Geen eindexamen, geen 'rite de passage' – maar dat overleeft de klas van 2020 wel

Geschrapte examens De klas van 2020 doet geen eindexamen – en mist dus ook de symbolische overgang naar de volgende levensfase. „Ik heb geen afsluitmoment. Ik zit niet in de gymzaal met een flesje water.”

Illustratie Mikko Kuiper

Die droom! Wie zakt niet nog geregeld in z’n remslaap keihard voor het eindexamen? Een van de meest gedroomde angstvisoenen komt voor in tientallen varianten. Een blackout in het examenlokaal. Compleet verdwalen op weg naar de gymzaal. Vergeten dat je zometeen examen moet doen. Of op het allerlaatste moment beseffen: shit, je hebt eindexamen Frans, maar je hebt dat vak helemaal niet gehad!

Dat we vrijwel allemaal – man, vrouw, jong, oud – nachtmerries hebben over het eindexamen, laat zien hoe groot de impact ervan is op ons leven.

Logisch, zegt cultuurfilosoof Gabriël van den Brink aan de telefoon. Het eindexamen is een van de weinige – misschien wel het énige – echte overgangsritueel in het leven van de moderne mens. „Velen zullen denken: rite de passage? Dat hoort bij vreemde stammen. Dat kennen wij niet meer. Maar vergis je niet: we kennen het wel degelijk. Sinds de dienstplicht werd afgeschaft, is het eindexamen nog het enige echte markeringspunt naar een andere levensfase.”

Lees in dit achtergrondstuk meer over eindexamendromen. Hoe verlopen die meestal, en: valt er iets tegen te doen?

Het eindexamen vormt de overgang naar een nieuwe status. Naar vrijheid en volwassenheid, waar je als puber jarenlang naar smachtte. Ook achtstegroepers moeten een belangrijk ritueel missen: de eindtoets die de overgang van basisschool naar middelbare school markeert. Van kind naar puber, op de fiets naar de grote school, met een zware boekentas op je rug.

Bij die grote markeringspunten – eindexamen, eindtoets – horen specifieke rituelen. Denk aan de schooltassen aan de vlaggenstok of uit het raam. De feestelijke diploma-uitreiking op school met ouders en opa’s en oma’s. De musical en schoolkamp in groep 8. Het examengala met veel drank. De kampvuurtjes waar de schoolboeken worden verbrand. En het tussenjaar, voor wie nog niet weet wat de volgende stap wordt.

„Als je daar als antropoloog naar kijkt”, zegt Van den Brink, „kun je alleen maar vaststellen dat ook wij, moderne mensen, enorm zijn gehecht aan rituelen.”

Luister ook onze podcast:De eindexamens gaan niet door. Wat nu?

Rituelen geven houvast. Dat is prettig als het goed gaat, en van levensbelang in tijden van crisis. „We vallen nu, in deze coronacrisis, terug op oudere lagen”, zegt Van den Brink. „We ontdekken dat we gemeenschapsmensen zijn. Sommige mensen gaan zelfs weer bidden. Dat zeg ik zonder ironie.”

Het eindexamen is een van de laatste sterke rituelen, zegt ook Gert Vierwind, gepromoveerd in alledaagse rituelen van adolescenten in de jeugdhulp. Een collega van hem vertelde dat haar dochter moest huilen toen ze hoorde dat de examens niet doorgaan. Terwijl ze er goed voorstaat – en ze dus in feite al geslaagd is. „Het is niet alleen de cognitieve uitdaging die je mist, het laten zien dat je de examens aankunt, maar ook de verbinding met je jaargenoten”, zegt Vierwind. „Dat is het symbolische element. De eindexamenkandidaten van 2020 springen niet door een hoepel met z’n allen, vieren niet samen feest. Terwijl dat een belangrijke markering is op de weg naar volwassenheid. Het bindt en maakt emoties los. Feitelijk haal je je diploma, maar symbolisch zet je jezelf neer naast je mede-jongeren. Het gaat om zelfpresentatie.”

Het is erg spijtig dat de eindexamenkandidaten van dit jaar dat collectieve gevoel van blijdschap niet meemaken, denkt Van den Brink. Een alternatief daarvoor is niet zo eenvoudig. Want, zegt hij, „een ritueel doe je eigenlijk niet alleen”. Een ritueel kent drie onmisbare elementen: het is ten eerst een symbolische handeling, ten tweede een gemeenschappelijke activiteit en, ten derde: het voltrekt zich in de fysieke wereld. „En precies dat laatste kan nu even niet.”

Steeds minder rituelen

Mede door de individualisering zie je de laatste decennia een kaalslag in rituelen, zegt Vierwind. „Vroeger werden jongeren bijvoorbeeld de rimboe in gestuurd waar ze krachtige daden moesten verrichten. Als ze terugkwamen in het dorp waren ze volwassen.” Of denk aan de functie van het huwelijk: je trouwde en hoorde bij de grote mensen. Je markeert dat je van de ene naar de andere positie gaat. Dat gebeurt nu niet echt meer. Volwassen worden gaat vloeiender.

Maar toch: jongeren hebben nog steeds rituelen, zegt Vierwind, al zijn ze subtieler. „Denk aan kledingvoorschriften, gedragsregels. Do’s en dont’s om erbij te horen. Rituelen worden gekenmerkt door symboliek en terugkerende elementen. Ze gaan over in- en uitsluiting. In de jongerencultuur zijn het kleine gebeurtenissen die maken of je er wel of niet bijhoort.”

Nog los van het missen van de feestelijkheden kan het missen van de eindexamens een acuut gevoel van zinloosheid met zich meebrengen, denkt Vierwind: „Je bent je erop aan het voorbereiden, ziet er misschien tegenop, maar op het moment dat het opeens niet meer hoeft, is er leegte. Dan is dat spannende vooruitzicht verdwenen – en waar leef je dan eigenlijk naartoe?”

Tim Masselink uit Apeldoorn (16), die zijn havo-examen zou doen op het Veluws College Walterbosch, beaamt dat. Toen hij dinsdagochtend wakker werd, had hij veel gemiste oproepen en appjes: het eindexamen gaat niet door. Hij schrok ervan en vindt het best jammer. Ook al staat hij er zelf goed voor, en zal hij dus waarschijnlijk slagen. „Het centraal examen is inhoudelijk belangrijk, je sluit de toetsstof af”, legt hij uit. „Maar ook het toneelstukje eromheen valt weg. Dat je ergens in juni zit te wachten op een telefoontje van je mentor of je bent geslaagd of niet. Het examengala. Ik heb geen centraal afsluitmoment, ik zit niet in de gymzaal met een flesje water.” Dat voelt raar, vindt hij. „Het voelt alsof je iets mist: dat je met z’n allen een heel mooie periode afsluit. Mijn broer, mijn nicht, die hebben dat allemaal wel meegemaakt.”

‘Ik denk dat de opluchting overheerst’

Hoogleraar jeugdcultuur Tom ter Bogt relativeert het wegvallen van het ritueel enigszins. Natuurlijk, dat de examens niet doorgaan is vervelend, vooral voor jongeren (vaker jongens) die hun cijfers nog moesten opkrikken. „Maar ik denk dat de opluchting overheerst.” Ook wat betreft de feestelijkheden zullen er jongeren zijn die er zo instaan, denkt hij. „Het is een leuk ritueel: met z’n allen flink uitpakken, feestvieren. Maar op sommige scholen hebben ze er zo’n circus van gemaakt dat dit ook weer stress oplevert: hoe zie ik eruit, zijn mijn kleren mooi genoeg? Er zullen ook jongeren zijn die denken: blij dat ik dit niet hoef.”

Jongeren zijn flexibel, zegt Ter Bogt. Ze leven met de dag. „En ze zijn ontzettend goed in staat om van alles een feestje te maken. Als er drie mensen of meer bij elkaar komen, noemen ze het al een party. Er zijn ontzettend veel mogelijkheden elkaar virtueel te ontmoeten. Natuurlijk is het sneu als je al een jurk gekocht had, maar of dit nou zo’n deuk gaat zijn in hun leven: ik denk het niet.”

Bovendien nemen jongeren de coronacrisis heel serieus, ziet hij om zich heen. „Ze kunnen dit goed in perspectief plaatsen. Als je nu niet naar je oma kunt in een verzorgingstehuis, dan hakt dat erin.”

Ook in ’45 werden de examens geschrapt

Het moet nog blijken of het overslaan van zo’n groot ritueel echt tot grote deuken in de levens van de eindexamenkandidaten leidt. De schaarse aanwijzingen die er zijn, laten zien dat het wel meevalt. Ook in 1945 werden de eindexamens geschrapt: door de oorlog hadden leerlingen toen nauwelijks les gehad. Diploma’s werden ‘uitgedeeld’ (tenzij je je slecht had gedragen in de oorlog) en in elk geval voor het leraarsberoep maakte dat niet uit: toen er twee jaar later een groot lerarentekort was, waren de examenkandidaten uit 1945 net zo gewild als die uit ’46. Ook met de Franse eindexamenkandidaten uit ’68, toen de Franse examens werden geschrapt, is het meer dan goed gekomen, blijkt uit een onderzoek uit 2005. Ze volgden hogere opleidingen en verdienden meer.

Toos van Dam-Kersbergen (90) was 15 jaar toen ze in 1945 in de eindexamenklas van de mulo in Den Haag zat. Na het bombardement op Den Haag, op 3 maart, kon ze maandenlang niet naar school. Pas in augustus kreeg ze haar diploma, zonder dat daar een eindexamen aan vooraf ging. „Ik heb mijn diploma deze week weer opgezocht”, vertelt ze. „Er staat: ‘Geslaagd op voorstel van het hoofd der school onder goedkeuring van de rijks gecommitteerde de directeur.’”

Van de uitreiking herinnert ze zich niet veel. Er hingen geen schooltassen uit ramen, er waren geen examenfeesten. „Maar dat deden we sowieso niet in die tijd. Het leven was veel simpeler. De eindexamenrituelen van nu zijn pas veel later ontstaan.”

Ze wil maar zeggen: de generatie 2020 komt er ook wel zonder eindexamen en bijbehorende rituelen. Lachend: „Al is het jammer van al die backpackers; die kunnen voorlopig niet weg.”

Van den Brink steekt de scholieren van 2020 graag een hart onder de riem: „Zij kunnen later tegen hun kinderen zeggen: wij hebben de coronacrisis nog meegemaakt.”

En dat ze daardoor een van de leukste periodes in een mensenleven missen? Ach, reageert Van den Brink. „Niet alles is leuk. Dat hoeft ook helemaal niet. In het antwoord op de vraag of het leven zin heeft, speelt leuk een ondergeschikte rol.”

Waar het dan wel om gaat? „Heeft je leven richting? Weet je waar je het voor doet? Daar draait het om. En in een crisissituatie zoals nu komt daar nog bij: ben je in staat om iets aan je situatie te doen? We willen namelijk graag handelen, ook als het alleen maar symbolisch handelen is.”