Necrologie

Peter van Bueren: invloedrijk en scherp filmjournalist

Peter van Bueren 1942-2020 Een lovende recensie van de zeer invloedrijke Peter van Bueren spoorde mensen aan naar het filmhuis te gaan – of juist om thuis te blijven.

Filmjournalist Peter van Bueren in 2002
Filmjournalist Peter van Bueren in 2002 Foto Felix Kalkman

Voormalig Volkskrant-filmjournalist Peter van Bueren is donderdag overleden. Hij werd 78 jaar. In de veertig jaar dat hij als criticus actief was, had hij grote invloed. Als Van Bueren positief over een film schreef, was dat voor menigeen een aansporing om naar het filmhuis te gaan. Soms werkte die invloed ook andersom: dan gingen mensen juist níét naar de bioscoop als Van Bueren een film waarderend besprak.

Vooral in de jaren zeventig en tachtig inspireerde Van Bueren velen met recensies die een feilloos gevoel voor de expressieve mogelijkheden van het medium film koppelden aan heldere analyses van de (maatschappelijke) thema’s die aan de orde werden gesteld. Zijn voorkeur ging daarbij uit naar cinema uit Europa, Rusland en Azië. Hollywood vond hij te veel een ‘machinerie’ waar op schaarse uitzonderingen na weinig interessants vandaan kwam. Wel schreef hij vol enthousiasme over onafhankelijke Amerikaanse filmers en mavericks als Jim Jarmusch en Francis Ford Coppola. Over Apocalypse Now, een van zijn favoriete films, schreef hij zelfs verscheidene stukken.

Zelf zag hij zich niet als criticus, maar als een journalist die op precieze wijze verslag doet van wat nieuw is. Inderdaad signaleerde Van Bueren vroegtijdig veel nieuw talenten, en gaf hij die een prominente plek op de filmpagina: Jim Jarmusch, Zhang Yimou, Jane Campion, Krzysztof Kieslowski, Hou Hsiao-hsien, Tsai Ming-liang en Lee Chang-dong. Met een aantal van hen was hij ook bevriend.

Vetes

Journalistiek verslag doen betekent ook: hypes doorprikken, reputaties breken en onverbloemd tekortkomingen benoemen.

Dat werd hem soms niet in dank afgenomen. Van Bueren had vetes met Bert Haanstra, Fons Rademakers en NRC-filmcriticus Hans Beerekamp. In zijn recensie van Rembrandt Fecit 1669 adviseerde hij regisseur Jos Stelling een psychiater te bezoeken, wat bij Stelling en veel lezers tot boze reacties leidde (vlak na dit incident sloten ze een levenslange vriendschap).

Over Van Bueren bestaan vele (voor)oordelen: zuurpruim, enfant terrible, cynicus. Theo van Gogh noemde hem schertsend „de kapelaan”. Maar wie hem afzet tegen zijn voorgangers, moet vaststellen dat Van Bueren (en anderen) de filmkritiek stevig ontzuilde.

Het moest gaan om de film, niet om een moreel advies: mijd deze film! Toen Van Bueren in 1973 positief schreef over Turks Fruit, was dat voor 3.000 verontwaardigde lezers aanleiding hun abonnement op De Tijd op te zeggen.

Lees ook: Bovenal uit solidariteit, over de eerste keer dat Peter van Bueren op het Filmfestival van Cannes was

Van Bueren begon zijn journalistenloopbaan in 1963 bij de katholieke krant De Tijd. Daar schreef hij over film, maar ook over kleinkunst en televisie. In 1974 stapte hij over naar de Volkskrant, waar hij tot 2002 zou werken. Het duurde tot 1977 voordat hij er aan de slag kon als filmredacteur; B.J. Bertina, de filmcriticus die hij geacht werd op te volgen, stelde zijn pensionering nog even uit. In de tussentijd schreef Van Bueren televisierecensies die in Hilversum gevreesd werden.

Daarnaast was hij een tijdlang redacteur en bestuurslid bij het filmblad Skoop (1978-1993), was hij in 1982 medeoprichter van de belangenvereniging Kring van Nederlandse Filmjournalisten (KNF) en een van de initiatiefnemers van het nog steeds bestaande Jaarboek Film, dat in 1981 voor het eerst verscheen.

Toen hij op zestigjarige leeftijd met de VUT was gegaan na het zoveelste conflict met de chef van de kunstredactie en de hoofdredacteur over zijn positie, bleef Van Bueren zich actief bezighouden met de filmwereld. Hij adviseerde menig regisseur, filmfestival of beginnend collega. Begin 2016 was hij nog jurylid op het IFFR, het festival waar hij vanaf het begin aanwezig was. Na zijn pensionering werd hij er eregast, elk jaar stond er een fles wodka voor hem klaar op zijn hotelkamer. Wie hem er tegenkwam, kon rekenen op een gemompelde belediging of provocatie: een zekere recalcitrantie was hem niet vreemd. Maar achter die stekeligheden zat veel warmte – althans, als hij je mocht.