Politie handhaaft coronaregels, burger praat terug. ‘We zijn maar met vier. Dat mag toch?’

Wijkagenten Rotterdam Sinds begin deze week controleert de politie of mensen zich houden aan de strengere maatregelen tegen het coronavirus. NRC ging mee de straat op in Rotterdam. „Wat zeg je? We zijn maar met vier. Dat mag toch?”

Foto David van Dam

Achter een haag roken, blowen en praten jongens op houten banken in de zon, in trainingsbroek en sneakers. De brutaalste staat vóór de bankjes, op het gras. Onder zijn pet uit piept een grote bos haar – een matje. De zeven staren naar wijkagent Ben van Gorcum (60). Die fietste om half vijf het Rotterdamse stadsparkje in en zag overal groepjes mensen, dicht bij elkaar. Wat ze hier doen?

„Chef! Ik heb net mijn baby thuis afgezet. Ik kom een fris luchtje halen”, zegt de jongen met het matje.

„Dat moet hier in een groep?”

„Ik kom net aan. Ik vertrek zo.”

„Vertrek nu maar, anders moet ik terugkomen. En jij daar mag geen joints draaien. Maar daar gaat het nu niet om. Het gaat nu om een belangrijke zaak en dat is corona.”

„Ik weet precies wat er aan de hand is met corona. Ik baar mij zorgen om mijn moeder”, zegt zijn vriend.

Anderen vertrekken. Nu ze met twee over zijn, mogen ze blijven.

„Wij waren echt netjes hoor”, zegt de jongen met het matje. Hij gilt naar twee dertigers die verderop tegen elkaars handen boksen: „Heb respect voor ouderen!”

Het is het zoveelste gesprek dat de wijkagenten in het centrum van Rotterdam deze donderdag met bewoners voeren over besmettingsgevaar. Afgelopen maandag kondigde de regering strengere maatregelen af. Mensen mogen niet meer naar buiten in groepen van drie of meer personen en moeten altijd anderhalve meter afstand houden van elkaar.

In de ochtend is het wijkagent Rob van Dam (35) die de dan nog stille stad doorkruist en mensen aanspreekt. De straten zijn zo goed als leeg. Een man met een wollen muts duwt een kruiwagen. Een hardloper langs de Maas en voor het stoplicht een vrouw met een witte broek en jasje op plastic klompen.

Bij een café tuurt een man met een grote bos grijs haar naar binnen, sjokt door. „Om dit soort mensen maak ik me zorgen”, zegt Van Dam. Gewoonlijk zitten hier nu al oudere mannen aan het bier. „Zij raken in een sociaal isolement. Waar moeten ze heen?”

Hij maakt zich vandaag vaker zorgen om mensen die hij niet meer ziet.

Foto David van Dam

„Ik wil niet klikken hoor, maar…”

De wijk van Rob van Dam is het Oude Westen, waar mensen van alle nationaliteiten wonen. Grote gezinnen in kleine sociale huurwoningen. Zo’n 60 procent van zijn werktijd, zegt Van Dam, gaat op aan huiselijk geweld. Hij onderhoudt zijn contacten in de buurt, draait diensten in de noodhulp en „arrestaties doe ik tussendoor”.

Vanaf 15 maart ging de Rotterdamse politie anders werken. Nog maar één wijkagent heeft dienst in het hele centrum van Rotterdam, in plaats van vier die elk hun eigen wijk overzien. De anderen werken vanuit huis.

De politie hing posters met foto’s en 06-nummers van de vier wijkagenten op de ramen van verzorgingshuizen en zette die ook op sociale media. Iedere bewoner in het centrum kan zijn wijkagent direct bereiken. Niemand belt hen nog.

De agenten thuis verwerken vooral een nieuw soort melding, zo’n tien per dag. Die beginnen steeds zo: „Ik wil niet klikken hoor, maar…” Een filmpje van bouwvakkers in een smalle bouwlift. Een groep kinderen bij het Hofplein. Iemand meldt anoniem dat bij een bedrijf te veel mensen op de werkvloer zijn. De agenten zijn er blij mee, maar het steekt ook. „Waarom melden mensen wel besmettingsgevaar, maar niet de dealers in hun wijk?”

Nu mensen thuiswerken, klagen ze meer over buren en overlast. Sommigen zijn snel geïrriteerd. Er zijn meldingen van supermarkten. Vier op de Lijnbaan vorige week. Huilende caissières. Een klant had expres in een gezicht gehoest, een ander spuugde. Nu de regels in supermarkten deze week strenger zijn, nemen ook die meldingen toe. Een gevecht, scheldpartijen, iemand smeet zijn mandje door de winkel. Opnieuw hoesten en spugen.

Lees ook over criminaliteit en corona: De boeven lijken ook in quarantaine te zitten

Er zijn spectaculair minder inbraken en diefstallen. De mobilofoon in de politieauto, waarop vorig jaar meldingen werden gesplitst in noord en zuid omdat het er anders te veel waren, is de hele ochtend stil. In de laatste 24 uur waren er in heel het centrum 53 incidenten, wat de helft is van anders, denkt Van Dam. „Ik kan me geen steekincident herinneren.”

Gaat Van Dam nu vaker op bezoek bij kwetsbare gezinnen? „Maar hoe dan, het kan niet”, zegt hij. Al die kleine woningen en al die mensen bij elkaar. Zij zouden hem kunnen besmetten, of hij hen. In heel het land stopte de politie met zomaar langsgaan bij kwetsbare gezinnen.

En dat terwijl de daders nu vaker thuis zijn, wellicht geen werk meer hebben en „geen uitlaatklep”. De sportscholen, de cafés, de seksclubs, alles ging dicht.

Gesprekken over huiselijk geweld zijn al zo lastig, zegt Van Dam. Die doe je niet via Skype. „Een vrouw met een gewelddadige partner meldt nooit meteen, maar pas als het echt niet meer gaat. En dan wil ze eerst zien of ze je kan vertrouwen, wat je met haar informatie doet. Het is niet anders. We zullen pas over weken of maanden, na het virus, weten hoe het er in die gezinnen voor staat.”

„We zien even niet wat achter al die voordeuren in Nederland gebeurt, terwijl juist meer mensen zich achter die deuren bevinden”, zegt Max Daniel, hoofd van het team dat bij de Nationale Politie de crisis leidt. „Wat daarvan over, zeg, twee of drie maanden het effect is, weten we niet.”

Foto David van Dam

Veilig aanhouden bestaat niet

De wijkagenten lopen al veel risico. Zoiets als veilig aanhouden bestaat niet en ze zitten bij elkaar in de auto. Sinds deze week mogen ze bij een reanimatie nog wel hartmassage geven, maar de volwassenen niet meer beademen. Van Dam: „Al zal ik in de praktijk soms liever corona riskeren dan dat ik weet dat ik meer had kunnen doen.” Een reanimatie komt een of twee keer per dienst voor, schat hij.

In de middag wordt het in de brede winkelstraat drukker. Waar je ook kijkt dragen mensen mondkapjes. Winkels en cafés worden verbouwd, nu kan het.

In de woonwijken, de speeltuinen en zelfs de grote binnentuin van een blok met huurwoningen: niemand. Khalids Gym, de thaiboksschool op de hoek, is dicht, ook zoiets. „Zeven op de tien jongeren trainen er. Al die tijd en energie die Khalid in die jongens steekt. Op vrijdagavond traint hij ze zo hard dat ze alleen nog naar huis kunnen om te slapen. Waar zijn ze nu? We weten het niet.” De jongens die er trainden en moeilijk hun weg vonden, mochten stage lopen bij de eigenaar van de kledingwinkel verderop. Ook diens zaak is verlaten.

De man die ’s ochtends door het caféraam tuurde, sjokt nu over het Schouwburgplein. De agenten denken niet dat er meer mensen met psychische problemen op straat zijn. Er komen meer meldingen, maar zij zien steeds dezelfde gezichten. Er zijn minder ándere mensen op straat en dus vallen ze misschien meer op.

Vakantiesterkte

Nu ze er nog tijd voor hebben, bereidt de politie zich voor op wat ook maar kan gebeuren: een lockdown, een opstand, een virusgolf onder politiemensen. Twee Rotterdamse agenten liggen op de intensive care.

Landelijk houdt de politie rekening met een uitval van wel 30 procent. „Dat kunnen we aan”, zegt Max Daniel van het crisisteam van de Nationale Politie. „Dat is een vakantiesterkte. Alleen is in een vakantie heel Nederland weg en zit nu iedereen thuis.” Voorbij die 30 procent wordt het pas echt lastig. „De politie zal altijd burgers helpen die in direct gevaar zijn. En we moeten op straat zijn.” Over al het andere moeten keuzes worden gemaakt.

Tijdens de briefing van de middagploeg, na de lunch op het politiebureau in Rotterdam, zegt de teamchef dat mensen ook solo mogen werken, „maar alleen als je dat zelf wilt”. Jongerenwerkers lopen al in blauwe jasjes op straat, met een politieportofoon. Politievrijwilligers worden opgeroepen.

Dan gaat het over nieuwe maatregelen. Nee, ze schrijven nog geen boetes van 400 euro, zoals de regering maandag aankondigde. De veiligheidsregio’s moeten nog wat op papier zetten. Vrijdag, waarschijnlijk. Maar ook dan, niet als het niet hoeft. De opdracht is besmetting te voorkomen. Eerst in gesprek gaan en waarschuwen. „We kunnen ons voorstellen dat nog niet alles duidelijk is”, zegt de teamchef.

Foto David van Dam

„Wie nu een boete krijgt omdat hij of zij zich niet aan de richtlijn houdt, moet zich diep, diep schamen”, zegt Daniel. „Die brengt anderen moedwillig in gevaar en is niet voor rede vatbaar.”

Dingen die „vroeger” lang duurden, gaan opeens sneller. Supermarkten kunnen nu ook zonder vergunning ’s nachts bevoorraad worden.

Het scenario voor het Erasmus MC is af, dat was in een dag gebeurd. Bij „Italiaanse toestanden” weet de politie nu welke ingangen van het ziekenhuis ze kunnen sluiten, hoe medische middelen er komen, welk metrostation en welke kruispunten ze afsluiten. Een bus vervoert het medisch personeel dan van en naar een P+R. Zo is er ook een plan voor maatschappelijke onrust, dat alle banken, rusthuizen, juweliers en postkluisjes in kaart brengt. Het centraal station kan sluiten voor daklozen én openblijven voor treinen.

De contacten van de wijkagenten zijn nu handig. Alleen Van Dam weet waar in zijn wijk een beademingsmasker en een zuurstoffles liggen. Versneld zijn nu ook partijen in WhatsApp-groepen bij elkaar gezet. Alle supermarkten in de stad, alle parkeergarages, de woontorens, winkeliers, horecabeveiligers, scholen, noem maar op. Met in elke groep een agent. Wat als WhatsApp uitvalt? „Dan zijn er ook portofoons.”

Woensdag had een coffeeshop lange rijen buiten. Een agent adviseerde in de appgroep voor coffeeshophouders vakken aan te brengen op straat. Donderdag verdelen witte latexstrepen de stoep van Mon Camarade en nemen andere coffeeshops ook maatregelen.

Irritante discussie

De twee boksers in het park raken geïrriteerd van het geschreeuw van de jongen met het matje. Waar bemoeit hij zich mee? „Geloof me, ik ben de baas van de straat”, gilt die nu.

Lees ook over drukte in parken: ‘Ik heb sociaal contact nodig, anders word ik depressief’

Wijkagent Van Gorcum fietst rustig van de jongens bij het bankje naar de boksers, op het grasveld verderop. „Heren, misschien was dat een irritante discussie”, zegt hij tegen hen. „Maar ze hebben wel een punt natuurlijk. Hou afstand.”

Een van de boksers: „Ik lig ’s avonds met hem in bed, ik weet niet wat voor punt zij willen maken.”

Van Gorcum: „Als jullie partners zijn, dan mag het.”

„Dat bedoel ik. Wat is het probleem?”

„Niks. Ik geloof je niet, maar dat is een ander ding.”

In een sportschool verderop wordt nog les gegeven. „Ik belde de gemeente en het RIVM en die zeggen dat het mag!”

Een terras staat buiten, of de stoeltjes naar binnen kunnen. Op een balkon klinkt vrolijke muziek, gespierde onderarmen hangen over de reling. „Wat zeg je? We zijn maar met vier. Dat mag toch?”

Jongeren die worden aangesproken omdat ze met veel zijn, zeggen familie te zijn („wij zijn broers”), of in één huis te wonen.

Soms duurt het even, maar uiteindelijk lijken de meesten te gehoorzamen.

Bij het avondeten blijken twee agenten bespuugd te zijn door een dronken Hongaar: „You want corona? I can give you.” Hij zit vast voor poging tot zware mishandeling.