Recensie

Recensie

Sluwe koning der vogels speelde vals

Boek

Omdat het de vogels aan een koning ontbrak, stelde de wijze uil een vliegwedstrijd voor. Alle vogels zouden meedoen, en wie het hoogst kwam had gewonnen. De ijsvogel, de koolmees, de heggemus – allemaal vlogen ze, hoger en hoger, tot ze niet meer konden en uiteindelijk alleen de adelaar nog door het luchtruim zweefde. Maar nét voor hij wilde afdalen om zich tot koning te laten kronen, vloog er uit zijn verenkleed opeens een klein vogeltje omhoog. Een winterkoninkje, dat zich daar stiekem had verscholen. Het hele stuk was hij meegelift, maar nu vloog hij op eigen kracht een paar meter de hoogte in en kwetterde triomfantelijk dat híj nu de winnaar was.

Maar eenmaal terug op de grond kreeg hij de wind van voren: hij had gewonnen door vals te spelen, en dus zou hij alleen tot koning van de winter worden gekroond. Beschaamd trok het winterkoninkje zich terug in de struiken, en besloot nooit meer zo hoog te vliegen.

Bovenstaande fabel is één van de vele mooie verhalen in de winterkoningbiografie van Stephen Moss, die eerder de bestseller Het roodborstje schreef. Lyrisch verhaalt Moss over het bijzondere, bolvormige nest van de winterkoning en over zijn grote eetlust (de vogel eet per dag tot de helft van zijn eigen lichaamsgewicht – „voor een volwassen man het equivalent van dagelijks 100 tot 200 Big Macs”). In het fraai geïllustreerde boek laat Moss ook zien hoe de soort opduikt in de literatuur en de geschiedenis: „Op 26 december, Saint Stephen’s Day, vond traditioneel in sommige delen in het westen van Engeland de lugubere Wren Hunt (Jacht op de Winterkoning) plaats.” Ook prijkte de beeltenis van de vogel een tijd op een muntje (een kwart penny) en was ‘Wrens’ de bijnaam van de vrouwelijke eenheid van de Britse marine.

Jammer is dat de nadruk wel erg op het Verenigd Koninkrijk ligt, en dat Moss zóveel wil vertellen dat je als lezer de rode draad soms kwijtraakt. Maar los daarvan is Het Winterkoninkje een heerlijk lenteboek, om te lezen bij het open raam – in de hoop de ratelende zang van dit ‘wekkertje’ onder de vogels te horen.