Opinie

Spliterwten en slaolie

Martijn Katan

In 2007 had ik mijzelf en mijn familie grondig voorbereid op een vogelgrieppandemie. Die kwam niet. Naarmate de jaren vorderden voelde ik me steeds meer voor paal staan, maar dat is over. De coronacrisis illustreert dat viruspandemieën – inclusief vogelgriep – geen Doomsday-fantasie zijn maar een reëel gevaar.

Wetenschappers zeggen dat al jaren. Het vogelgriepvirus maakt kippen en eenden ziek, het springt alleen over op mensen die er speciaal gevoelig voor zijn. Wereldwijd waren dat er tot nu toe 881, waarvan de helft eraan stierf. De meesten waren jong en ze kregen het van zieke kippen, mensen dragen het virus niet op elkaar over. Als het echter ooit muteert tot een virus dat overspringt van mens naar mens, kan het een slachting aanrichten.

Catastrofale gevolgen

In de loop van 2006 raakte ik overtuigd dat dit een reëel scenario was. De doorslag gaf een voordracht die de Amerikaanse expert Robert Webster in het Concertgebouw gaf voor wetenschappers, artsen en beleidsmakers. Hij legde uit dat we niet wisten of en wanneer vogelgriep besmettelijk zou worden voor mensen, maar als het gebeurde zouden de gevolgen catastrofaal zijn. Na afloop sprak ik hem aan. Hij vertrouwde me toe dat zijn vrouw en hij voor drie maanden eten hadden ingeslagen; bij een pandemie zouden ze zich daarmee terugtrekken in een huisje op het platteland.

Zoiets wou ik ook. Een pandemie van vogelgriep kon in Nederland miljoenen doodzieke mensen en een miljoen doden veroorzaken. Dan is er geen eten meer in de supermarkten, er komt geen water uit de kraan en geen elektriciteit uit het stopcontact. Mijn plan was om ons in dat geval tijdig terug te trekken bij familieleden, in hun grote huis op een terp in Friesland. Bij een horecagroothandel sloegen we alvast eten in voor drie maanden en tien man: bonen, olie, frituurvet, pindakaas, melkpoeder, multivitaminen, zeep, kaarsen, enzovoort. We borgen het op in muisdichte bakken op de vliering.

De stemming was zorgelijk

Ook de overheid nam het gevaar serieus. In 2008 belegden de ministeries van Volksgezondheid en Buitenlandse Zaken een conferentie met tweehonderd afgevaardigden van ziekenhuizen, geneesmiddelenfabrikanten, horeca, supermarkten, levensmiddelenfabrieken, verzekeraars, gemeenten, ministeries en nutsbedrijven. De stemming was zorgelijk, het kabinet achtte een pandemie met catastrofale gevolgen aannemelijk. Een Engelse spreekster vertelde dat hun regering er een taskforce van vijftig man op had gezet. Die hadden o.a. een nieuwe concept-wet op de crematie voorbereid, zodat overledenen snel maar legaal konden worden gecremeerd.

Alle deelnemers kregen een computerschijf mee met instructies, folders voor burgers, juridische overzichten en scenario’s per bedrijfstak. En jawel, in 2009 brak er een pandemie uit. Deze Mexicaanse griep was echter een gewone en geen vogelgriep, ziekte en sterfte bleven binnen de perken. De regering had voor een kapitaal aan vaccins ingekocht en bleef daar mee zitten, de vogelgriep kwam maar niet en het geloof in een gevaarlijke pandemie sijpelde in de loop der jaren weg. Daar stond ik met mijn checklist en mijn vijfendertig kilo spliterwten.

De experts bleven echter overtuigd van het gevaar. Twee jaar geleden hield professor Ron Fouchier een voordracht bij de KNAW over hoe een vogelgriepvirus een mensengriepvirus kan worden. Na afloop vroeg ik hem: „Denk je echt dat er een pandemie komt?” „Jazeker”, zei hij. „Kwestie van tijd.” Zelfs de oprichter van Microsoft, Bill Gates, die zich al jaren bezig houdt met de bestrijding van infectieziekten, beschreef in 2015 dat er vroeg of laat een pandemie op ons af ging komen en dat we daar totaal niet op voorbereid waren. We bereiden ons voor op oorlog, met honderdduizenden beroepsmilitairen, de meest geavanceerde technologie en miljarden aan investeringen, terwijl ebola, vogelgriep en antibioticaresistente bacteriën minstens zo gevaarlijk zijn als Poetin en Xi. Hij heeft gelijk. De huidige coronapandemie geeft ondanks de beperkte sterfte al een enorme ontwrichting; een vogelgrieppandemie kan veel erger worden.

Gruwelen van pandemie

Bij de bescherming tegen infectieziekten moet de overheid het voortouw nemen. Vroeger maakte ieder land zijn eigen vaccins. Dat is allemaal geprivatiseerd; in 2012 werd het vaccininstituut van het RIVM verkocht aan Indiërs. Maar de markt kan ons net zo min beschermen tegen de gruwelen van een vogelgrieppandemie als tegen de Russen. We hebben topvirologen in Rotterdam, in Weesp staat een vaccinfabriek en misschien is er nog vaccinexpertise over bij het RIVM en bij de restanten van Organon in Oss. Laten we die combineren tot een center of excellence en de wetenschappers en ondernemers uitdagen om de productietijd van een vaccin tegen een nieuw griepvirus te halveren. Zelfs als dat niet lukt is het veel waard als je je eigen vaccins kunt maken en niet van Trump afhankelijk bent.

Ik had geen loos alarm geslagen met mijn spliterwten; de coronapandemie laat zien dat mijn zorgen reëel waren. Laten we hopen op geen oorlog en geen pandemieën, maar ons intussen op beide even serieus voorbereiden.

Martijn Katan is biochemicus en emeritus hoogleraar voedingsleer aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voor bronnen zie mkatan.nl