Tennet: beperk subsidie voor zonnestroom

Duurzaamheid Zonnestroom wordt vooral op zomerse dagen geproduceerd als de vraag toch al niet zo groot is en de prijzen laag. Wordt die stroom dan wel zinvol gebruikt?

Hoogspanningsmast en windmolens in Groningen.
Hoogspanningsmast en windmolens in Groningen. Foto Sake Elzinga

De beheerder van het hoogspanningsnet, Tennet, dringt er bij minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) op aan om de opwekking van zonnestroom minder of slechts onder voorwaarden te subsidiëren. Daarbij gaat het zowel om grote zonneparken als om panelen op particuliere woningen.

Volgens Tennet is het stimuleren van meer zonnestroom niet zo efficiënt. Die stroom wordt vooral in de zomer overdag opgewekt als de vraag minder hoog is en de stroomprijs laag ligt. „Je kan je afvragen of die opgewekte stroom dan wel zinvol kan worden gebruikt”, zegt bestuurder Ben Voorhorst van Tennet. „Het simpelweg subsidiëren van zonnestroom is volgens ons niet de toekomst. Daarover zijn we in overleg met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.”

Voorhorst stelde vrijdag tijdens een presentatie over de stroommarkt in 2019 voor om het verstrekken van subsidies te koppelen aan het gebruik van batterijen door particulieren. „Dan kan je de stroom die je midden op de dag hebt opgewekt zelf in de avond gebruiken. Of combineer het met een elektrische boiler, zodat je later op de dag warm water hebt uit zonnestroom. Er wordt nu hard gewerkt aan aanpassingen in de subsidies.”

Het mooiste zou volgens hem zijn om de duurzame stroom via opslag in waterstof te bewaren, maar daarbij treden nu nog verliezen op van meer dan 60 procent. „Als er toch zoveel beschikbaar is, maakt dat niet zoveel uit. Zaak is om hier een business case van te maken.”

Lees ook: De wereld kan op waterstof rekenen

Ochtendzon

Volgens de bestuurder van Tennet houden exploitanten van zonneparken al rekening met de relatieve waarde van zonnestroom midden op zomerse dagen. „Je ziet al dat er meer parken aangelegd worden in de oost-west-richting. Dan pak je meer ochtend- en avondzon mee. En die bedrijven kijken ook naar het gebruik van batterijen voor de opslag.”

In 2019 nam de productie van zonnestroom met bijna een derde toe. Voor particulieren loopt de zogeheten salderingsregel – waarbij de eigen productie wordt weggestreept tegen het gebruik – op zijn eind. Over de opvolger wordt nog nagedacht. Voor grotere investeerders bestaat de subsidiepot SDE+ (zoals voor zonneparken). Tennet constateerde dat de meeste SDE+-subsidie de afgelopen vier jaar naar zonprojecten ging. „Exporteren van die zonnestroom heeft in de praktijk weinig zin”, stelt Voorhorst. „Meestal schijnt op die momenten ook de zon in België en Duitsland.” Vorig jaar daalde de gemiddelde prijs van stroom met 22 procent ten opzichte van 2018.

Pieken en dalen

Juist door de opkomst van duurzame stroom – in 2030 moet volgens het klimaatakkoord 70 procent van de stroom duurzaam zijn geproduceerd – dreigt de productie steeds meer pieken en dalen te gaan vertonen, afhankelijk van het weer. Illustratief is dat vorig jaar voor het eerst de stroomprijzen in de groothandel korte tijd negatief werden. „Ik geloof niet dat stroomprijzen voor langere tijd negatief worden. Dan wordt echt wel met de productie gestopt.” Afnemers van stroom krijgen soms geld toe, omdat elektriciteit niet gemakkelijk en goedkoop kan worden opgeslagen.

Tennet en ook netbeheerders als Stedin, Enexis en Alliander moeten voor de energietransitie veel investeren om het stroomnetwerk te verzwaren, onder meer om de aansluiting van zonneparken mogelijk te maken. Juist voor die parken, met hun hoge productie in relatief korte tijd, zijn veel investeringen nodig. „Het gaat erom dat je een systeem bouwt dat een zo hoog mogelijke rendement heeft en daarbij gaat het ook om de infrastructuur”, zegt Voorhorst, die zonnestroom „een grote uitdaging” voor het netwerk noemt. „We hebben het hier over maatschappelijke kosten en dan moet het doel niet zijn dat we alleen maar zoveel mogelijk megawatt aan zonneparken neerzetten.”