Tokio 2021: ervaringen van deze crisistijd zullen sporters tekenen

Olympische Spelen Voor het eerst in de geschiedenis zijn de Olympische Spelen met een jaar uitgesteld. Over de impact op de topsporter. „Ik heb een droom, maar ik wil niet dat het een nachtmerrie wordt.”

Andrea Deelstra onderweg in de olympische marathon van 2016.
Andrea Deelstra onderweg in de olympische marathon van 2016. Foto Olaf Kraak/ANP

Grote kans dat de roeier zwetend op een ergometer zat, die hij onlangs zelf op de zolderkamer had geposteerd omdat gezamenlijk sporten zelfs in de buitenlucht niet meer mocht, dat de atleet in de tot sportschool omgebouwde garage alleen aan halters trok met de blik op een spiegel gericht, en dat de baanwielrenner met het uit de kluiten gewassen lichaam net aan een urenlange duurrit was begonnen om de hartlongfunctie op peil te houden, toen dinsdag officieel bekend werd gemaakt dat het doel waar ze zich met duizenden tegelijk vier jaar lang op blind hadden gestaard – ten koste soms van liefde, familie en vrienden – tot nader order zou worden uitgesteld.

Geen Olympische en Paralympische Spelen in 2020, omwille van een coronavirus dat ongecontroleerd om zich heen grijpt. Het grootste evenement ter wereld wordt verplaatst naar uiterlijk volgend jaar zomer – wanneer precies is nog niet te zeggen, daarvoor moeten internationale sportkalenders overhoop gehaald worden, en dat vergt tijd. Maar de organiserende stad Tokio had geen andere keuze, volksgezondheid prevaleert boven sport, hoe verbindend en hoopgevend het ook kan zijn om voor helden te juichen – het is iets voor later, als de crisis is bezworen. Sport is in deze jaargang geen factor van belang, of het moeten de beelden van verjaarde wieler- en voetbalwedstrijden zijn die huiskamers nog wat doen opfleuren, en doen verlangen naar het zorgelozere leven van weleer.

Er zullen atleten gevloekt hebben, met spullen gegooid, sommigen hebben gehuild terwijl anderen opgelucht ademhaalden. Maar tenminste was er duidelijkheid, na weken waarin het virus belangrijke kwalificatietoernooien om zeep had geholpen en olympiërs hun mogelijkheden zich nog te plaatsen steeds verder zagen afnemen, alsook de manier waarop ze zich in sociale isolatie fit moesten zien te houden. Ze improviseerden op het wanhopige af, trainden in tuinen en op zolder, omdat het Internationaal Olympisch Comité (IOC) in een wereld die steeds verder op slot ging, tergend lang bleef volhouden dat de Spelen niet uitgesteld zouden worden. Dat scenario was te gek voor woorden, zeiden experts, het evenement was te kolossaal om in beweging te krijgen. Er zouden miljarden verloren gaan. Maar Covid-19 heeft wel meer veroorzaakt dat een maand geleden nog niet voor mogelijk werd gehouden.

De Spelen zijn een life event

Ook sporters zoeken naar houvast in een nieuwe realiteit, zonder Spelen in een olympisch jaar. Het toernooi is zo groot en belangrijk geworden dat carrières er door beheerst en gedicteerd worden, in hoofdstukken van telkens vier jaar, en geen week langer. Wat er op de Spelen gebeurt heeft voor een sporter de impact van een trouwerij, een verhuizing, het krijgen van een kind – het toernooi is een life event, waar jonge levens gevormd worden, bij deelname, winst én verlies. Met een gouden medaille wordt het leven niet makkelijker, want als er pleinen en klaprozen naar je vernoemd worden, moet je stevig in je schoenen staan.

Rolstoeltennisster Aniek van Koot in de halve finale van de Paralympische Spelen in Rio. Foto Henk Jan Dijks

Voor sporters in de nadagen van hun loopbaan kan uitstel van de Spelen zomaar afstel betekenen, voor hen is nóg een jaar van offers en afzien er net een te veel, of voor hun families. De partner van een topatleet is, als er kinderen in het spel zijn, gedurende de carrière in wezen een alleenstaande ouder, vertelde judoka Roy Meyer deze week. Zolang hij sportman is, kan hij slechts beperkt vaderen, maar dat mechanisme heeft een houdbaarheidsdatum. Het zal ook een van de redenen zijn waarom rekstokturner Epke Zonderland niet zomaar kon roepen dat hij een jaar aan zijn topsportersbestaan vast zou plakken, toen bekend werd dat de Spelen werden uitgesteld. Hij heeft de intentie om door te gaan, zei hij bij DWDD. Of dat betekent dat hij in de zomer van 2021 probeert voor de tweede keer olympisch kampioen te worden, liet hij in het midden.

Lees ook de reactie van drie sporters op het uitstellen van de Spelen

Zo was het ook met baanwielrenster Kirsten Wild, die op haar 37ste fysiek de sterkste versie van zichzelf is, maar tegelijkertijd ook snakt naar haar pensioen en een vrijer, ongedwongener bestaan, dat volgens haar meerjarenplanning en dat van haar partner zou beginnen op 10 augustus 2020, en nu met een jaar vooruit wordt geschoven. Wie verzekert haar dat ze op haar 38ste dezelfde vormpiek kan bereiken? Het kan zomaar zijn dat ze het recept van tweemaal daags een training alleen verteren kon omdat ze precies wist wanneer ze de teugels zou laten vieren. Een jaar extra is ook honderden keren trainen, en net zo vaak pijn lijden. Wild heeft tijd nodig om te bepalen of ze dat nog kan opbrengen. „Mijn droom is nog steeds levensgroot”, appte ze, „ik wil alleen niet dat het een nachtmerrie wordt.”

Er waren deze week ook oudgedienden die de knoop gelijk doorhakten, omdat ze in het zicht van de haven niet kunnen afhaken. De immer grijnzende sprinter Churandy Martina. Zwemsters Femke Heemskerk en Ranomi Kromowidjojo, die zeiden min of meer te léven voor de Spelen en een soort van verplichting naar zichzelf te voelen om uit dat gepijnigde lijf een jaar extra te knijpen, voordat er over een maatschappelijke carrière nagedacht moet worden. Uitstel daarvan zal in sommige gevallen als een bevrijding voelen.

Emotionele rollercoaster

Dan had je nog de groep die ronduit gelukkig was met het uitstel van de Spelen; zij die faalden in het slechten van een limiet krijgen ineens een herkansing, dat geldt ook voor de geblesseerden die op tijd zullen herstellen. Marathonlopers Khalid Choukoud en Michel Butter, die hun laatste kwalificatiemoment zagen verdampen toen de marathon van Rotterdam werd afgelast, hebben nu nog ruim een jaar de tijd om een wereldtijd te lopen – „dit is supernieuws voor mij”, schreef Choukoud. „En voor Michel ook!” Of kijk naar de casus-Andrea Deelstra, de atlete die haar huis verkocht om haar olympische droom waar te maken, en vervolgens de limiet niet haalde. Wat een emotionele rollercoaster moeten de laatste weken voor haar zijn geweest; van existentiële teleurstelling naar een onverwachte handreiking.

Michel Butter finisht als snelste Nederlander tijdens de CPC Loop in Den Haag. Foto Marco de Swart/ANP

Er zullen atleten zijn die door het uitstel van de Spelen in financiële nood komen, of daarover de komende weken en maanden in onzekerheid verkeren. Nog een jaar geen ‘normale’ baan kan verstrekkende gevolgen hebben, zeker als er een contract bij een werkgever was getekend dat in september van dit jaar zou ingaan. En wat als je voor het verlengen van je stipendium bij NOC-NSF afhankelijk bent van prestaties die je door het annuleren van toernooien niet kunt leveren?

Bij de jonge garde van TeamNL zag je de knop snel omgaan, zij hebben de tijd, en kunnen die inzetten om nog een stapje beter, sneller en sterker te worden – denk aan Harrie Lavreysen (23), favoriet voor drie keer goud op de wielerbaan. Hij had om het uitstel geen traan gelaten, zei hij in de AD-podcast In het Wiel. De Spelen van Tokio worden zijn Spelen, dondert niet in welk jaar ze plaatsvinden.

Die luxe heeft niet iedereen, maar succesvolle sporters zijn ook meesters in het schakelen, het omzetten van een denkbeeldige knop is niet voor niets een sportcliché. Ze kunnen emoties parkeren, zich over tegenslag heen zetten, en zich aanpassen aan een veranderende omgeving. Maar weinig carrières verlopen rimpelloos. Het leeuwendeel krijgt ergens wel te maken met een blessure, en moet dan weken of maanden aan de zijlijn toekijken. Voor velen is het uitstel van de Spelen de zoveelste stresstest, uniek in vorm, duur en inhoud, maar emotioneel gelijk eerdere teleurstellingen.

Onzekerheid is het lastigst

Zwemster Kira Toussaint vond het vacuüm waarin ze zich bevindt erg lijken op haar situatie van een jaar geleden, toen ze door een vals-positieve dopingtest ook het zwembad niet in mocht. „Daardoor kan ik hier nu beter mee omgaan”, zei ze. Al worstelt ze met de onzekerheid waarmee ze geconfronteerd wordt. „Topsporters plannen vier jaar vooruit. In een normale wereld wist ik vandaag wat ik over een jaar zou doen. We zijn gebonden aan schema’s en structuur. Plannen kan nu niet. Dat is lastig.” Kirsten Wild: „We weten niet hoe lang die periode van onzekerheid gaat duren. En gaat het volgend jaar dan wel goed met de coronacrisis?”

Lees ook dit interview met Jacco Verhaeren, hoofdcoach van de Australische zwemmers

Ook judoka Juul Franssen heeft moeite met de onmacht die ze ervaart. „Al wil ik op 28 juli judoën, het zal niet gaan. Ik heb geen keus.” Ze weet ook niet of ze zich opnieuw moet kwalificeren, en wanneer dan, laat staan of de Spelen in de zomer zullen plaatsvinden.

Vorige week vrijdag stuurde de psychologische begeleidingsstaf van TeamNL een document rond waarmee ze de atleten, die ook wel aanvoelden wat eraan zat te komen, een raamwerk boden om zich in deze unieke tijden aan vast te houden: informeer je goed, accepteer de situatie, houd je aan een structuur en doe ademhalingsoefeningen bij onrust. Stuur doelen bij, praat veel met naasten, en neem contact op als het niet meer zou gaan. Er volgt snel een tweede document, met een handleiding voor het schetsen van een toekomstperspectief.

Dafne Schippers tijdens de NK indoor, eind vorig jaar in Apeldoorn. Foto Olaf Kraak/ANP

Het voelt al gauw ongepast, om te praten over sport in een periode waarin mensen bezwijken aan een ernstige longziekte. Sporters weten dat, en gaven de laatste dagen blijk van die realiteitszin in hun reactie op het uitstel van de Spelen. Sport is nu helemaal niet belangrijk, was het verhaal van sprintster Dafne Schippers bij DWDD . Het virus moet verslagen worden. Daarna zien we wel verder.

Er was geen sporter die het eigenbelang stelde boven dat van de volksgezondheid, stuk voor stuk hadden ze door – in media-uitingen dan – dat hun metier er nu niet toe doet, zich bewust van de voorbeeldfunctie die ze hebben. Wielrenner Mathieu van der Poel was een van de weinigen die sprak van „een rotgevoel”. Hij zit door het uitstel van de Spelen met een luxeprobleem, moet volgend jaar wellicht kiezen tussen groene trui en gouden plak, maar begrijpt de situatie. Voelt niet urgent, voorlopig, hoewel ook voor Van der Poel de tijd doortikt.

Reken maar dat de ervaringen van deze crisistijd sporters zullen tekenen. Vanzelfsprekendheid zal plaatsmaken voor dankbaarheid, als sporten weer vrijelijk kan. Wat een zondagskind mogelijk aanleert is een vorm van mentale weerbaarheid waar hij de rest van zijn loopbaan wat aan heeft. Controledrang wordt door langdurige tegenwind door sommigen misschien wel omgezet in een relativeringsvermogen waarmee kampioenen ontspannen zullen uitgroeien tot legendes. Maar wel pas vanaf 2021.