‘Ziek? Ik word wel beter.’ Maar Jan van den Elzen (96) overleefde het coronavirus niet

Overleden aan corona Jan van den Elzen (96) was een van de 546 Nederlanders die tot dit weekend aan het coronavirus zijn overleden. Een cijfer in de statistiek, een geliefd mens.

Erp is hard getroffen door het coronavirusFoto Merlin Daleman
Erp is hard getroffen door het coronavirusFoto Merlin Daleman

Jan van den Elzen, gepensioneerd melkveehouder en paardenman, heeft twee dochters, een zoon, negen kleinkinderen en drie achterkleinkinderen. Op zondag 22 maart overleed hij aan Covid-19. Op donderdag 26 maart, een dag nadat hij 97 zou zijn geworden, vond zijn afscheid plaats, met 25 naasten, gescheiden door 1,5 meter leegte op de banken van de Sint-Servatiuskerk in het Noord-Brabantse Erp.

Jan van den Elzen, melkveehouder, paardenman.

Hij werd „een cijfertje uit het dagelijkse rapport van het RIVM”, zegt schoondochter Hetty van den Tillaart (50). Een van de „ouderen” die anders misschien ook niet meer lang te leven hadden, maar waarover volgens Hetty soms nogal onverschillig wordt gedaan. Ze doelt op de opluchting die doorklinkt als mensen het over de coronadoden hebben: er wordt vaak gewezen op de hoge gemiddelde leeftijd. „Het zijn wel vaders en moeders, broers of zussen, ooms en tantes: mensen van wie gehouden wordt.”

Jan van den Elzen, een man van 1.90 meter met een kaarsrecht postuur en een heldere geest, speelde graag bingo in de gemeenschappelijke ruimte. De prijzen verdeelde hij onder zijn familie – zeepjes en theedoeken waren het de laatste keren. Van den Elzen vond het leven leuk en wilde daarom graag honderd worden, maar begreep wel dat hij op zijn leeftijd „een mens van de dag” was, zegt zijn schoondochter.

Mensen die lijden aan Covid-19 moeten zo min mogelijk contact hebben met anderen. Als ze in het verpleeghuis wonen of in het ziekenhuis belanden zijn de regels streng: op de meeste plekken geldt een bezoekverbod. Er wordt soms een uitzondering gemaakt voor mensen die stervende zijn. De verpleegkundige maakt dan een inschatting: als de patiënt nog een paar uur te leven heeft, mag een nabestaande langskomen. Maar dat kan misgaan. Een 74-jarige vrouw uit Noord-Brabant stierf woensdag zonder naasten, zegt haar nichtje aan de telefoon, omdat haar man er niet op tijd kon zijn – de vrouw lag ver weg in een ziekenhuis buiten de provincie.

Shifts van 24 uur

Op zaterdag 14 maart begon Van den Elzen zich niet zo lekker te voelen. Zijn dochter Angelie van de Crommert (56), die werkzaam is als verpleegkundige, ging bij hem op bezoek in zijn aanleunwoning van het verzorgingstehuis, nadat zij door de verzorgenden gebeld was dat Jan koorts had. Ze nam zijn temperatuur op: 39,8. Behoorlijk hoog, maar hij was nog helder en zat nog helemaal rechtop in zijn stoel. Jan ging naar bed met een paracetamol. „Die beer van een vent knapt wel weer op, dacht ik nog”, zegt Angelie.

Een dag later stond hij wankel op zijn benen. Toch bleef hij pogingen doen om overeind te komen. „Dat gaat niet”, zei zijn dochter tegen hem, „ik voelde hem naar mij toe vallen”. Angelie liet hem op de grond zakken. Daar begon hij te lachen. „Toen wist ik dat hij een delier had.” Een delier is een acute toestand van verwardheid, die bij ouderen soms ontstaat als ze erg ziek zijn. „De gedachte dat mensen in zo’n situatie alleen zijn is weerzinwekkend.” Zijn temperatuur was inmiddels 40,2 graden.

Die dag besloten de kinderen dat ze de zorg voor hun vader met z’n drieën op zich zouden nemen. Ze wisten nog niet dat hun vader het coronavirus had en waren juist bang dat de verzorgenden met hun wisselende contacten het aan hem over zouden dragen. De kinderen verdeelden de zorg in shifts van 24 uur en sliepen naast zijn bed in de elektrische sta-op-stoel, waar hun vader normaal in zat. „We konden hem kalmeren als hij midden in de nacht eruit wilde.” Omdat Jans kinderen er al waren toen het verzorgingshuis op maandag 16 maart – volgend op de speech van Mark Rutte – bezoek verbood, mochten ze bij wijze van uitzondering bij hun vader blijven. „Hij had niet door dat hij ernstig ziek was. Hij zei: ‘Ziek? Ik word wel beter alleen duurt het deze keer langer’.” In de loop van zijn laatste week kwam de testuitslag: corona.

Lees ook: Vragen en antwoorden over het coronavirus

Niet troosten

Jan van den Elzens kinderen kunnen elkaar vasthouden en omhelzen omdat ze alle drie in aanraking kwamen met hun zieke vader. Maar met het gezin en andere familie kunnen ze die warmte niet delen. „Ik mag mijn man niet knuffelen en troosten”, zegt schoondochter Hetty. „Na een dag bij zijn vader of het organiseren van de uitvaart kwam mijn man thuis… dat is zo moeilijk.” Hetty en hun dochters eten aan de keukentafel en hij een paar meter verderop, aan een andere tafel. Haar man slaapt beneden op de bank. „Soms denk ik: fuck it allemaal, kom hier. Ik geef je een dikke knuffel.” Maar ze doet het niet. „Het is pijnlijk en verdrietig. En ik vraag me steeds af: is het wel nodig? Ik kan me niet voorstellen dat we nog niet besmet zijn.”

Hetty en haar dochters, Jans kleinkinderen, hebben via het raam afscheid genomen. „Hij lag met zijn rug naar ons toe dus we hebben zijn gezicht niet gezien. ‘Dag Jan’, zeiden we. We zagen zijn arm onder de dekens uitkomen. ‘Tot weerziens’, zei hij.”

De verzorging heeft aan de deur van Jans woning tranen met tuiten staan huilen, zegt Jans dochter Angelie. Iedere ochtend belden ze aan. Twee meter afstand. „Ze wilden weten hoe wij het beleefden.” Ze hadden nog nooit zo’n vriendelijke man verpleegd, zeiden ze. Hij woonde er al twaalf jaar. „Hij had veel opgewekte praatjes en lange verhalen.”

Op donderdag stopte Jan met eten en drinken. Hij kreeg een morfinepleister, die Angelie mocht aanbrengen omdat zij zelf verpleegkundige is. Vanaf zaterdag mochten van het verzorgingshuis in de laatste uren van de stervensfase twee personen aanwezig zijn. Bij het wisselen van de dienst op zondag kwam het derde kind aflossen en juist toen overleed hij. „Het voelde alsof hij gewacht had tot we er alle drie waren.”

Meteen ontruimen

Direct daarna kwam het verzoek om zijn kamer uit te ruimen. „Om ruimte te maken voor een corona-positieve patiënt”, zegt Angelie. Alleen zijn drie kinderen mochten in het huis om op te ruimen, hun partners en zonen pakten zijn huisraad aan door het raam.

Jan van den Elzen zou volgens plan opgebaard worden in zijn oude boerderij, waar hij ook zijn vrouw leerde kennen. Maar omdat er veel onduidelijkheid is over de verspreiding van het virus na de dood en hoelang een lichaam gekoeld zou moeten worden, bleef hij eerst in het mortuarium. Bijna drie dagen na zijn dood meldde het uitvaartcentrum dat 48 uur koelen voldoende was. Hij mocht terug naar huis.

Bij de uitvaart in de kerk zijn de kinderen van Jan van den Elzen als eerste naar binnen gegaan en direct na de plechtigheid gingen zij als eerste weer naar buiten. „We wilden met niemand in contact komen, voor het geval we ook corona hebben.” Er werden geen handen geschud of knuffels gegeven.

Eén van Jans favoriete gespreksonderwerpen was de Tweede Wereldoorlog. Jan was een vrolijke man, maar vond dat hem zijn jeugd was ontnomen. Zeventien jaar oud was hij toen de oorlog uitbrak, 21 jaar op het laatst. In de tussentijd geen kermis, geen feest of sociale contacten, alles stond stil. Hij moest bovendien maanden onderduiken omdat hij niet wilde gaan werken in Duitsland – dat was voor veel jonge mannen verplicht. Over corona zei hij, voordat hij wist dat hij het had: „Als het komt dan komt het.”