Klokslag vijf: de buurvrouw vertelt

Foto
Foto Aziz Kawak

Ineens dacht de Utrechtse Ankie Hoyer deze week aan het verhaal van Frederick de muis, die geen eten verzamelde voor de winter, maar zonnestralen, kleuren en woorden in zich opnam om later uit te kunnen delen. „Ik dacht: dát verhaal kan ik vertellen aan de buurtkinderen.”

Voor haar pensioen was Hoyer (70) vertelster op aanvraag. Ze vertelde verhalen aan kinderen en volwassenen op blije, feestelijke en verdrietige momenten. Ze leest ze niet voor, ze vertélt, uit haar hoofd. Dat kan nu ook, dacht ze, op afstand. Ze zette drie stoelen op de stoep en een bord in de voortuin: ‘Stoepverhalen 17.00’.

Veertien kinderen van vier tot acht jaar kwamen naar het laatste Stoepverhaal luisteren, op zelf meegebrachte stoeltjes en krukjes. Er komen steeds meer vriendjes en vriendinnetjes mee. „Ik word nog beroemd”, grapt Hoyer.

De kinderen willen graag dichterbij haar komen, maar dat mag helaas niet. Sterker nog, waar ze eerst dichtbij elkaar zaten, zorgt Hoyer nu voor anderhalve meter afstand tussen de stoeltjes, nadat iemand er iets van had gezegd. „Ik wist niet of ik het wel door moest laten gaan, zei ik in de groepsapp, maar een moeder stuurde terug: van verhalen worden we niet ziek hoor.” Ze glimlacht en zegt: „Dus ik ga door, morgen weer een verhaal.”