doen: wat moet er maatschappelijk bereikt worden? Qua klimaat, huizenmarkt, energietransitie? En wat kan de sector daaraan bijdragen?”

Openbaar debat

Van Mierlo mist in de journalistiek en de politiek, als het bijvoorbeeld gaat om de witwasaffaire bij ING, de referentie aan de bankierseed. „Wie moet bankiers aan hun eed houden? Dat moeten de klanten doen, de financiële pers, de toezichthouders, de politiek, de economen. De eed biedt een taal waarmee de buitenwereld in gesprek kan met de financiële sector. En andersom. Die eed is niet bedoeld om te straffen. Die straf – of beloning – zit in het openbare debat dat je vervolgens hebt.”

Hoe nu verder? Van Mierlo hoopt dat de bankierseed ook Europees wordt ingevoerd. „In het kader van de bankenunie regelen we dat de technische eisen voor alle banken hetzelfde worden. Ik vind dat ook de gedragseisen hetzelfde zouden moeten zijn. Zeker als je straks één depositogarantiestelsel hebt, waarbij banken garant moeten staan voor elkaar. Je kunt pas goed in een team werken als je weet dat de drijfveren van je collega’s dezelfde zijn als die van jou. Dat geldt ook voor de sector als geheel.”

De huidige coronacrisis is volgens Van Mierlo een uitgelezen moment om de cultuuromslag in de hele Europese bancaire sector zichtbaar te maken door een Europese eed nu in te voeren. De coronacrisis is sowieso een belangrijke kans voor bankiers om zich te revancheren, vindt van Mierlo. „De financiële sector kan zich nu positief onderscheiden: als deel van de oplossing in plaats van als deel van het probleem, zoals in 2008. Dienstbaarheid aan consumenten, midden- en kleinbedrijf en grote bedrijven is nu overduidelijk prioriteit nummer een. Winstgevendheid van banken kan niet langer het doel zijn, maar is wel een belangrijke randvoorwaarde.”

Lees ook: Nu moeten banken de redders zijn