Opinie

Misbruik is te stoppen, maar de dwangsom is nuttig als prikkel

Een dwangsom kan een overheidslichaam prikkelen om beter werk te leveren. De grens ligt bij de dwangsom als verdienmodel. Rechter Matthieu Verhoeven in de Togacolumn.
Achterstanden bij de Immigratie en Naturalisatiedienst geven recht op dwangsommen.
Achterstanden bij de Immigratie en Naturalisatiedienst geven recht op dwangsommen. foto: Peter Hilz / HH

Voor het coronavirus was er de nodige deining over het feit dat de IND waarschijnlijk zo’n 70 miljoen euro aan dwangsommen moest betalen omdat er niet of te laat op asielverzoeken was beslist. De traagheid kost ongeveer 1 miljoen per week. Politici en opiniemakers buitelden over elkaar heen om hier schande van te spreken. Er komt, jawel daar is hij weer, een taskforce om het probleem aan te pakken. De PVV stelde een noodwet voor om deze dwangsomregeling onmiddellijk te stoppen. Daarbij werd geopperd dat van de asielregelingen misbruik kan worden gemaakt en dat mensen beter worden van die dwangsommen (asielbonus).
Natuurlijk is het verkeerd als er niet binnen de wettelijke termijnen (zes maanden na de asielaanvraag) wordt beslist. En natuurlijk moet er veel gebeuren om daar op zo kort mogelijk termijn een einde te maken. De vraag is alleen of je, als de situatie bij een bepaalde dienst uit de hand is gelopen, meteen de wetgeving moet gaan aanpassen.

Prikkel

In vele wetten en regelingen komen dwangsombepalingen voor. Een dwangsom is soms onontbeerlijk om bepaalde uitspraken of regels te laten nakomen. Zo’n dwangsom is echter niet bedoeld als bonus of een vorm van schadevergoeding. Het is een prikkel tot nakoming. Dat het onder omstandigheden voor de verzoeker een leuke financiële meevaller is, neemt niet weg dat de dwangsom een ander doel heeft. Ik denk overigens dat de meeste mensen meer zitten te wachten op een beslissing dan op wat geld zonder dat er een besluit is genomen.

De dwangsomregeling is door de wetgever bewust van toepassing verklaard om te bevorderen dat er tijdig wordt beslist. Dat is een groot goed en een extra prikkel kan beslist geen kwaad. Indien het een overheidsonderdeel niet lukt om aan de termijnen te voldoen, lijkt het beter om dat aan te pakken dan het systeem overboord te kieperen. Maar goed, daar gaat de politiek over.

Vermomming

Dat het een prikkel tot nakoming is en niet een vorm van financiële bestraffing blijkt ook uit het feit dat de rechter een dwangsom kan opheffen of opschorten als nakoming onmogelijk is. Het is immers niet zinnig iemand te prikkelen indien nakoming domweg niet kan. Terzijde: daar lijkt mij in het geval van de IND geen sprake van.
Bij verkeersboetes komt iets dergelijks ook voor. Daar heet het eufemistisch een verhoging of een sanctie op niet betalen. Indien de boete niet op tijd wordt betaald, kan ze worden verdubbeld of verdrievoudigd. Op zich een opmerkelijk verschijnsel: in het civiele recht kan de eiser van een geldsom niet met succes betaling van die geldsom op straffe van een dwangsom eisen. Maar bij verkeersboetes gebeurt dat dus eigenlijk wel. Het lijkt een gevalletje Quod licet Jovi.

Wauwelverhalen

Verder is het zinloos iemand te prikkelen indien hij eenvoudigweg een plicht niet kan nakomen. Dat geldt bij die verkeersboetes bijvoorbeeld bij mensen die in betalingsonmacht verkeren, nog steeds een groot aantal Nederlanders. Of de boete nu wordt verdubbeld of vertienvoudigd, door die meertrapsraket wordt de problematische schuldenlast alleen maar groter. Gelukkig gaan er de laatste tijd stemmen op om dergelijke automatische dwangsommen, ik noem ze maar zo, achterwege te laten.
Hoewel de dwangsom er niet voor is bedoeld, was er toch een categorie verzoekers die er een gewoonte (lees: verdienmodel) van maakte om flinke bedragen aan dwangsommen trachten te scoren. De Wet openbaarheid van bestuur (WOB) viel ook onder de dwangsomwet. De sport was dan om een enorme hoeveelheid papier, meestal met wauwelverhalen, bij een overheidslichaam in te dienen. Daarbij werd ergens in een tussenzin of voetnoot iets gesteld dat als WOB-verzoek kon worden beschouwd. Indien het verzoek niet werd herkend en er dus niet op werd gereageerd, eiste de verzoeker vervolgens de dwangsom op. Aan deze sport heeft de wetgever een einde gemaakt. Sinds oktober 2016 valt de WOB niet meer onder de Wet dwangsom.

Slinks

Het kan dus wel. Als misbruik wordt gemaakt van dwangsombepalingen grijpt de wetgever in. Maar bij het WOB-misbruik ging het om iets anders dan in het geval van de IND: bij de WOB poogden bepaalde verzoekers op slinkse manier vertraging of niet-beslissen te veroorzaken. Bij de IND-dwangsommen ligt het niet aan de manier waarop de verzoeker zijn verzoek inkleedt. Dat scheelt meer dan een slok op een borrel bij de vraag of hier nu ook een noodwet nodig is, lijkt mij.

De Togacolumn wordt geschreven door een advocaat, officier of rechter. Matthieu Verhoeven is rechter in Almelo in de civiele sector, waar hij vooral insolventies (faillissementen en schuldsaneringen) en kort gedingen doet.

Lees ook: De Dordtse Wobber blijft toeslaan

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.