Opinie

Corona-koppen: wees voorzichtig met prognoses, zeker geciteerd uit één bron

De ombudsman

Ook ombudsmannen en –vrouwen kregen instructies hoe om te gaan met corona. Althans, met de berichtgeving erover.

Leden van de internationale club van media-ombudslieden ONO ontvingen deze week een lijst met tips en aanbevelingen. Rode draad: mijd effectbejag in tekst, koppen en beeld; geef betrouwbare informatie en herhaal die, blijf kritisch – óók tegenover de eigen overheid – zonder voeding te geven aan geruchten of angst aan te jagen. Kortom, doe je journalistieke werk én je burgerplicht. Mooi advies, maar net als met de maatregelen van de overheid – ga er maar aan staan.

Hoe deed NRC dat tot nu toe?

Allereerst: de klachtentrommel van lezers bleef bij mij de afgelopen dagen opvallend leeg, na een eerste golf die de krant – in mijn ogen onnodig – tot kalmte maande. Ook de cijfers wijzen uit dat lezers alles wat de krant over corona brengt verslinden – en dat is ontzagwekkend veel. Een enkele column verdeelde de meningen – waarover straks meer – en op sociale media klonk kritiek op de vermeende traagheid en volgzaamheid van de media, ook NRC, tegenover het kabinetsbeleid.

Maar eerst die tekst en koppen. Over het algemeen heb ik daarin niet de overdrijving gezien waar de ONO voor waarschuwt, integendeel: de toon is zakelijk en beheerst. Eén kanttekening. Koppen over de pandemie krijgen al snel iets angstigs, maar dat wordt nog eens versterkt als ze bestaan uit een onheilspellend citaat.

Op een enkele dag (de papieren editie van dinsdag) telde ik staccato drie van zulke koppen. Eerst ‘Ook niet corona-patiënten zullen sterven’ (een longarts), dan ‘Als er één besmet raakt, krijgen we het allemaal’ (een vluchteling), en ten slotte ‘Landen moeten zich voorbereiden op het allerergste’ (een Spaanse arts). Tussendoor kwam nog Townships Zuid-Afrika zijn tikkende tijdbom, geen citaat maar óók prognostisch (en met een joekel van een tikkend cliché).

Stuk voor stuk zijn die te verdedigen (al zijn citaat-koppen behalve bij interviews nooit echt sterk) maar zoveel angstige verwachting tegelijk kan een onbedoeld cumulatief effect hebben.

Overigens was dit dus maar één dag, het is geen schering en inslag – maar wel iets om op te letten. Hors concours lijkt me, op een lichtere noot, de chef Boeken die in zijn column naar te (her)lezen boeken zocht, „voor het geval ik deze epidemie niet overleef”.

Over koppen wordt op de redactie ook zeker gedelibereerd. Zo werd de kop Volgende week rijden de lijkwagens hier door de straat (wéér een voorspelling) boven een column online pijlsnel veranderd in Dit keer hadden we te laat door dat het serieus was – een terugblik, en geen vooruitblik. Terecht, vind ik, al dekte de eerste kop de lading van de column, waarin de auteur zich verzoende met haar lezers en erbarming vroeg van God. Geen wonder: nu zelfs de lachende premier zijn gravitas heeft gevonden, kunnen ook opiniemakers gravitis oplopen en de behoefte krijgen de natie toe te spreken.

Uiteraard leverde die column tientallen reacties op (vooral door de eerste kop), maar daar ging wel iets mee mis, signaleerde een lezer. Het waren er zoveel dat de redactie er niet aan toekwam ze vóór plaatsing te toetsen (dat is de regel bij columns, die vaak ad hominem reacties oproepen) en dus alles maar stopzette. Met als gevolg dat ook de reeds geplaatste reacties bleken te verdwijnen.

Dat was ook weer niet de bedoeling, en staat haaks op een andere ONO-aanbeveling: blijf over je berichtgeving communiceren met lezers. De reacties zijn inmiddels teruggezet (nu 165 stuks).

Dan het kabinetsbeleid. Hoe kritisch is de krant? „Oordelen doen we later wel”, maande de Denker des Vaderlands op Facebook – een geluid dat ook nog doorklonk in het Commentaar van vorige week zaterdag.

Een begrijpelijke reflex: betweterij is ballast in een noodsituatie waarin mensen – zie de reportages die nu her en der verschijnen – uiterst ellendig komen te overlijden. Bovendien, al opgewonden geesten genoeg die niets liever doen dan de boel apocalyptisch opstoken; zie de rechts-radicale YouTuber Tom Zwitser (onlangs geportretteerd in deze krant) die het beleid samenvatte als: „Men wil hier 200.000 doden.”

Maar toch. Los van zulke gekte: journalistiek is geen geschiedschrijving die pas de balans opmaakt als het stof der eeuwen is opgetrokken. Kritiek, wegen, wikken en oordelen – op basis van de beschikbare feiten – horen bij de publieke functie van journalistiek. Solidair zijn is niet hetzelfde als in de houding springen.

Nu kun je gerust zeggen dat de ernst van de situatie pas gaandeweg doordrong tot de krant, net als tot het kabinet. Maar aan kritische vragen en weging heeft het niet lang ontbroken, al verliep die in etappes: dit virus is een bewegend doelwit.

De stapsgewijze Nederlandse aanpak kreeg lof, maar begin maart werd ook opgetekend dat die „risicovol” is. Twee weken later was de conclusie van een reconstructie: juist omdat het kabinet nauwgezet de feiten van het RIVM volgde, liep het beleid achter de feiten aan. Onder die feiten was inmiddels immers ook de maatschappelijke onrust.

Andere artikelen belichtten de gebruikte modellen, de verwarrende overheidscommunicatie en, gisteren, eerdere veiligheidsanalyses over pandemieën. Ook belangrijk: stukken over de coronacijfers en wat die allemaal wél en vooralsnog niet zeggen. In columns en opiniestukken werd de aanpak van het kabinet geprezen, maar klonk ook scepsis en kritiek.

Dat is ook nog maar het begin; de eerste schets die journalistiek biedt, heet niet voor niets „ruw”. Als het virus over zijn hoogtepunt heen is, zoals het RIVM hoopt, zal ook de tijd aanbreken om die ruwe schets scherper te maken.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.