Opinie

De hygiënestaat is dichterbij dan u denkt

De Rechtsstaat

Lockdown was tot aan de viruscrisis voor mij een begrip uit de film: alles afsluiten. Ik zag er kostscholen, kazernes of gevangenissen bij, waar de bewoners achter de deur moeten. Lockdown betekent deuren op slot, alle lichten uit, slapen gaan. En daarna stilletjes doorgraven aan de tunnel naar buiten. Of staren door de tralies en denken aan degene die op je wacht. Iedereen wil vrij zijn, en liefst samen. Hoewel uitgerekend dát nu de vraag is.

We maken nu een collectieve vorm van maatschappelijke detentie mee. Maar dan wel, afhankelijk van waar je woont, met verschillende regimes. Nederland voelt als een half-open inrichting, waar binnen blijven vooral een sociale plicht is. En cafébezoek, tot de horeca dicht ging, nog toegestaan werd met de vrolijke maatstaf „als het goed voelt”. Waar hopman Rutte de burger oproept gewoon „even méé te doen, jongens”, met binnenblijven en afstand houden. En pas toen niet iedereen het gehoord of begrepen had, toegaf zich „enorm” te hebben geërgerd. De sindsdien aangescherpte lockdown noemt de premier nu ‘intelligent’. Compliment aan jezelf dus. Nederland gidsland, op gezag van het RIVM.

Elders is intussen het leger ingezet, altijd een vorm van bestuurlijke doping. Dit blijft toch het land van de toegestane wietverkoop, de proefverloven en ‘zelf-melders’: criminelen die thuis hun straf afwachten totdat er ruimte in de bak is. Waar in crisistijd de premier op tv drie scenario’s schetst en uitlegt waar hij voor kiest en waarom. Ik voel me dan als een volwassene behandeld, als denkende burger. Elders toont de staat spierballen en is het al gauw ‘oorlog’ – dan ben je dus onderdaan. De overwinning op het virus hangt er af van een quasi vergunning-systeem, met een formulier en een boete als stok achter de deur voor wie zonder de straat op ging. Cultuur en geschiedenis spreken hier een woordje mee. Toon mij uw noodtoestand en ik zeg u wie u bent. Hoe diep uw democratie is geworteld, wat u bereid bent te accepteren.

In het Verfassungsblog, gewijd aan de Duitse grondwet, las ik dat het sluiten van kerken en dus afgelasten van religieuze vieringen een open zenuw raakt. Dreigt hier niet een ‘fascistoïdehysterische Hygiënestaat’? Sommigen in Duitsland vrezen de herleving van de controlestaat, die de epidemie aangrijpt voor een andere agenda. Of dat nu het DDR-arbeidersparadijs was, het Derde Rijk of ander sinisters.

Lees ook: Smartphone weet of mensen in de buurt van hun huis blijven

Naar het type Duitse bezwaren staat het hoofd in de polder (nog) niet. Eerder het tegenovergestelde. Hier denken we eerder aan Hansje Brinker, vinger in de dijk, samen de schouders eronder. Soms lijkt er bijna haast om burgerrechten in te mogen leveren, om maar veilig te kunnen zijn. Nota bene de lobbygroep Privacy First verklaarde al bij de eerste berichten de gehele ‘democratische parlementaire rechtsstaat’ failliet. Het kabinet werd beschuldigd van grove nalatigheid, misleiding en incompetentie. Privacy kan best worden opgeschort in crisistijden, zij het dan tijdelijk. Of de staat hier maar zo stevig mogelijk wilde ingrijpen. China gaf het goede voorbeeld. De beschuldiging dat in Den Haag een ‘kabouterkabinet’ zetelde en Merkel aan ‘staatsterrorisme’ zou doen, werd bij nader inzien van de site geschrapt. Misschien was dat toch te fors? Maar de toon was gezet. Privacy is alleen voor gezonde mensen en bij mooi weer.

In de Financial Times waarschuwde de historicus Yuval Noah Hariri, bestsellerauteur, dat de wereld in deze crisis bezig is om de totale surveillancestaat in te richten, gewild of niet. Burgerrechten inperken, noodtoestanden uitroepen, toezicht opvoeren – nu lijkt het logisch, maar wie draait het straks terug? Iedereen ziet nu hoe China uiterst doelmatig huisarrest afdwingt door de gangen van al z’n burgers met gezichtsherkenning, locatiegeschiedenis en biodata van hun smartphones openlijk en tot in detail na te gaan. Wie zich wil verplaatsen, een winkel betreden, zich in een menigte wil begeven kan dat alleen als hij z’n data laat uitlezen. Wie z’n smartphone altijd al zag als de natte droom van Big Brother krijgt nu gelijk. De smartphone beslist of de houder een besmettingsgevaar is, of juist niet. Het is toch maar een dun lijntje, naar die hygiënestaat.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.